De Kracht van Cultuur - Home
Thema's: Onze creatieve verscheidenheid
A new global ethics
De noodzaak tot pluralisme
Een door media overspoelde wereld
recasting cultural policies
Uitdagingen van een door media overspoelde wereld
pijltje.gif (895 bytes) De zoektocht naar beginselen op nationaal
niveau
Van nationaal naar internationaal beleid
Een door media overspoelde wereld
De zoektocht naar beginselen op nationaal niveau

1. De noodzaak van concurrentie

De meeste radio- en televisieomroepen waren tot voor kort praktisch overal een staatsmonopolie. Op enkele uitzonderingen na werden zij beschouwd als het medium om de "nationale cultuur" door middel van informatie, onderwijs en kwaliteitsamusement op een correcte manier te weerspiegelen. Vaak heeft het proces van staatsvorming een rol gespeeld, zoals in het geval van Palapa, de Indonesische satellietomroep die het gebruik van een gezamenlijke nationale taal - het Bahasa Indonesia - onder de verschillende etnische groepen in het land verspreidt. In 1980 hadden de meeste Europese staten een monopolie op omroepgebied, hetzij door middel van publieke omroepen, of via zenders die door de overheid werden beheerst. In Afrika waren de nationale omroepen uitsluitend in handen van de staat en werden ze ook door de overheid geŽxploiteerd. Landen als AustraliŽ, BraziliŽ, Canada, Finland of Groot-BrittanniŽ hadden een gemengd bestel. Regionale omroepen waren destijds schaars.

Dit beeld is volledig gewijzigd. Overheden moeten tegenwoordig beschermde monopolies openbreken voor de concurrentie. De oorzaak is meestal van technologische aard: satellieten trekken zich niets aan van grenzen. Er zijn echter ook politieke redenen: niet alleen het verdwijnen van staatscontrole in totalitaire systemen, maar ook de steeds sterkere roep om grotere toegankelijkheid en meer uitdrukkingsmogelijkheden in democratische gemeenschappen, waar communicatie van oudsher nog steeds voornamelijk van boven naar beneden verloopt. Daarnaast spelen ook economische factoren een rol, zoals de jacht op winst in een vrije markt. In deze context moet de rol van een regulerende autoriteit niet zozeer worden tegengegaan, als wel opnieuw worden gedefinieerd. Concurrentie is vaak een kortstondig proces en duidt op een herschikking binnen het bedrijfsleven, waarin onvermijdelijk nieuwe dominante spelers opdoemen om nieuwe conglomeraten te vormen. Noch het ontstaan, noch de instandhouding van concurrentie is inherent aan het laissez-faire-principe. De voordelen van de vrije markt zijn echter afhankelijk van het bestaan van concurrentie.

Tot het begin van de jaren tachtig kende het grootste deel van Europa slechts publieke omroepen of zenders die door de overheid werden gecontroleerd. In Groot-BrittanniŽ werden commerciŽle televisiestations in 1959 toegelaten; commerciŽle radio werd in ItaliŽ in de jaren zeventig geÔntroduceerd en commerciŽle televisie in 1980. Frankrijk en West-Duitsland volgden in 1984. Aan het eind van de jaren tachtig lieten alle Europese landen particuliere zenders tot de markt toe, terwijl de overheid de ontwikkeling van de infrastructuur bleef bevorderen.

Behalve in de Verenigde Staten wordt het algemeen belang overal ter wereld nog steeds in verband gebracht met publieke omroepen; de problemen waarmee de media worden geconfronteerd bij de overgang naar een democratie zijn typerend voor het hele democratiseringsproces; en een onafhankelijke publieke omroep is nog lang niet overal de dagelijkse praktijk. Bepaalde geledingen van de samenleving gaan zich echter steeds meer met deze kwestie bezig houden. In het begin van de jaren negentig werden in Turkije bijvoorbeeld meer dan 700 "illegale" radiostations opgericht. Hiermee overtraden zij een wet die het monopolie voor radioen televisie-uitzendingen voorbehield aan de staat.

De situatie in Centraalen Oost-Europa, waar de inmiddels verarmde staatsomroepen moeten concurreren met particuliere ondernemingen, is daardoor op een bijzondere manier veranderd. Omroeporganisaties van het GOS opereerden begin 1995 in een juridisch vacuŁm, aangezien er geen wetgeving voor radioen televisie bestond. Het Internationale Televisie-Congres van het gos, gevestigd in Kiev, overweegt een internationale satellietzender te beginnen: "Cultuur Via Televisie". Een opmerkelijk initiatief is het voorstel van Kabel Plus, een particuliere Tsjechische kabeltelevisiemaatschappij, om een kabeltelevisie-unie op te richten. Het doel van deze unie zal zijn om beginselen op te stellen en samen te werken op het gebied van wetgeving, technologie en financiŽn - een taak die normaliter is weggelegd voor nationale overheden.

In Afrika ten zuiden van de Sahara bestaat een sterke tendens tot het dereguleren van omroepen. Mali, met meer dan vijftien particuliere radiozenders, is een schoolvoorbeeld van een land met particuliere omroep. Burkina Faso heeft aan meer dan negen zenders vergunningen afgegeven. De Nationale Omroepraad van Nigeria heeft vergunningen afgegeven aan ťťn radioen zes televisiezenders en tevens aan elf kabel/satellietdoorseinstations. Deze nieuwe particuliere zenders hebben echter enkele grote beperkingen. Zij vullen het grootste deel van hun tijd met een beperkt scala van populaire muziek en godsdienstige programma"s in slechts enkele nationale talen. Door zich te richten op reclamebelangen en amusement lijken veel van deze zenders in de voetsporen te treden van hun commerciŽle tegenhangers elders op de wereld. Er is ook gewezen op het feit dat vergunningen over het algemeen alleen worden verstrekt aan personen die nauwe banden met de regering hebben.

De media in de Arabische wereld staan onder staatstoezicht. Elk land heeft een omroepbestel dat ofwel geŽxploiteerd wordt door de overheid, ofwel door een organisatie die rechtstreeks verantwoording schuldig is aan de regering. Onder deze omstandigheden kunnen de media moeilijk een onafhankelijke rol vervullen. Daar staat tegenover dat er een grote keus is aan regionale en internationale kanalen. Internationale televisieprogramma"s zijn zeer populair in de Golfstaten, die de grootste markt ter wereld voor videocassettes kunnen worden en die de belangrijkste kopers van illegale Amerikaanse en Britse televisieprogramma"s zijn.

Omdat arme - of kleine - naties hun telecommunicatienet niet kunnen verbeteren zonder buitenlandse investeringen, expertise en technologie, is privatisering hier de enige mogelijkheid. Dit gebeurde in Singapore en Zuid-Korea in 1993, in Hongarije, Pakistan, Peru en Rusland in 1994 en in Bolivia, Ivoorkust, TsjechiŽ, India, Turkije en Uganda in 1995. In de komende drie jaar zullen wereldwijd ongeveer 26 telefoonmaatschappijen worden geprivatiseerd. Zulke plannen stuiten echter nog op politiek verzet. In ontwikkelingslanden is een telefoonmaatschappij in staatseigendom soms een van de grootste werkgevers van het land. Inkomsten uit gesprekskosten worden er gebruikt om veel activiteiten te subsidiŽren en inkomsten uit de bijzonder dure internationale telefoongesprekken zijn een bron van harde valuta. Onder internationale druk wordt er echter een einde gemaakt aan dergelijke praktijken. In zowel Kenia als Nicaragua heeft de Wereldbank bijvoorbeeld leningen voor telecommunicatie verbonden aan de eis tot deregulering.

lees verder


Uitdagingen van een door media overspoelde wereld
pijltje.gif (895 bytes) De zoektocht naar beginselen op nationaal
niveau
Van nationaal naar internationaal beleid

pijltje.gif (179 bytes) Een door media overspoelde wereld
Inleiding
Samenvatting
Rapporttekst
pijltje.gif (179 bytes) Een nieuwe mondiale ethiek
pijltje.gif (179 bytes) De noodzaak tot pluralisme
Algemene Inleiding
Algemene samenvatting
Recensie [EN]

menuweegschaal_nl.gif (1423 bytes)