De Kracht van Cultuur - Home
Thema's: Onze creatieve verscheidenheid
A new global ethics
De noodzaak tot pluralisme
Een door media overspoelde wereld
recasting cultural policies
(alleen Engels)

Uitdagingen van een door media overspoelde wereld
pijltje.gif (895 bytes) De zoektocht naar beginselen op nationaal
niveau
Van nationaal naar internationaal beleid
Een door media overspoelde wereld
De zoektocht naar beginselen op nationaal niveau

Overheden, burgers en belangengroepen van de media zelf zijn deze uitdagingen aangegaan. Gezamenlijk hebben zij een aantal uitgangspunten opgesteld van zowel structurele als inhoudelijke aard. De Commissie heeft zich over vier daarvan gebogen. Het eerste principe, dat de structuur betreft, is dat communicatiemedia moeten gedijen in een concurrerende omgeving. Het tweede (inhoudelijke) kernpunt is dat de concurrentie zelf een verscheidenheid aan stemmen zou moeten bevorderen. Het derde principe betreft eveneens de inhoud en houdt in dat vrijheid en verscheidenheid door bepaalde beginselen in evenwicht moeten worden gehouden - dit principe heeft geen betrekking op de ethiek van de informatievoorziening als geheel, maar op de toename van geweld en pornografie op televisie. Het vierde ten slotte betreft een algemeen structureel principe: het idee dat de drie voorgaande principes alleen kunnen worden doorgevoerd en in stand gehouden wanneer er een evenwicht wordt gevonden tussen doelmatigheid en rechtvaardigheid.

1. De noodzaak van concurrentie

De meeste radio- en televisieomroepen waren tot voor kort praktisch overal een staatsmonopolie. Op enkele uitzonderingen na werden zij beschouwd als het medium om de "nationale cultuur" door middel van informatie, onderwijs en kwaliteitsamusement op een correcte manier te weerspiegelen. Vaak heeft het proces van staatsvorming een rol gespeeld, zoals in het geval van Palapa, de Indonesische satellietomroep die het gebruik van een gezamenlijke nationale taal - het Bahasa Indonesia - onder de verschillende etnische groepen in het land verspreidt. In 1980 hadden de meeste Europese staten een monopolie op omroepgebied, hetzij door middel van publieke omroepen, of via zenders die door de overheid werden beheerst. In Afrika waren de nationale omroepen uitsluitend in handen van de staat en werden ze ook door de overheid geŽxploiteerd. Landen als AustraliŽ, BraziliŽ, Canada, Finland of Groot-BrittanniŽ hadden een gemengd bestel. Regionale omroepen waren destijds schaars.

Dit beeld is volledig gewijzigd. Overheden moeten tegenwoordig beschermde monopolies openbreken voor de concurrentie. De oorzaak is meestal van technologische aard: satellieten trekken zich niets aan van grenzen. Er zijn echter ook politieke redenen: niet alleen het verdwijnen van staatscontrole in totalitaire systemen, maar ook de steeds sterkere roep om grotere toegankelijkheid en meer uitdrukkingsmogelijkheden in democratische gemeenschappen, waar communicatie van oudsher nog steeds voornamelijk van boven naar beneden verloopt. Daarnaast spelen ook economische factoren een rol, zoals de jacht op winst in een vrije markt. In deze context moet de rol van een regulerende autoriteit niet zozeer worden tegengegaan, als wel opnieuw worden gedefinieerd. Concurrentie is vaak een kortstondig proces en duidt op een herschikking binnen het bedrijfsleven, waarin onvermijdelijk nieuwe dominante spelers opdoemen om nieuwe conglomeraten te vormen. Noch het ontstaan, noch de instandhouding van concurrentie is inherent aan het laissez-faire-principe. De voordelen van de vrije markt zijn echter afhankelijk van het bestaan van concurrentie.

Tot het begin van de jaren tachtig kende het grootste deel van Europa slechts publieke omroepen of zenders die door de overheid werden gecontroleerd. In Groot-BrittanniŽ werden commerciŽle televisiestations in 1959 toegelaten; commerciŽle radio werd in ItaliŽ in de jaren zeventig geÔntroduceerd en commerciŽle televisie in 1980. Frankrijk en West-Duitsland volgden in 1984. Aan het eind van de jaren tachtig lieten alle Europese landen particuliere zenders tot de markt toe, terwijl de overheid de ontwikkeling van de infrastructuur bleef bevorderen.

Behalve in de Verenigde Staten wordt het algemeen belang overal ter wereld nog steeds in verband gebracht met publieke omroepen; de problemen waarmee de media worden geconfronteerd bij de overgang naar een democratie zijn typerend voor het hele democratiseringsproces; en een onafhankelijke publieke omroep is nog lang niet overal de dagelijkse praktijk. Bepaalde geledingen van de samenleving gaan zich echter steeds meer met deze kwestie bezig houden. In het begin van de jaren negentig werden in Turkije bijvoorbeeld meer dan 700 "illegale" radiostations opgericht. Hiermee overtraden zij een wet die het monopolie voor radioen televisie-uitzendingen voorbehield aan de staat.

De situatie in Centraalen Oost-Europa, waar de inmiddels verarmde staatsomroepen moeten concurreren met particuliere ondernemingen, is daardoor op een bijzondere manier veranderd. Omroeporganisaties van het GOS opereerden begin 1995 in een juridisch vacuŁm, aangezien er geen wetgeving voor radioen televisie bestond. Het Internationale Televisie-Congres van het gos, gevestigd in Kiev, overweegt een internationale satellietzender te beginnen: "Cultuur Via Televisie". Een opmerkelijk initiatief is het voorstel van Kabel Plus, een particuliere Tsjechische kabeltelevisiemaatschappij, om een kabeltelevisie-unie op te richten. Het doel van deze unie zal zijn om beginselen op te stellen en samen te werken op het gebied van wetgeving, technologie en financiŽn - een taak die normaliter is weggelegd voor nationale overheden.

In Afrika ten zuiden van de Sahara bestaat een sterke tendens tot het dereguleren van omroepen. Mali, met meer dan vijftien particuliere radiozenders, is een schoolvoorbeeld van een land met particuliere omroep. Burkina Faso heeft aan meer dan negen zenders vergunningen afgegeven. De Nationale Omroepraad van Nigeria heeft vergunningen afgegeven aan ťťn radioen zes televisiezenders en tevens aan elf kabel/satellietdoorseinstations. Deze nieuwe particuliere zenders hebben echter enkele grote beperkingen. Zij vullen het grootste deel van hun tijd met een beperkt scala van populaire muziek en godsdienstige programma"s in slechts enkele nationale talen. Door zich te richten op reclamebelangen en amusement lijken veel van deze zenders in de voetsporen te treden van hun commerciŽle tegenhangers elders op de wereld. Er is ook gewezen op het feit dat vergunningen over het algemeen alleen worden verstrekt aan personen die nauwe banden met de regering hebben.

De media in de Arabische wereld staan onder staatstoezicht. Elk land heeft een omroepbestel dat ofwel geŽxploiteerd wordt door de overheid, ofwel door een organisatie die rechtstreeks verantwoording schuldig is aan de regering. Onder deze omstandigheden kunnen de media moeilijk een onafhankelijke rol vervullen. Daar staat tegenover dat er een grote keus is aan regionale en internationale kanalen. Internationale televisieprogramma"s zijn zeer populair in de Golfstaten, die de grootste markt ter wereld voor videocassettes kunnen worden en die de belangrijkste kopers van illegale Amerikaanse en Britse televisieprogramma"s zijn.

Omdat arme - of kleine - naties hun telecommunicatienet niet kunnen verbeteren zonder buitenlandse investeringen, expertise en technologie, is privatisering hier de enige mogelijkheid. Dit gebeurde in Singapore en Zuid-Korea in 1993, in Hongarije, Pakistan, Peru en Rusland in 1994 en in Bolivia, Ivoorkust, TsjechiŽ, India, Turkije en Uganda in 1995. In de komende drie jaar zullen wereldwijd ongeveer 26 telefoonmaatschappijen worden geprivatiseerd. Zulke plannen stuiten echter nog op politiek verzet. In ontwikkelingslanden is een telefoonmaatschappij in staatseigendom soms een van de grootste werkgevers van het land. Inkomsten uit gesprekskosten worden er gebruikt om veel activiteiten te subsidiŽren en inkomsten uit de bijzonder dure internationale telefoongesprekken zijn een bron van harde valuta. Onder internationale druk wordt er echter een einde gemaakt aan dergelijke praktijken. In zowel Kenia als Nicaragua heeft de Wereldbank bijvoorbeeld leningen voor telecommunicatie verbonden aan de eis tot deregulering.

pijltje.gif (179 bytes) Een door media overspoelde wereld
Inleiding
Samenvatting
Rapporttekst
pijltje.gif (179 bytes) Een nieuwe mondiale ethiek
pijltje.gif (179 bytes) De noodzaak tot pluralisme
pijltje.gif (179 bytes) Rethinking Cultural Policies
Algemene Inleiding
Algemene samenvatting
Recensie [EN]

 

 

 

2. Verscheidenheid

Meer concurrentie kan de verscheidenheid in de media bevorderen. Toch kan deregulering of versoepeling van het overheidstoezicht op de werking van de vrije markt - een van de middelen om concurrentie te bevorderen - ook de concentratie van eigendom in de hand werken. De hoge kosten van aantrekkelijke programma"s en de noodzaak om voor zeer grote markten te produceren hebben veel maatschappijen gedwongen om groepen te formeren op regionale en mondiale schaal. Recente fusies van mediagiganten, onder het mom van synergie, zijn hiervan het bewijs. Een dergelijke concentratie biedt wel degelijk economische voordelen; een van de belangrijkste nadelen is gelijkschakeling.

Bovendien wordt men zich er steeds meer van bewust dat pluralisme op het gebied van de informatievoorziening, samen met verscheidenheid in productie en distributie, zowel voorwaarden als indicatoren zijn voor een goed functionerende democratie. Als de bevolking duidelijke, snel beschikbare en betrouwbare informatie heeft over wat haar regering doet, kan zij haar politieke leiders beoordelen of deelnemen aan het democratische proces. De mate van toegankelijkheid van informatie bepaalt ook in hoeverre burgers in staat zijn zich een weloverwogen oordeel te vormen, die hen in staat stelt deel te nemen aan publieke debatten. Toch leidt algemene toegankelijkheid ook tot spanningen. Voorstanders van vrije informatievoorziening hebben alle reden om op hun hoede te zijn voor overheidsregulering. Toch pakt de vrije markt in dit opzicht niet noodzakelijkerwijs gunstiger uit

De samenleving reageert op dergelijke vraagstukken door diverse maatregelen te nemen op lokaal, regionaal en nationaal niveau. Deze hebben betrekking op onafhankelijke publieke omroepen, open regelgevende structuren, lokale media en een doeltreffend, op cultuur gericht beleid op het gebied van het copyright. Dergelijke maatregelen worden in toenemende mate gepresenteerd als onderdeel van cultuurbeleid, in plaats van als politiek toezicht op de informatievoorziening. Overheden overwegen regulering voor zowel de particuliere als de publieke sector. Deze moet door onafhankelijke instanties worden opgelegd en gecontroleerd, zodat de overheid in feite de groei en de toegankelijkheid ondersteunt in plaats van deze te hinderen. Er worden ook fondsen gereserveerd voor programma"s van hoge kwaliteit, die gebaseerd zijn op "inheemse" onderwerpen of inspiratiebronnen.

Onafhankelijke omroepen komen tegemoet aan de directe belangstelling van de bevolking. Om de lokale context beter tot uitdrukking te brengen, moet de directe en indirecte bijdrage van de overheid aan de productie van programma"s echter nog worden verhoogd. Op dit punt komen lokale radio en televisie om de hoek kijken. Overal waar financiering, politieke betrokkenheid en infrastructuur beschikbaar is, vullen lokale media de publieke en commerciŽle omroepen aan. De afgelopen twintig jaar zijn ze een belangrijke spreekbuis geworden. Zij verschaffen informatie over uiteenlopende kwesties in een vorm en een taal die de plaatselijke bevolking begrijpt en waar deze zich mee kan identificeren. Appalshop, een lokaal mediacentrum in de onderontwikkelde Appalachen in Kentucky, werd halverwege de jaren zestig opgericht tijdens de "War on Poverty" van de federale regering van de Verenigde Staten. Vanaf die tijd heeft Appalshop geholpen om de cultuur, de meningen en de belangen van de mensen in deze achtergebleven streek te behouden en voor het voetlicht te brengen. Vandaag de dag leidt het centrum een televisiestation, een plaatselijke krant, een plaatselijke toneelgroep, een radiostation, een platenmaatschappij en een reeks van culturele projecten en festivals. Boeren en mijnwerkers in Bolivia hebben hun eigen radiozenders opgericht, die uitzenden in de indiaanse talen Quechua, Aymara of Tupi-Guarani. De leiding en de programmering is in toenemende mate in lokale handen. Zo hebben in AustraliŽ de aboriginals en de eilandbewoners van de Straat Torres op basis van hun eigen succesvolle ervaringen met lokale radio en televisie aangedrongen op de oprichting van een inheemse omroeporganisatie, gefinancierd door de overheid.

Aanvullend op de ondersteuning van binnenlandse en lokale programma"s geven veel overheden nu een hogere prioriteit aan de hervorming van het copyright en aanverwante rechten. Met de verdere ontwikkeling van de technologie zullen de programma"s zich dan op inhoudelijk wezenlijk verschillende manieren kunnen ontwikkelen. Dit is van essentieel belang voor multimedia-producties, de opleiding en training van deskundigen op het gebied van het copyright en de algemene bewustwording van de noodzaak om producties met behulp van het copyright te beschermen. Dank zij de nieuwe technologieŽn is het zeer eenvoudig om producties zonder de toestemming van de rechthebbende te bewerken, vermenigvuldigen en uit te zenden. Om derhalve een evenwicht te vinden tussen de vrije verspreiding van cultuurproducten en de bescherming van de rechthebbenden wordt steeds meer aangedrongen op herziening van het bestaande stelsel van copyrights en aanverwante rechten.

Maar ook als er al regels bestaan, zullen gemakkelijk te kopiŽren geÔmporteerde videoen muziekprogramma"s een belangrijke plaats op de markt blijven innemen, tenzij het illegaal kopiŽren zonder al te hoge kosten kan worden stopgezet of verminderd. Veel ontwikkelingslanden zien zich daarom genoodzaakt praktische mechanismen te ontwikkelen om de lokale creativiteit aan te moedigen en lokale commerciŽle producties te stimuleren.

Een belangrijk punt hierbij vormen echter de hoge kosten voor media-ontwikkeling in arme landen. Dit geldt zowel voor conventionele als geavanceerde technieken. Radio-, filmen videoproducties, geluidsopnames en het uitgeversbedrijf zijn net als veel andere marktgeoriŽnteerde culturele ondernemingen de belangrijkste doorgeefluiken geworden van culturele denkbeelden, ideeŽn en waarden, en dragen daarnaast in hoge mate bij aan de economische groei. Zij hebben de individuele keuzemogelijkheden en de toegankelijkheid tot culturele expressie, informatie en onderwijs vergroot. Culturele ondernemingen weerspiegelen en versterken de verscheidenheid in interesses van de mensen die er gebruik van maken. Dit is met name het geval bij de technologisch hoogst ontwikkelde hulpmiddelen, namelijk de multimedia.

Ondanks de universele aantrekkingskracht van de overbekende producten van de massacultuur horen we tegenwoordig steeds vaker de roep van specifieke publieksgroepen om speciale programma"s. Er zijn echter goede economische redenen om goedkoop geÔmporteerd materiaal te gebruiken. Andere oorzaken lopen uiteen van het nagenoeg ontbreken van alternatieven van lokale bodem tot de lage kwaliteit van dergelijke producten en het gebrek aan goed opgeleide mensen. Hoewel veel ontwikkelingslanden met dit soort problemen hebben te kampen, schijnt het publiek, als het de keus krijgt, toch de voorkeur te geven aan kwaliteitsproducten van eigen bodem. Uit een onderzoek naar het kijkgedrag in prime time in bijna veertig landen van BraziliŽ tot India blijkt dat ťťn op de drie kijkers geen belangstelling heeft voor buitenlandse producten. Wanneer er een keuzemogelijkheid is, scoren lokale programma"s meestal hogere kijkcijfers dan importproducties. Dit geldt ook voor de Europese televisiemarkt, waar Amerikaanse programma"s in de top-tien van acht van de twaalf onderzochte landen ontbraken.

Het nut van de multimedia voor onderwijsen studiedoeleinden wordt steeds meer onderkend. In landen met een hoog percentage analfabetisme en semi-analfabetisme kunnen multimedia een belangrijke rol spelen in kennisverwerving en het aanleren van vaardigheden. We moeten niet vergeten dat de jeugd, die computervaardigheden snel kan aanleren, in deze landen een veel groter deel uitmaakt van de bevolking dan in de geÔndustrialiseerde wereld. De regering van MaleisiŽ heeft zich voorgenomen de bevolking van de allernieuwste onderwijshulpmiddelen te voorzien. Het ministerie van Onderwijs verwacht dat rond het jaar 2000 iedere school met cd-rom en multimediafaciliteiten zal zijn uitgerust en dat de leraren geschoold zullen zijn in het gebruik van deze nieuwe technologieŽn. Van de Maleisische begroting wordt 15% besteed aan onderwijs. Tegenwoordig is 70% van de bevolking geletterd en beschikt het land over een groeiende uitgeversbranche. Dit is voornamelijk het gevolg van een duidelijk uitgestippeld beleid, dat volgens de Commissie door andere regeringen zou moeten worden nagevolgd.

3. De media en morele maatstaven

Met de huidige media kunnen boodschappen en voorstellingen - van eigen bodem of geÔmporteerd - onmiddellijk elke huiskamer binnendringen. Zelfs de kleinste vingertjes kunnen een verkeerde knop indrukken, zodat controle door de ouders moeilijk, zo niet onmogelijk wordt. De geschiktheid van het media-aanbod - in het bijzonder, maar niet uitsluitend, voor kinderen - wordt een zaak van steeds groter belang. Hoe moeten we omgaan met de vage grens tussen censuur en morele maatstaven van de gemeenschap?

Geweld op televisie geeft overal aanleiding tot grote ongerustheid. Steeds vaker vraagt men zich af of het veelvuldiger voorkomen van alledaags geweld, vooral onder kinderen, niet door het geweld op televisie wordt veroorzaakt. Onlangs haalde Reuters een onderzoek aan dat was uitgevoerd door het Centrum voor Communicatiebeleid van de Universiteit van CaliforniŽ in Los Angeles. Dit onderzoek wees op de toename van "kwaadaardig geweld" in tekenfilms, die speciaal voor kinderen op zaterdagochtend worden uitgezonden.

Pornografie is een tweede belangrijk bron van zorg. Pornografie vernedert vrouwen en kinderen door geweld en wreedheid te koppelen aan sensualiteit.

In elk land constateert een toenemend aantal burgers dat het tijd wordt om een grens te trekken. Dit kan op verschillende manieren gebeuren. Er wordt gezocht naar een combinatie van maatregelen, afhankelijk van specifieke behoeften en verschillende contexten. Reglementering in de vorm van overheidsmaatregelen is ťťn oplossing, een vrijwillige gedragscode een andere. Aangezien vrijheid van meningsuiting het hoogste goed is in iedere democratie, respecteert de media-industrie, als reactie op de toenemende druk van de publieke opinie, de morele maatstaven van de gemeenschap veelal op vrijwillige basis. In samenwerking met overheidsinstanties zijn zowel particuliere als publieke omroepen begonnen dergelijke codes uit te werken en te respecteren. Hoewel het moeilijk is straffen op te leggen aan omroepen die zich niet aan deze morele code houden, hebben enkele landen besloten dat zulke maatregelen absoluut noodzakelijk zijn. Bestaande strafmaatregelen zijn de voorwaardelijke toekenning, opschorting of ontzegging van een zendvergunning. De eerste verantwoordelijkheid ligt echter bij de bewuste kijker. Daarom wil bijvoorbeeld Groot-BrittanniŽ de "media-geletterdheid" bevorderen, zodat ouders die met deze informatie zijn toegerust een zinnige beslissing kunnen nemen over de vraag welke programma"s in hun gezin worden bekeken.

In de Europese Unie en in landen als AustraliŽ, Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten zijn algemene principes ingevoerd die gebaseerd zijn op morele maatstaven van de gemeenschap. Daar en elders rubriceren omroepen vrijwillig het materiaal dat zij vertonen (door sommige programma"s voor alle leeftijden te bestempelen, andere als ongeschikt voor kinderen, enzovoort). Symbolen, zoals opvallende vierkantjes of driehoekjes die de kijker waarschuwen voor mogelijk aanstootgevende beelden, zijn een andere methode. Gevoelig materiaal kan worden uitgezonden op een tijdstip dat kleine kinderen naar bed zijn. IdeeŽn zoals het instellen van een "veilige haven"-periode, waarin het hele gezin televisie kan kijken, en het formuleren van een "beleid voor gezinstelevisie", krijgen steeds meer respons. Door dergelijke methoden kunnen omroepen en ouders samenwerken om kinderen te beschermen tegen programma"s met expliciet of verkapt geweld. Blokkeringssystemen die zijn gebaseerd op overeengekomen rubriceringssystemen zouden ook een optie kunnen zijn.

Het verbod op satellietschotels in sommige islamitische landen is een radicale manier om te reageren op de bezwaren die enkele van deze landen tegen bepaalde programma"s hebben. Zulke maatregelen zijn pogingen om het zogenaamde "recht om te weigeren" uit te oefenen. In laatste instantie is dit, vanwege de aard van de technologie, echter een denkbeeldig recht. Singapore hanteert een ander systeem, dat ook in China wordt gebruikt: alle uitzendingen worden alleen doorgegeven via de kabel, zodat elk programma kan worden beoordeeld voordat het wordt uitgezonden.

Geweld en pornografie komt men niet alleen tegen in de omroepmedia, maar ook in videospelletjes, computergestuurde fax-netwerken, onafhankelijke videoproducties en, steeds meer, op Internet. Kinderen zijn geneigd om het geweld dat zij op hun scherm zien in de praktijk toe te passen en dank zij interactieve spelletjes kunnen zij hierin nog verder gaan. Zowel kinderen als hun ouders kunnen moeilijk weerstand bieden aan pakketten die zijn samengesteld uit kinderprogramma"s, speelgoed en reclame.

Geavanceerde mediatechnologieŽn kunnen ook op een weerzinwekkende manier worden toegepast, zoals bijvoorbeeld gebeurt door Noord-Amerikaanse racistische groeperingen die hun ideeŽn op alle mogelijke manieren verspreiden. Samengeschoold in de voorhoede van een gigantisch communicatienetwerk onderzoeken bijna 250 racistische groeperingen momenteel nieuwe manieren om hun ideeŽn te verspreiden, zoals hun roep om een nieuw blank thuisland en hun behoefte om gescheiden van andere rassen te leven. Begin 1995 werd in de Verenigde Staten een wet van kracht om de verspreiding van dergelijk materiaal en pornografie op Internet tegen te gaan. Moeilijke vragen als "Moet Internet als een soort zendgemachtigde worden beschouwd of als een particuliere telefoondienst?" gaan gepaard met het probleem of er Łberhaupt enige vorm van wetgeving moet worden opgelegd aan deze voorloper van de grensoverschrijdende informatiesnelweg.

4. Het evenwicht tussen doelmatigheid en rechtvaardigheid

Het grootste deel van de wereldbevolking kan tegenwoordig vrij radioen televisieuitzendingen ontvangen, meestal via een publieke omroep en ťťn of meer commerciŽle kanalen. Slechts een zeer kleine minderheid, die zich vooral in de rijke landen (en elders ter wereld alleen in de steden) bevindt, kan van andere middelen gebruik maken, zoals kabeltelevisie en tapeof videorecorders. Slechts zeer beperkte segmenten van de samenleving kunnen worden aangesloten op meer geavanceerde internationale communicatiemiddelen, zoals satelliettelevisie en informatienetwerken. De kloof tussen de "haves" en de "have-nots" op het gebied van communicatie wordt steeds groter.

Door de liberalisering van omroepen en telecommunicatiemiddelen zijn de toekomstige ontwikkelingen voornamelijk in handen van de particuliere sector komen te liggen. Dat is met name het geval in de geÔndustrialiseerde landen, waar de vraag van de markt en de deregulering een aantrekkelijke stimulans vormen. In ontwikkelingslanden vereist de financiering van nieuw materiaal en de infrastructuur, plus de daarmee samenhangende operationele know-how, een geschatte investering van miljarden dollars. Daarom zouden beleidsmakers manieren moeten vinden om de belangen en inspanningen van de markt en het algemeen belang met elkaar in overeenstemming te brengen. De belangrijkste punten zijn: toegang voor iedereen, en steun voor innovatie, creatie en productie. Het wordt met name hoog tijd voor gelijke kansen voor vrouwen in beroepen als producer, regisseur en schrijver.

Wanneer een multinational als AT&T plannen heeft om een glasvezelring rondom Afrika te leggen, dient dit de strategische belangen van het bedrijf op de lange termijn. De belangrijkste internationale beheerders en leveranciers van telecommunicatiemiddelen begeven zich op dergelijke markten met de bedoeling de bestaande onbetrouwbare netwerken te vervangen door nieuwe, die bedoeld zijn voor een gespecialiseerde, meestal internationale, klantenkring van bedrijven. We kunnen er niet van uitgaan dat nieuwe diensten automatisch tegemoet komen aan de behoeften van de bevolking.

Beleidsmakers weten dat toekomstige onderhandelingen tussen particuliere, publieke en gemeenschapsbelangen noodzakelijk zijn om ervoor te zorgen dat rechtvaardigheid, verscheidenheid en mogelijkheden voor menselijke ontwikkeling als leidende principes worden aanvaard. Overheden zoeken naar middelen om de particuliere sector te laten investeren in een informatie-infrastructuur met een breed frequentiebereik. Voor de meeste ontwikkelde landen brengt dit geen grote overheidsuitgaven met zich mee, maar eerder een effectieve deregulering van bijvoorbeeld de telefoonen kabelmaatschappijen, zodat ze meer armslag krijgen.


Uitdagingen van een door media overspoelde wereld
pijltje.gif (895 bytes) De zoektocht naar beginselen op nationaal
niveau
Van nationaal naar internationaal beleid

Mediafinanciering voor politieke campagnes

Als tijdens verkiezingscampagnes de toegang tot de media geheel aan de vrije markt wordt overgelaten, worden de financieel sterkere partijen bevoordeeld. De verkiezingen die hierop volgen mogen dan wel "vrij" zijn, maar ze zijn zeker niet "eerlijk", in de zin dat ze het publiek gelijkwaardige informatie over de verschillende partijen verschaffen. Als antwoord op dit probleem hebben veel maatschappijen besloten dat vrije toegang tot verkiezingsinformatie een "algemeen goed" is. Overheden halen de verkiezingscampagnes van de "vrije" markt en reguleren de gelijke toegang voor het hele politieke spectrum. Door het gebruik van de media in verkiezingstijd niet langer aan de markt over te laten, vermindert de invloed van geld op de politiek en wordt een politiek en cultureel uitgebalanceerde reeks meningen toegankelijker gemaakt.

Jonathan Fox

menuweegschaal_nl.gif (1423 bytes)