Thema's: Onze creatieve verscheidenheid
A new global ethics
De noodzaak tot pluralisme
Een door media overspoelde wereld
recasting cultural policies

Pluralisme in de kunst of interculturalisme?

Josette FÚral
hoogleraar theaterwetenschappen, Universiteit van Quebec, Canada

real audio file Ik wil er allereerst de nadruk op leggen dat het begrip pluralisme, zoals het de afgelopen twee dagen is gebruikt, een aantal vragen opwerpt, niet omdat de betekenis onduidelijk zou zijn (integendeel, het begrip is tamelijk expliciet), maar omdat het me voorkomt dat de toepassing van een dergelijk begrip op de hedendaagse kunst en cultuur een stap terug is naar het concept 'multiculturalisme', dat in de jaren zeventig grote opgang deed. Het werd vooral gebruikt door politici en betekende dat cultuur divers en pluralistisch moest zijn, en dat iedere burger - en natuurlijk iedere kunstenaar - het bestaan van verschillende culturen in zijn omgeving moest erkennen en er uiteindelijk rekening mee moest houden. Het impliceerde in de eerste plaats respect voor de Ander, de vreemdeling, de immigrant met een andere politieke, religieuze, economische of kunstzinnige achtergrond.

9 november 1996: De noodzaak tot pluralisme:
Inleiding (Dragan Klaic)
Samenvatting
Allister Sparks
Josette Feral
Discussie panel
Een nieuwe mondiale ethiek
pijltje.gif (179 bytes) Een door media overspoelde wereld
pijltje.gif (895 bytes) Algemene Inleiding

Hoewel het begrip een positieve lading had, leidde het tot een naast elkaar bestaan van culturen (zo is er wel eens gesproken van het 'Canadese moza´ek') in plaats van interactie tussen culturen. Daarom werd het begrip 'multiculturalisme' vervangen door 'interculturalisme', dat ik hier niet zal trachten te definiŰren. Ik wil er echter wel de nadruk op leggen dat het begrip 'interculturalisme' veel verder gaat en interessantere aspecten heeft dan het concept 'multiculturalisme': tussen culturen bestaat wederzijdse frictie, interactie en uitwisseling.

Daarom zal ik hier niet spreken over cultureel pluralisme, maar over interculturalisme. Het laatste impliceert het eerste, maar heeft als toegevoegde waarde dat verschillende culturen nooit onveranderd naast elkaar blijven bestaan, maar zich altijd zullen vermengen of zich tegen elkaar verzetten.

Wat is de rol van de kunst vanuit dit bredere perspectief? Hoe kan de kunst als model dienen voor de integratie van verschillende culturen? Dit waren de vragen die zich aandienden. Vanuit mijn eigen ervaring met het toneel zal ik trachten deze vragen te beantwoorden aan de hand van enkele experimenten die door kunstenaars uit Quebec zijn uitgevoerd. Ik ben me ervan bewust dat deze experimenten niet nieuw of uniek zijn, maar ze kunnen hier wel dienen om aan te geven met welke vragen we in dit verband te maken hebben.

"
Misschien is de waarde van de kunst, naast het primaire esthetische belang ervan, wel daarin gelegen dat kunst voortdurend testcases biedt waardoor een cultuur kan bewijzen ernst te maken met pluralisme

"
Ria Lavrijsen
Ik zal ook proberen te analyseren hoe de kunst in een land een afspiegeling is van het culturele klimaat in een bepaalde stad, provincie of staat. Anders gezegd: hoe de interpretatie van verschillende manieren van kunstbeoefening kan reflecteren wat er in de samenleving als geheel aan de hand is.

Uiteraard is de belangstelling voor andere culturen niets nieuws, noch in Europa of Amerika, noch in AziŰ of Afrika. Zoals de afgelopen dagen meer dan eens is gezegd, is deze interesse, die altijd al heeft bestaan, versterkt door de ontwikkeling in de massamedia, de toename van de mobiliteit en de vele beurzen en festivals waardoor we kennis kunnen nemen van heel verschillende cultuuruitingen. Deze belangstelling is hoogstens de moderne versie van wat al eeuwenlang heeft bestaan; denk aan de geschriften van de jezu´eten over hun reizen naar India en China, de boeken van Montesquieu, Artaud, Stanislavski, Brecht en Mnouchkine, en de verslagen van vele anderen die reizen naar het Verre Oosten hebben gemaakt. Vanaf het allereerste begin is de moderne kunst sterk be´nvloed door kunstuitingen uit andere culturen; dit geldt zowel voor de schilderkunst (bijvoorbeeld Picasso en de Afrikaanse kunst) als voor dans en muziek (bijvoorbeeld Martha Graham, Cage en Kaprow). Wanneer theaterkunstenaars als Ariane Mnouchkine, Peter Brook, Liz Lecompte, Reza Abdoh, Peter Sellars of Lee Breuer kunstzinnige vormen en tradities aan andere culturen ontlenen, doen ze niets anders dan voortbouwen op wat altijd al de basis is geweest van de kunst: haar vermogen om verschillende invloeden te absorberen, waardoor ze wordt versterkt en in haar ontwikkeling gestimuleerd.

Nieuwsgierigheid naar andere culturen is dus niets nieuws, net zo min als wederzijdse aanpassing en verschillende cultuuraspecten aan elkaar ontlenen. Laat me herhalen: dit is de essentie van kunst. Het 'proces van bewustwording', dat gepaard gaat met zowel het fenomeen als met de theorie en de kritische analyse ervan, is echter wel iets nieuws. De behoefte om de redenen te begrijpen van culturele overdracht, kruisbestuiving en uitwisseling lijkt momenteel overal te bestaan.

"
Bijdragen aan de wereldliteratuur, de muziek en de kunst ontstaan niet alleen in New York, Londen, Liverpool of Parijs, maar ook in Bombay, Rio de Janeiro, Ouagadougou en Seoul

"
Rapport 'Onze creatieve diversiteit'
Persoonlijk ben ik van mening dat bepaalde aspecten van cultureel pluralisme onbewust plaatsvinden in de geest van de kunstenaar en in zijn werk tot uitdrukking worden gebracht. Hij hoeft niet de vooropgezette bedoeling te hebben om multicultureel te werken, maar aangezien hij in deze tijd leeft en kunst voortkomt uit problemen die in de realiteit spelen, werkt de realiteit waarmee hij in het dagelijks leven wordt geconfronteerd door in zijn werk, waarin het - getransformeerd - tot uitdrukking komt. Zoals we weten, zijn de beste kunstzinnige uitingen niet politiek, ze zijn niet bedoeld om grote nadruk te leggen op een bepaald probleem of ideologie. Ze kunnen er echter wel naar verwijzen en er zelfs in belangrijke mate door zijn gevormd. Ieder kunstwerk heeft zijn wortels in het macro-sociale.

Kunst staat precies op het kruispunt waar de individualiteit, de subjectiviteit van de kunstenaar en de pluraliteit van de culturen om hem heen samenkomen. Een kunstwerk bewerkstelligt de osmose van deze entiteiten. Het stelt de kunstenaar in staat om voor zichzelf de realiteit van het leven te herinterpreteren, om de tegenstrijdigheden daarin aan het licht te brengen, te onderzoeken en antwoorden te formuleren. Met andere woorden: de kunstenaar laat een aantal verborgen aspecten zien van zowel de maatschappij als van zichzelf.

Om hiertoe in staat te zijn, dient hij zichzelf te analyseren en zijn plaats in de cultuur te bepalen. Hij moet niet alleen nadenken over zijn eigen geschiedenis en achtergrond, maar ook zijn oorsprong onderzoeken en analyseren om zo zijn eigen culturele positie te bepalen en beter in staat te zijn mogelijke raakpunten te identificeren. Samengevat: hij moet klaarheid brengen in zijn eigen analytische en creatieve context. Dit zullen we de micro-sociale dimensie noemen.

We zouden dus kunnen zeggen dat een kunstwerk precies op het snijvlak staat van deze twee dimensies: het macro-sociale en het micro-sociale.

Op het gebied van de kunst, het onderwerp dat hier ter discussie staat, is het belangrijkste aspect van het begrip interculturalisme dat het vereist dat wij, toeschouwers en kunstcritici, onze eigen positie in de geschiedenis opnieuw evalueren in relatie tot het betrokken kunstwerk, de kunstzinnige gebeurtenis tegen haar eigen achtergrond plaatsen, dat wij het werk contextualiseren op basis van de manier waarop het culturele thema's of kunstzinnige praktijken integreert en onze relatie tot externe invloeden aan hernieuwd onderzoek onderwerpen.

Hoe verloopt het proces waarbij de ene cultuur aspecten aan de andere ontleent? Lee Breuer zegt hierover:

'Het kost me grote moeite in grote lijnen weer te geven wat het wil zeggen om in het theater intercultureel te werken. Er bestaat een groot aantal deelopvattingen, die in twee categorieŰn kunnen worden ingedeeld. Allereerst de categorie die we kunnen samenvatten in de opmerking: 'Ik hou van de wereld en de wereld houdt van mij, laten we samen intercultureel feest vieren', ten tweede de categorie die de nadruk legt op westers cultureel imperialisme, dat wil zeggen dat we iedere cultuuruiting die we te pakken kunnen krijgen stelen en vervolgens verkopen.'(1)

Uit dit citaat blijkt dat verschillende culturen samenbrengen noch een eenvoudig, noch een neutraal proces is. Het heeft een zekere maatschappelijke betekenis. En ook de manier waarop het wordt gedaan heeft een maatschappelijke betekenis. Iedere verklaring over interculturalisme (of cultureel pluralisme) is dan ook in wezen politiek en noodzaakt ons om een standpunt in te nemen.

Omdat interculturalisme iets nieuws is en dus nieuwe vragen oproept, dienen we de legitimiteit van het proces opnieuw ter discussie te stellen. Interculturalisme vooronderstelt dat het ontlenen van kunstuitingen aan een andere cultuur, zelfs als dit artistiek verantwoord is, een politiek standpunt uitdrukt dat als vaststaand wordt aangenomen. Om de uitwisselingsrelatie tussen culturen goed in kaart te kunnen brengen, is het noodzakelijk om zeer nauwkeurig na te gaan hoe dergelijke kunstuitingen in de 'vreemde' cultuur ge´ntegreerd raken en hoe ze zich blijven verhouden tot de cultuur waaruit ze afkomstig zijn.

Op het gebied van de kunst zijn er twee soorten reacties te onderscheiden op het proces van cultureel pluralisme of interculturalisme: de eerste zal ik 'euforisch' noemen, de tweede 'dysforisch'. De eerste groep is van mening dat er een basis voor een mondiale cultuur aan het ontstaan is. Hiertoe behoren kunstenaars als Eugenio Barba en Peter Brook, die op het Veertigste Congres van het Internationaal Theater Instituut van de UNESCO hebben opgeroepen tot

'een theatervorm die is gebaseerd op de vermenging van tradities (inclusief acteurs uit verschillende culturen en met verschillende talen, die in dezelfde voorstelling optreden). Door voorstellingen waarin elementen uit verschillende culturen zijn vermengd, wordt het publiek geconfronteerd met zowel de specifieke als de universele waarheid.'(2)

Als we cultureel pluralisme (interculturalisme) volgens deze benadering willen bevorderen, zullen we moeten erkennen dat we onze geestelijke attitudes dienen te verbreden, dat we ons bewuster moeten worden van het feit dat onze buren anders zijn, en dat we beter moeten leren luisteren naar anderen. Het werk van veel theaterkunstenaars, onder wie Robert Lepage, Peter Sellars, Ping Chong en Reza Abdoh, valt in deze categorie.

Het tweede type reactie - de dysforische, die we niet mogen onderschatten - is afkomstig van onderzoekers die vrezen dat cultureel pluralisme in de praktijk zal betekenen dat de meerderheidscultuur zich andere culturen en tradities (dikwijls van minderheden) onrechtmatig zal toe-eigenen zonder daar iets tegenover te stellen. Ik citeer hier de mening van Carl Weber, hoewel ik ook citaten had kunnen gebruiken van Una Chauduri, Rustom Bharucha, Daryl Chin en Richard Schechner:

'In al deze prachtige utopische ideeŰn lijkt de realiteit van de commercie in het hedendaagse "transculturalisme" te worden ontkend... Internationale festivals met toneelvoorstellingen en andere podiumkunsten zijn evenzeer handelsbeurzen als culturele evenementen...

Een groot aantal transculturele projecten waarin wordt geprobeerd aspecten van een autochtone met die van een buitenlandse cultuur te combineren, vermengen of versmelten - hoe je het ook maar wilt noemen - resulteren in voorstellingen die de uitheemse component gebruiken als een smakelijk sausje om iets wat allang bekend is weer verteerbaar te maken... Ze lijken daarbij weinig of geen respect te hebben voor de historische en culturele achtergronden van het gekozen materiaal. Toch is het in de context van kunst absoluut noodzakelijk dat men zich bewust is van de historische en sociale achtergronden van een bepaalde cultuur, en de wijze waarop die worden uitgebeeld in kunstwerken. Het negeren van dergelijke achtergronden, en van de ideologie die eruit naar voren komt, leidt onvermijdelijk tot een disharmonische mengelmoes van inheemse en uitheemse elementen die in laatste instantie "weigeren te versmelten", en waarvan de som veel minder is dan de afzonderlijke delen.'(3)

Het is onmogelijk om de bovengenoemde bedenkingen naast ons neer te leggen en de zorg die eruit spreekt simpelweg af te doen met het antwoord dat kunst zich altijd al heeft ontwikkeld door elementen aan andere culturen te ontlenen. Integendeel, zulke kritiek zou ons moeten aanmoedigen om zorgvuldiger om te gaan met het fenomeen van interculturalisme en om na te denken over wat dit op sociaal, politiek en esthetisch niveau inhoudt. We moeten dan ook duidelijk en voorzichtig zijn, en ook ons eigen gedrag aan onderzoek onderwerpen.

Lee Breuer vraagt zich af waarom het plotseling noodzakelijk is geworden andere culturen in de onze te integreren. Hij vraagt 'waarom deze neiging tot integratie van culturen eigenlijk bestaat. Wie wordt er beter van? In wiens voordeel is het? Wie zegt er "Laten we integreren?" Als we naar het uiteindelijke doel van interculturalisme kijken, is enig cynisme op zijn plaats.' Hij voegt er echter aan toe: 'Ik voel me ook sterk betrokken bij mensen die zeggen dat culturen gemeenschappelijk kunnen zijn, zonder dat de kracht ervan tijdens het proces van uitwisseling verloren raakt'(4)

Met andere woorden: dualiteit en ambigu´teit zullen altijd bestaan. Iedere studie van interculturalisme dient hier rekening mee te houden; doet men dat niet, dan verdwijnt een belangrijk aspect ervan. Het spreekt vanzelf dat studie van interculturalisme in de kunst binnen een 'politieke' context moet worden uitgevoerd. Als de nadruk blijft liggen op het beschermen van de integriteit van de kunst buiten haar relatie tot de samenleving om, zou de kunst wel eens de werkelijke uitdaging van wat zij vertegenwoordigt kunnen missen.

real audio fileAangezien ik ben gevraagd om te spreken over de situatie in Canada, en met name in Quebec, wil ik allereerst zeggen dat in Quebec (en natuurlijk ook in Canada) de interculturele factor altijd al een rol heeft gespeeld. Canada wordt dikwijls een immigratieland genoemd. Het grenst aan de Verenigde Staten, maar verschilt toch van dit land; Canada heeft altijd een duidelijk herkenbare eigen cultuur gehad.

Het artistieke leven in Quebec weerspiegelt dit culturele pluralisme; er bestaat een aantal multiculturele projecten. Sommige toneelgezelschappen zijn geheel samengesteld uit leden van specifieke etnische groepen (zoals Grieken, Ha´tianen, Portugezen, Vietnamezen, Latijns-Amerikanen en Italianen), maar er zijn ook gezelschappen waarvan de leden afkomstig zijn uit verschillende culturen en rassen en een verschillende huidskleur hebben (bijvoorbeeld Gilles Maheu en Carbone 14, Robert Lepage en Ex-Machina, Paula de Vasconcelos en Pigeon International, Jean Asselin en Omnibus, Alberto Kurapel en Arts Exilio).

We mogen niet vergeten dat er naast het ge´mporteerde multiculturalisme ook een binnenlandse vorm van multiculturalisme bestaat, omdat de Canadese identiteit gekenmerkt wordt door tweetaligheid: er wordt Frans en Engels gesproken. De relatie tussen beide groepen is niet altijd even harmonieus, maar ze kunnen naast elkaar bestaan dank zij wederzijdse - en soms onnatuurlijk aandoende - tolerantie. Hier komt nog een derde groep bij, wier lingu´stische identiteit is gebaseerd op haar culturele identiteit: die van de oorspronkelijke bewoners van ons continent. Dit laatste wordt vaak vergeten.

Vormen al deze culturen samen een in cultureel opzicht pluralistische maatschappij? Dat hangt af van wat we daaronder verstaan. Als we met cultureel pluralisme een vreedzaam samenleven van verschillende kunstzinnige tradities bedoelen, zoals de Aziatische, Afrikaanse, Zuid- en Noord-Amerikaanse, kunnen we deze vraag bevestigend beantwoorden: er bestaan in Canada vele voorbeelden van dit soort kunstzinnige experimenten.

Dit zijn ofwel teksten van recente immigranten die hun eigen cultuur willen uitdragen en deze bekend willen maken aan het publiek, ofwel voorstellingen waarbij kunstenaars met heel verschillende culturele achtergronden samen op het toneel staan.

1.
In het eerste geval zijn de teksten een weergave van de eigen traditie van de toneelschrijvers en hun kijk op de gewoonten waaraan ze zich na hun aankomst in Canada moesten aanpassen. Er blijkt ook uit welke gewoonten ze moesten opgeven en welke problemen ze hadden om zich aan te passen aan een nieuw land en een nieuw leven. Enkele voorbeelden zijn de Italiaan Marco Micone en drie Libanezen: Abla Farhoud, Wadji Mouawad en Khaldoun Iman.

Dergelijke toneelschrijvers streven ernaar interculturele thema's op het toneel te brengen voor een publiek dat daar dikwijls niets van af weet. Deze stukken zijn in de eerste plaats van belang omdat ze het publiek in contact brengen met andere culturen - die van ontwortelde immigranten die zich moeten aanpassen aan de cultuur van hun publiek.

Hoe interessant een dergelijke aanpak ook is, we moeten er zeer voorzichtig mee zijn, om te voorkomen dat deze stukken worden gepresenteerd als een manier om andere culturen, die worden voorgesteld als iets vreemds en exotisch, te leren kennen. Dit kan alleen worden voorkomen als de tekst bijzonder sterk is en als de thema's worden neergezet door zeer getalenteerde spelers.

Vanuit de huidige modieuze voorkeur voor interculturalisme zijn er veel overheidsprogramma's opgezet om dergelijke interculturele voorstellingen te stimuleren en immigranten-schrijvers in Quebec grotere bekendheid te geven. Hoewel dit een legitiem streven is, moeten we er attent op blijven dat we altijd dezelfde kwaliteitscriteria hanteren, onafhankelijk van de afkomst van de toneelschrijver en de behandelde thema's.

In deze categorie vallen ook stukken die zijn ge´nspireerd op de indiaanse cultuur, zoals die van Yves Sioui Durand, een Canadese indiaan wiens werk is gebaseerd op de mythologie van zijn voorouders; het verwijst onder andere naar rituelen uit hun traditie.

Deze producties worden dikwijls opgevoerd tijdens festivals. Hoewel ze niet van belang zijn ontbloot, zijn ze niet bijzonder relevant voor de discussie over interculturalisme, aangezien ze het kunstwerk transformeren tot een exotisch object, dat vooral segregatie tot gevolg heeft. De toeschouwer beleeft dergelijke producties meer als een uitnodiging om kennis te maken met de indiaanse cultuur dan dat ze worden gezien als kunstvorm, waarvan de kunstzinnige waarde kan worden beoordeeld.

2.
In stukken die in de tweede categorie vallen - het kunstzinnige experiment - komen op hetzelfde podium en tijdens dezelfde voorstelling kunstenaars samen met een verschillende culturele achtergrond. Zo voeren Gilles Maheu en Marianne Ackerman stukken op waarin tijdens ÚÚn voorstelling zowel in het Frans als het Engels wordt gesproken.

Deze producties roepen op tot culturele integratie en onderstrepen daarmee de fundamentele dualiteit van de Canadese samenleving, een land met een Januskop waarin de twee culturen naast elkaar bestaan zonder ooit echt te integreren. Het is echter opvallend dat er in de kunst, waar scheidslijnen dikwijls minder rigide zijn dan in andere sectoren van de samenleving, zo weinig voorbeelden van samenwerking tussen Frans- en Engelstalige Canadezen zijn te vinden.

Dergelijke producties veranderen de fundamentele dualiteit van de Canadese gemeenschap weliswaar niet, maar door beide groepen samen op te laten treden, waarbij ze een dialoog aangaan, veranderen ze wellicht onze kijk op de maatschappij, wat tot gevolg kan hebben dat we niet alleen de verschillen met de ander erkennen, maar ook diens onvermijdelijke aanwezigheid. Vanuit dit standpunt bezien kunnen zulke voorstellingen vrij veel invloed hebben op het gebied van mentaliteitsverandering.

3.
Sommige podiumkunstenaars maken niet alleen gebruik van de twee officiŰle Canadese talen, maar ook van vele andere. Een voorbeeld is Robert Lepage, die in zijn voorstellingen (The Seven Branches of the Ota River of The Dragon Trilogy) bijvoorbeeld gebruik maakt van Chinees, Hebreeuws en Japans. Het gebruik van dergelijke talen gaat gepaard met de integratie van elementen uit culturen van mensen die min of meer recent naar Canada zijn geŰmigreerd, zoals de Chinezen, Spanjaarden en immigranten uit Latijns-Amerika. In The Dragon Trilogy, een lang verhaal over het leven van twee meisjes, dat begint met hun kindertijd in een van de Chinese wijken van Montreal, hebben de hoofdpersonen een verschillende etnische achtergrond, namelijk Chinees, Quebecois, Frans en Engels.

The Seven Branches of the Ota River is ook een lang verhaal. Het gaat over een Amerikaanse soldaat die verliefd wordt op een Japanse vrouw, hun nakomelingen, en een aantal mensen die ze tijdens hun leven ontmoeten. Dit alles is vermengd met verhalen over een Tsjechisch meisje dat uit een concentratiekamp ontsnapt en een ster wordt, terwijl enkele van haar vrienden in Amsterdam aan aids sterven. Natuurlijk komen er nog veel meer personages in het stuk voor, zoals een boeddhistische monnik, een Canadese journalist en een Amerikaanse huisbazin.

Lepages stukken vatten de huidige toestand in de wereld samen - een podium waarop alle culturen zich vermengen en onderlinge uitwisseling plaatsvindt. Na het zien van dergelijke stukken lijkt het alsof geografische grenzen nauwelijks meer bestaan, behalve als een politiek stadium dat iedereen die in een land arriveert moet doorlopen. Lepages werk maakt ons vertrouwd met het Andere, met de Ander, met het Anders-zijn. Verschillende culturen lijken plotseling bekend en echt. Al die personages die met hun grote verschillen ten tonele worden gevoerd, lijken veel gemeen te hebben met elk lid van het publiek.

Op dit niveau ontlenen Lepage en anderen verhalen aan andere culturen - culturele elementen die ze in hun vertelling weven. Aangezien deze vorm van interculturalisme eigen werken schept, worden culturele scheidslijnen overstegen en verschillen ge´ntegreerd. Interculturalisme wordt transcultureel, wat wellicht een verklaring is voor het enorme succes dat deze voorstellingen niet alleen in Quebec hebben gehad, maar ook in vele andere westerse en niet-westerse landen, zoals Zweden, Groot-BrittanniŰ, Frankrijk en Japan.

4.
Het vierde en laatste voorbeeld van interculturele podiumkunst heeft te maken met het in ÚÚn voorstelling samenbrengen van kunstenaars met zeer verschillende culturele achtergronden. Dit wordt onder andere al enkele jaren gedaan door Ariane Mnouchkine, Peter Sellars, Peter Brook, Reza Book en vele anderen. Deze kunstenaars brengen binnen hun eigen gezelschap cultureel pluralisme in de praktijk. De acteurs blijven zeer herkenbaar verbonden met hun culturele achtergrond; ze houden hun accent en de meeste andere verschillen. Soms betekent dit dat het publiek niet alles kan volgen, zoals dikwijls het geval is in de voorstellingen onder regie van Peter Brook, of zoals in de voorstelling van Les Atrides, die Ariane Mnouchkine in Montreal gaf. Een toeschouwer die zich stoorde aan het soms onverstaanbare accent van de spelers riep de woede van Mnouchkine op. Zij vond zijn opmerking zeer ongepast, onbeschoft en onjuist. Hieruit blijkt hoe vertekend onze blik is wanneer we naar toneel kijken en luisteren. Deze vertekening is niets anders dan de vertekende blik die we ook in het dagelijks leven hebben.

Pogingen om dergelijke wrijvingen te verminderen en de pluraliteit van culturen - met respect voor hun verschillen - als iets gewoons te presenteren, zijn niet alleen noodzakelijk en toe te juichen, maar zijn in het hedendaags werk zelfs onontkoombaar. De kunstenaar heeft op dit gebied een heel speciale verantwoordelijkheid.

Er zijn veel meer vormen van cultureel pluralisme. Ik zal ze niet behandelen omdat ze alleen te maken hebben met de praktijk van kunst zelf; dat wil zeggen dat er elementen worden ontleend aan andere culturen, bijvoorbeeld oosterse speltechnieken, rituelen en dansen, een latente invloed gebaseerd op oosterse filosofie en spiritualiteit. Deze zouden apart moeten worden bestudeerd en in het verband van het kunstwerk waarin ze zijn ge´ntegreerd. Het staat wel vast dat deze kunstvormen bijdragen aan cultureel pluralisme, maar ze gaan veel verder: ze veranderen de manier waarop kunst wordt gemaakt. Dit soort invloeden is altijd de essentie geweest van kunst. Ze vallen buiten ieder politiek kader.

"
Niet alleen de Amerikaanse televisie is overal ter wereld populair. Hetzelfde geldt voor Engelse popgroepen, Japanse cartoons, Venezolaanse en Braziliaanse soap series, kungfu-films uit Hongkong en Indiase films in de Arabische landen

"
Rapport 'Onze creatieve verscheidenheid'
   
 

Challenges of a media-rich world