De Kracht van Cultuur - Home
Thema's: Onze creatieve verscheidenheid
A new global ethics
De noodzaak tot pluralisme
Een door media overspoelde wereld
recasting cultural policies

UNESCO en CNN: twee mediagiganten

Jean-Pierre Guépin

In 1971 was Claude Lévi-Strauss door de UNESCO uitgenodigd om het internationale jaar van de strijd tegen het racisme te openen met een grote lezing. Het werd, zoals hij dat zelf noemt in het voorwoord van de bundel essays waar de lezing in staat afgedrukt: 'un assez joli scandale'. De toenmalige directeur van de UNESCO, René Maheu, misbruikte zijn welkomstwoord niet alleen om de blasfemieën van de wereldberoemde antropoloog bij voorbaat te ontzenuwen, maar ook om het tijdschema dusdanig in de war te schoppen dat de spreker tot coupures gedwongen zou worden, die het aantal abominaties zouden verminderen; aldus Lévi-Strauss zelf. Toch las hij heel rustig zijn hele lange lezing uit.1


pijltje.gif (895 bytes) Een door media overspoelde wereld
Samenvatting
Raymond van den Boogaard
Jean Pierre Guepin
Inleiding
pijltje.gif (895 bytes) Een nieuwe mondiale ethiek
pijltje.gif (895 bytes) De noodzaak tot pluralisme
pijltje.gif (895 bytes) Nieuw zicht op cultuurbeleid (EN)
1 Cl. Lévi-Strauss, Le regard éloigné, 1983, 'Preface', blz. 13-14 en de lezing, 'Race et Culture', als hoofdstuk 1 van de afdeling 'L'inné et l'acquis', blz. 31-36. Wat deed Lévi-Strauss voor verschrikkelijks? Hij verdedigde de culturele diversiteit, omdat die de concurrentie tussen groepen bevordert. Een beetje vreemdelingenhaat is gezond, vond Lévi-Strauss.

Hoe reageerde UNESCO naderhand? Heel aardig. De lezing werd afgedrukt in UNESCO's Revue internationale de Science Sociale en Lévi-Strauss is nu samen met twee Arabische prinsen en vier Nobelprijswinnaars erelid van de Commissie die vijfentwintig jaar na dato een boek schrijft over Culturele Diversiteit.

In het rapport van de Wereld Commissie voor Cultuur en Ontwikkeling (lees voortaan: de Commissie), dat ten grondslag ligt aan deze conferentie, is hoofdstuk vier gewijd aan 'Uitdagingen van een wereld rijk aan media'. Het antwoord van de Commissie op die uitdaging bevat een voorstel tot belastingheffing op commerciële TV-stations, om daarmee alternatieve publieke regionale of wereldwijde media te financieren to generate diversity of content.

2Our Creative Diversity, Report of the World Commission on Culture and Development, 1995, blz. 120-122. - 'Encouraging a diversity of voices' Als reden voor de belastingheffing geeft de Commissie dat wereldwijde commerciële TV-stations als CNN niet in staat zijn om een platform te bieden aan alle sectoren en niveaus van de maatschappij, terwijl er toch internationale systemen zouden moeten zijn, die beter de verschillende behoeften van alle mensen kunnen aanspreken.2 Is dit reëel?

Mijn antwoord luidt: nee. Een organistie als UNESCO, die samen met de Verenigde Naties de Commissie bijeen heeft gebracht, kan geen antwoord geven op een cultureel probleem dat niet met geld alleen kan worden opgelost en waar bovendien een serieuze partijenstrijd in het geding is.

Om de twee mediagiganten UNESCO - want is UNESCO niet zelf een mediabolwerk? - en CNN te kunnen vergelijken, moet ik eerst de overeenkomsten in het licht stellen. Ze zijn beiden tolerant. Die tolerantie is te danken aan het globale karakter van hun publiek. UNESCO en CNN bestrijken een breed publiek en moeten dus zoveel mogelijk mensen te vriend houden. In het geval van de UNESCO zijn dat de vertegenwoordigers van alle lidstaten; CNN heeft in elk land een vergunning nodig om de kabel te gebruiken. CNN zendt uit in de hele wereld en dus doet de leiding in Atlanta zijn best om in de keus van de presentatoren de voornaamste etnische groepen en de twee geslachten evenredig aan bod te laten komen. UNESCO en CNN kunnen zich kortom geen van tweeën radicale ideeën veroorloven.

Vroeger hield UNESCO de communisten te vriend. Dat leverde weinig problemen op, omdat liberalen het geloof in de universele gelijkheid en de mogelijkheid van vooruitgang van de mens met de in oorsprong ook progressieve communisten deelden. Maar openlijk partij kiezen voor communistische revoluties kon natuurlijk niet. Het oude beroep om de mensenrechten te respecteren en dus voor vrede te zijn is nog altijd valide, maar nu is er een universeel recht op verscheidenheid bijgekomen. En dat levert echte problemen op.

Nu een flink aantal leden van de VN islamitisch is, moet UNESCO compromissen sluiten met machtige lidstaten waarin mensen wonen die de westerse verlichtingsidealen verwerpen. Ze kunnen zich bij de UNESCO dus niet fel tegen de islam keren, net zo min als ze het zich vroeger konden permitteren om de communisten te schofferen.

Als je radicale standpunten wilt horen, gejuich bij een terroristische aanslag bij voorbeeld, dan moet je naar lokale, regionale of marginale bronnen in Ohio of Damascus. Hetzelfde geldt voor extreem geweld of porno. Ze worden niet uitgezonden door de grote televisiestations; je moet er voor naar videowinkels en boekhandels. Ook op Internet vind je alleen maar kleine aanbieders van ongewenste communicatie. Verbieden kun je ze niet, juist omdat de aanbieders zo klein en divers zijn. Je hebt er ook geen door de hele wereld gedeelde maatstaven voor.

R. Maheu, UNESCO in Perspective, UNESCO 1974, 'Introduction to the Analysis of Problems and Table of Objectives to be used as a Basis for Medium-Term Planning (1977-82)', blz. 119-120. Terug naar het conflict tussen Lévi-Strauss en de UNESCO. René Maheu bundelde in 1974 de basisdocumenten voor een Algemene UNESCO-conferentie onder de titel: UNESCO in perspective.3

De UNESCO - of Maheu - onderscheidde hierin vier probleemgebieden:

1) Human Rights,
2) Peace,
3) The advance of Knowledge - scientific and artistic creativity en
4) Population.

En hoewel Maheu bezweert dat zijn indeling niet hiërarchisch is en geen prioriteiten suggereert, is het duidelijk dat het idee van Lévi-Strauss hier ergens in het laatste hokje is gestopt, om nooit meer contact te krijgen met de andere probleemgebieden.

Wat is een probleem voor de UNESCO? Als iets een probleem is dan verschijnt het als begrotingspost. Er dient geld uitgetrokken te worden voor the fostering of the sense of responsibility in the use of the communication media; the improvement of educational content, methods and techniques; training of educational personnel; greater awareness ook voor methods of disarmament, die de superpowers moeten bewegen een einde te maken aan de bewapeningswedloop. Van alle problemen werd alleen dat probleem opgelost, door de overwinning van een van de deelnemers: een afloop die punt 2, Peace, ernstig bedreigt.

UNESCO was in 1974 en is nu nog trouw aan het verlichtingsideaal: meer kennis zou meer begrip opleveren. En dat begrip zou helpen bij de elimination van de vijanden: racisme, kolonialisme, neokolonialisme en apartheid. Die begrippen komen neer op ongelijkheid en ongelijkheid hoort niet bij the integral human being and the whole mankind.

Doet Creative Diversity dat dan wel? Hier ligt een conflict verborgen dat van tijd tot tijd uitbarst. Het meningsverschil tussen Lévi-Strauss en Maheu was daar al een voorbeeld van. Het conflict kan worden geformuleerd door het stellen van twee vragen: wat doe je met volgens algemene maatstaven van medemenselijkheid ongewenste gebruiken als slavernij en cliterodectomie? Wat helpt begrip je bij fanatici, die een beetje begrip voor hun standpunt opvatten als een concessie? In beide gevallen kom je niet ver als je wederzijds begrip nastreeft. In het eerste geval niet omdat je zelf begrip weigert, in het tweede omdat de ander dat begrip niet wenst op te brengen. En wat dat tweede geval betreft, geweld met begrip tegemoet treden leidt tot de paradox van het toekeren van de andere wang. Je kunt een weldaad eventueel weigeren, maar een wandaad niet zomaar. Want wie zijn vijand lief heeft, wordt het vanzelf met hem eens. Maar de UNESCO gelooft nog steeds in het heil van meer begrip voor de ander, in al zijn verscheidenheid.

4Our Creative Diversity, Action 2: Preparation of new culturally-sensitive development strategies, blz. 273. UNESCO kan maar niet geloven dat mensen elkaar al zo'n zeventienhonderd jaar, sinds de overwinning van het christendom, louter op grond van overtuigingen de hersens in slaan of andersdenkenden verbranden omdat ketterij is als een besmettelijke ziekte. Burgeroorlogen in Afghanistan, Burundi, Liberia, Rwanda, Somalia, Sri Lanka zijn volgens de door UNESCO bijeengebrachte Commissie between people, en worden veroorzaakt door lack of development of wrong models of development. 4

De burgeroorlog in Afghanistan is begonnen na een communistische revolutie (wrong model of development?) en wordt nu voortgezet door allerhande islamitische groepen die elkaar bestrijden omdat ze de Koran beter dan de andere hebben bestudeerd. De conflicten in de andere genoemde landen zijn conflicten tussen etnische groepen; van racisten onderling zou je kunnen zeggen.

De islam blijft ongemoeid, terwijl je uit oogpunt van mensenrechten en verlichting nu juist alle pogingen tot invoering van de middeleeuwse Sharia (middeleeuws islamitisch recht) zou moeten tegengaan. Maar ook in dit nieuwste rapport zijn ze daar niet duidelijk in. Vooral de sectie over geslachtelijke discriminatie heeft er moeite mee om tussen twee klippen door te roeien. De ene klip is het westers etnocentrisme van mensen die de gelijkheid van de vrouw bepleiten, de andere klip is de onprincipiële verdediging van een cultureel relativisme dat vrouwen hun basisrechten ontneemt in naam van de 'difference' (zie blz. 131 van het rapport)

De opstellers van het rapport 'Our Creative Diversity' kunnen niet kiezen. Als ze overtuigingen tegenkomen die niet goed zijn in te passen in hun progressieve en emancipatorische uitgangspunten, dan betekent dat niet dat ze zich er tegen keren. Ze plaatsen er voorzichtigheidshalve maar een vraagteken bij: Religious revivalism: fanaticism or search of meaning?

Het fundamentalisme blijkt dan verklaard te kunnen worden als een zoeken naar betekenis in een harde wereld, een creatief antwoord op de identiteitscrisis, een terrein voor socio-culturele experimenten. Een professor in de vergelijkende godsdienstwetenschap vertelt ons aan het eind van de paragraaf over Religious revivalism (Our Creative Diversity, blz. 67-68) dat we een onderscheid moeten maken tussen een vredelievende meerderheid en een minderheid van extremisten. Einde analyse, geen woord over eventuele socio-culturele experimenten (doodseskaders, martelingen, precisiebombardementen?) om er weer van af te komen (blz. 67-68).

Het zou duidelijk moeten zijn dat je zulke problemen niet louter op grond van algemeenheden te lijf kunt gaan. Je kunt pas zinvol over een probleem praten als je de omstandigheden erbij in ogenschouw neemt. Je behandelt dan het voor en tegen van een concrete zaak (bijvoorbeeld het bevorderen van de Baskische cultuur of van gemengde huwelijken tussen joden en christenen) met inbegrip van alle leerzame debatten die eeuwenlang gevoerd zijn over zulk soort beperkte kwesties en over de concrete grenzen tussen wat op dat punt acceptabel is en wat niet, op grond van gedeelde algemene overtuigingen.

Als UNESCO, in navolging van de door haar ingestelde Commissie, het concrete debat weigert, dan is dat omdat er niet een door de hele wereld gedeelde interpretatie van de mensenrechten is en ook geen consensus over de praktische toepassing ervan.

Die zijn dan ook onbereikbaar en ongewenst, als we de culturele diversiteit in ere willen houden. Dat wisten we allang, alleen UNESCO weet het niet en met de UNESCO al die andere overheden en instellingen die tegen het racisme strijden en voor tolerantie in het algemeen. Vertel me waar de grens van mijn tolerantie hoort te liggen en wanneer ik het eens kan zijn met ingrijpen. Daar valt in zijn algemeenheid weinig over te zeggen en zelfs dat weinige zegt UNESCO niet. UNESCO is een volumineuze propagandamachine voor het geloof in de fundamenten van de westerse beschaving, maar doet nu ook nog of hij het eens is met de uitgangspunten van culturen die daar tegen zijn.

CNN gaat daarentegen stilzwijgend uit van dezelfde verlichte en optimistische beginselen en laat daarom de verschillende kanten zien van elke zaak. CNN brengt nieuws, UNESCO niet. CNN gaat uit van het juridisch/democratische model, UNESCO van het theologisch/filosofische.

UNESCO kan vreemde culturen alleen bevorderen na er de angel van onverdraagzaamheid uitgetrokken te hebben. Alle culturen worden bekeken met hetzelfde lodderoog van het Kantiaans interesseloses Wohlgefallen, een genoegen dat zich niet laat afleiden door morele, politieke of economische overwegingen. Of het nu gaat om de ruïnes van de bloedige Inca's, om de Europese monumenten van uitbuiting en imperialisme of om krijgsdansen, seksuele taboes en pottenbakkerij: primitieve gebruiken zijn net zo aardig als zeldzame plantjes en beestjes. Ze horen, zo heet het, tot het culturele ecosysteem.

UNESCO spreekt in algemene termen over cultureel erfgoed dat ontwikkeld moet worden. Cultural Heritage and Development dankzij A fair deal for the living heritage of crafts. Dit alles komt neer op subsidie voor de pittoreske mandjes en potjes van de Wereld Winkel (Our Creative Diversity, blz. 191).

De Aya Sofia in Constantinopel - tegenwoordig een UNESCO-monument - werd na de zege van het christendom opgetrokken uit de zuilen en ander materiaal van gesloopte tempels als provocatie jegens de heidenen. Na de val van Constantinopel werd hij in een moskee veranderd als provocatie jegens de overwonnen christenen en na de val van het Turkse Rijk werd hij, ingericht als museum, opnieuw een provocatie, nu voor de islamieten, die tandenknarsend moesten toezien dat de grootste moskee van de wereld betreden wordt door toeristen, met hun schoenen aan! De westerse esthetische houding is een uiting van minachting voor de ernst van godsdienstige of etnische overtuigingen. Het christelijk of mohammedaanse geloof wordt weggezuiverd en wat over blijft is een toeristische attractie.

Hoe zal UNESCO reageren als de Aya Sofia weer moskee wordt en de mozaïeken worden weggekalkt?

Dan komen die Arabische ereleden opeens van pas.


Jean Pierre Guépin (1929) is classicus, dichter en schrijver. Hij schrijft over twee onderwerpen: de retorica en de poëzie. Dit jaar publiceerde hij De vader van Jezus, De fantastische reis, Epinikta en De kussen van Janus Secundus.

 


Challenges of a media-rich world