diversitykopklein.gif (3746 bytes)
Thema's: Onze creatieve verscheidenheid
A new global ethics
De noodzaak tot pluralisme
Een door media overspoelde wereld
recasting cultural policies
/nlen300-26.gif (335 bytes)
Opening

Aad Nuis, Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, Nederland

Dames en Heren,

Mede namens de Minister van Ontwikkelingssamenwerking, Jan Pronk, heet ik u van harte welkom. Dat betreft u, publiek, maar met name ook degenen die ons zullen gaan toespreken en met ons in discussie zullen gaan.

conferentienuis.jpg (7316 bytes)We hebben één iemand in ons midden die wel heel deskundig is op het terrein van het werk van de Wereldcommissie voor Cultuur en Ontwikkeling, mevrouw Lourdes Arizpe. Zij immers heeft deel uitgemaakt van de Wereldcommissie en zal ons dus ook de blik achter de schermen kunnen geven en vertellen wat de commissie níet aan het papier heeft toevertrouwd. Ook nu, als Assistent Directeur-Generaal Cultuur van UNESCO, is zij zeer nauw betrokken bij het vervolg dat zowel op internationaal als nationaal niveau aan het rapport wordt gegeven. Door haar aanwezigheid komt de Nederlandse conferentie in een bredere context te staan.


conferencekop_nl.gif (2491 bytes)

Algemene inleiding
Samenvatting
Openingstoespraak door Aad Nuis
Lezing door Lourdes Arizpe
Paneldiscussie
Een nieuwe mondiale ethiek
pijltje.gif (179 bytes) De noodzaak tot pluralisme
pijltje.gif (179 bytes) Een door media overspoelde wereld
Afsluiting
sprekers [EN]

Uit de dankbetuigingen van de commissie aan het einde van het rapport blijkt dat veel van de genodigde sprekers door de commissie zijn geraadpleegd als deskundige wat betreft de thema's die de commissie aansnijdt. Of dat betekent dat zij zich nu kunnen vinden in de conclusies van het rapport, zullen zij naar ik aanneem gedurende de conferentie wel onthullen.

Vanaf het allereerste moment dat er sprake was van de instelling van een Wereldcommissie voor Cultuur en Ontwikkeling heeft Nederland benadrukt dat het werk van de commissie zou moeten resulteren in een rapport, niet louter gericht tot de internationale gemeenschap maar ook bruikbaar op nationaal niveau. Minister Pronk en ik zien het dan ook als onze taak om de inhoud van het rapport onder de aandacht te brengen van Nederlandse vertegenwoordigers van kunst en cultuur, wetenschap en media en om met hen - met u dus - te discussiëren over de betekenis ervan voor Nederland. Met het festival hopen we de kracht van cultuur ook voelbaar te maken met méér dan woorden en discussies.

In het vervolg van mijn betoog wil ik trachten een brug te slaan tussen het rapport van de Wereldcommissie voor Cultuur en Ontwikkeling en de Nederlandse situatie, om daarmee als het ware een voedingsbodem te creëren voor de lezingen die u de komende dagen gaat horen en om u nu al te prikkelen voor de discussies.

Nog maar een paar decennia geleden zou het een hele klus zijn geweest een rapport als dat van de Wereldcommissie voor Cultuur en Ontwikkeling te vertalen naar de Nederlandse situatie. Vreemde culturen stonden voor veel mensen ver van hun bed. Daarover las of hoorde je in geïllustreerde tijdschriften of het Polygoon journaal, het was nog maar de begintijd van de televisie. Achteraf beschouw ik het nog steeds als een zeer gelukkige omstandigheid dat ik die periode -eind jaren vijftig- de kans kreeg langere tijd te verblijven in Jamaica en zo ondergedompeld werd in een cultuur in de groei. Ik heb er de reggae als het ware horen en zien ontkiemen. In die tijd bestond het deelnemen aan het culturele leven voor de meeste Nederlanders uit het lezen van een goed boek en het bezoek in een keurig pak aan schouwburg of museum. Natuurlijk had je ook toen al jazz-liefhebbers en luisteraars naar wereldmuziek, die toen nog volksmuziek heette. Je had jonge kunstenaars die nieuwsgierig naar de buitenwereld keken; je had Cobra, experimenten in poëzie en muziek. Maar het was nog een klein en maar zeer ten dele begrepen groepje.

Nu ligt dat anders. De meest uiteenlopende culturen drukken hun stempel op onze samenleving. De Marokkaanse slager, het Ethiopische eethuisje, het Turkse cabaret, de Surinaamse kawinaband. Zoals ik in de cultuurnota, die ik onlangs aan de kamer aanbood, heb geschreven: Nederland is in zeer korte tijd zeer kleurrijk geworden. In die zin is cultuur in Nederland veel meer dan in het verleden het geval was, een afspiegeling van de wereld. Dat geldt ook voor de problemen en vragen die een bont palet van culturen oproept. Als u het goed vindt, lees ik nu even voor uit eigen werk, de Cultuurnota:

"
In multiculturele samenlevingen (en dat zijn tegenwoordig de meeste) is de afname van binnenlandse sociale en culturele conflicten op de lange termijn afhankelijk van de verbreding van de economische basis, waardoor de werkgelegenheid toeneemt en de levensstandaard stijgt. Maar het valt ook niet te ontkennen dat het economische ontwikkelingsproces zelf sociale en culturele conflicten kan creëren of doen oplaaien

"
Rapport 'Onze creatieve verscheidenheid'


'Met een souplesse die altijd een opvallende karaktertrek van onze cultuur is geweest, wordt het vreemde allengs opgenomen in wat we gewoon vinden. Niettemin dreigt een situatie waarin de verschillende culturele tradities en hun dragers geïsoleerd naast elkaar bestaan, waardoor wederzijdse weerstand en achterdocht het gaan winnen van vruchtbare onderlinge wisselwerking. Evenals voor andere beleidsterreinen, is ook voor het cultuurbeleid nader onderzoek naar de grote beleidsvragen op het terrein van de sociale cohesie van eminent belang. Het is noodzakelijk dat ook de culturele dimensie van het vraagstuk voldoende aandacht krijgt.'

Als ik u gezegd zou hebben dat dit een citaat was uit het rapport van de Wereldcommissie zou u mij waarschijnlijk ook geloofd hebben. De uitspraken en constateringen van de Wereldcommissie over de mondiale situatie met betrekking tot cultuur vertonen in dit opzicht een grote gelijkenis met wat zich binnen het Nederlandse cultuurbeleid afspeelt :

'Pluralisme is geen doel op zich. De erkenning van verschillen is bovenal een voorwaarde voor dialoog, en daarmee voor de vorming van een veelomvattender eenheid van verschillende mensen. Ondanks de problemen staan we voor een onontkoombare verplichting: er moeten wegen gevonden worden om een nieuwe vorm van pluraliteit te verenigen met algemeen burgerschap.'

De opgave dat hier naar de voorgrond treedt is dus hoe ervoor te zorgen dat culturele verscheidenheid en culturele verschillen niet ontaarden in fragmentatie, sociaal en cultureel isolement en maatschappelijke conflicten.

In het rapport klinkt ten aanzien van culturele pluriformiteit een ondertoon van voorzichtigheid door; het pleit voor consensus en gemeenschapszin. Vanuit die gedachte komt de commissie tot haar pleidooi voor een nieuwe mondiale ethiek. Door mondiale waarden te ontwikkelen en te hanteren komt men tot een gemeenschappelijke noemer waarin iedereen zich kan vinden. Bij deze mondiale waarden gaat het om mensenrechten, democratie, bescherming van minderheden en vreedzame oplossing van conflicten. Zonder respect voor algemeen aanvaarde waarden is een echte culturele dialoog onmogelijk. De conclusies van de commissie op dit punt acht ik van groot belang. Helaas zijn ze niet onomstreden. Zeker, men moet realistisch zijn en ik begrijp goed dat de omvang en reikwijdte van voor iedereen aanvaardbare en geldende normen en waarden niet anders dan beperkt kan zijn. Niettemin valt aan sommige uitgangspunten niet te tornen. Ik vind het zorgelijk dat bij de bespreking van het rapport van de Wereldcommissie zowel in VN-verband als bij UNESCO met name het punt van de mondiale ethiek zoveel weerstand oproept. Ik zie het als een belangrijke opgave voor de Directeur-Generaal van UNESCO om de kritiek op het rapport op dit punt te pareren. Krachten in de internationale gemeenschap die willen tornen aan fundamentele uitgangspunten als democratie en mensenrechten zijn bij UNESCO niet aan het goede adres.

De vraag hoe culturele verscheidenheid samen kan gaan met een gevoel van eenheid tussen mensen staat ook centraal in de cultuurnota. Toegespitst op de situatie in dit land heb ik in die nota gezocht naar manieren om raakvlakken tussen de verschillende culturen te laten ontstaan, zodat een multiculturele samenleving kan uitgroeien tot een interculturele. Dat wil zeggen: een samenleving waarin de verschillende culturen niet geïsoleerd naast elkaar bestaan maar met elkaar in dialoog treden en zodoende elkaar verrijken.

Om te beginnen speelt onderwijs hierin een cruciale rol. Zeker in de grote steden waar een groot deel van de scholieren van buitenlandse herkomst is, is de school de plaats waar de verschillende culturen met elkaar in aanraking komen en waar naast het gevoel van eigenwaarde ook begrip en tolerantie voor andere culturen worden gekweekt.

De Wereldcommissie is eenzelfde mening toegedaan. Men verwoordt die als volgt:

'....onderwijs (moet) respect bevorderen voor cultureel pluralisme waarin culturele verdraagzaamheid niet alleen is gebaseerd op passieve aanvaarding van het recht van andere culturele groepen, inclusief minderheden, maar ook op actieve en empathische kennis van die culturen, resulterend in wederzijds respect en begrip.'

Zorgelijk is het dan om in het Sociaal Cultureel Rapport 1996 te lezen dat de segregatie in het onderwijs in de jaren negentig is toegenomen. Allochtone en autochtone leerlingen gaan steeds meer gescheiden naar school. Nu moeten we natuurlijk niet de fout begaan om alle allochtonen over één kam te scheren. Ook binnen die categorie is weer sprake van een grote culturele verscheidenheid. Maar niettemin blijft een feit dat er steeds meer scholen zijn waar één bevolkingsgroep ontbreekt: kinderen wier grootouders ook al in deze delta woonden.

Die segregatie, deels voortkomend uit de ongelijke spreiding van allochtone en autochtone leerlingen over steden en wijken, werkt vervolgens ook weer maatschappelijke segregatie in de hand. En dat terwijl de basis voor een interculturele samenleving juist in het onderwijs gelegd moet worden.

Niet alleen scholen maar ook culturele instellingen moeten belangstelling voor andere culturen wekken. Zij hebben een belangrijke rol in het bevorderen van een interculturele samenleving. In dit opzicht verschil ik van mening met de wereldcommissie, die wel erg veel relativisme aan de dag legt als het gaat om het belang van wat, enigszins tendentieus, genoemd wordt de 'professionele cultuur'.

"
Nieuwsgierigheid naar andere culturen is dus niets nieuws, net zo min als wederzijdse aanpassing en verschillende cultuuraspecten aan elkaar ontlenen. Laat me herhalen: dit is de essentie van kunst

"
Josette Féral


'Op het gebied van kunst, wetenschap en technologie heeft de mensheid haar verbeeldingskracht veel succesvoller toegepast dan op het gebied van sociaal onderzoek en vernieuwing.'

schrijft de commissie en daarin klinkt een verwijt door naar de kunsten.

'Cultuurbeleid blijft dikwijls beperkt tot kunstbeleid, met exclusieve nadruk op het in artistiek en institutioneel opzicht hoogst bereikbare. Dit leidt tot een soort beleidshandicap, waardoor het debat onbedoeld wordt afgeleid van de steun voor verscheidenheid, keuzemogelijkheden en betrokkenheid, en zich beweegt in de richting van oeverloze debatten over 'Kunst met een grote K' versus volkskunst, professioneel versus amateuristisch, en over de vraag of kunstnijverheid, volkskunst en andere populaire vormen van kunst in aanmerking moeten komen voor steun.'

Ik vind dat een genuanceerder opvatting hier beter op zijn plaats is.

Individuele kunstenaars maar ook instituties als musea en bibliotheken, en niet te vergeten radio en televisie, hebben een eigen plaats in onze samenleving. In mijn optiek is het niet verstandig 'topcultuur' en de rest van het culturele leven zo tegenover elkaar te plaatsen. Zonder amateurs is een cultureel klimaat schraal maar datzelfde kan gezegd worden van een cultureel leven zonder schitterende toppen van individueel talent. Dit nog afgezien van de enorme sociale invloed die de kunsten hebben. 'Porgy and Bess' in The Metropolitan Opera House in New York is zonder twijfel van grote betekenis geweest voor de sociale acceptatie en zelfwaardering van de zwarte bevolking in de Verenigde Staten. Mijn oude vriend Rex Nettleford, professor aan -hoe kan het anders- de universiteit van Kingston, Jamaica, heeft het eens mooi verwoord:

'Today the arts in the Americas are beginning to find their central place in the definition of self and society. The citizens of the United States are arguably held together less by the proven might of their nation's fire-power and more by their country's great achievements in the cinema, jazz and ...... vibrant language and literature... Here is an example of what happens when diverse cultures are allowed to interact dynamically.'

Een zelfde invloed op de sociale cohesie gaat ook weer uit van de amateuristische kunstbeoefening. De onbezoldigde museummedewerker, acteur en schilder dragen bij aan een maatschappelijk klimaat waarin cultuur niet alleen een vanzelfsprekend, maar ook een onmisbaar onderdeel is van het dagelijks leven. Alleen in zo'n klimaat kan de professionele cultuurbeoefening werkelijk gedijen.

Lange tijd hebben we in Nederland niet echt raad geweten met de positie van andere culturen. Gangbare opvattingen over goed en slecht werden ter discussie gesteld. Ik vind het belangrijk om migranten- of andere culturen niet buiten het culturele discours te plaatsen. In het verleden gebeurde dat wél, als bijvoorbeeld de cultuuruitingen van die culturen aan andere kwaliteitsnormen werden onderworpen. Dat werkt isolatie in de hand. Om te benadrukken dat de verschillende culturen deel uitmaken van het Nederlandse culturele leven, richt de aandacht van de overheid zich nu voornamelijk op cultuuruitingen die tot standkomen door vermenging van culturen en die hun weg vinden binnen bestaande instellingen of dat nu musea zijn, media of theatergezelschappen.

Ik heb met u een kleine reis gemaakt langs enkele thema's uit het rapport van de Wereldcommissie. Het is soms belangrijker op reis te zijn dan ergens aan te komen. Tijdens een reis beweeg je zelf en word je bewogen, hopelijk zelfs geraakt.

Voor mij is cultuur per definitie in beweging. Het is 'de kracht van cultuur' dat ze deze beweging tussen mensen en geesten oproept die nodig is in een interculturele samenleving. Niet voor niets zegt Goethe in zijn gedicht 'Natuur en Kunst' het volgende:

'Vergeefs zullen door niets gebonden geesten naar vervolmaking van het hoogste streven.'

Of zoals de Nederlandse dichter Dick Hillenius het zei:

'Een spin zonder web is een radeloze wandelaar'

Ik wens u toe dat u de komende dagen de middelpuntzoekende kracht van cultuur zult vinden en benutten.


menuzon_zonder_nl.gif (1059 bytes)