De Kracht van Cultuur - Home
Thema's: Onze creatieve verscheidenheid
A new global ethics
De noodzaak tot pluralisme
Een door media overspoelde wereld
recasting cultural policies

Geen enkele cultuur is een eiland
pijltje.gif (895 bytes) Minderheden
Economische voordelen versus sociale conflicten
Vreemdelingenhaat en racisme
Religieuze opleving: fanatisme of zoeken naar zingeving?
Inheemse volkeren
De toekomst van het pluralisme

De noodzaak tot pluralisme
2. Minderheden

Conflicten tussen meerderheden en minderheden, en vaak tussen minderheden onderling, vormen een van de kernproblemen van pluralistische samenlevingen. Hoewel de term 'minderheid' op verschillende manieren is gebruikt, heeft deze volgens de algemene internationale definitie betrekking op gemarginaliseerde of kwetsbare groepen die in de schaduw leven van een meerderheidsgroep met een andere en dominante culturele ideologie. Minderheidsgroepen beschikken over waardesystemen en besef van eigenwaarde die dikwijls van heel andere oorsprong zijn dan die van de overheersende cultuur.

Minderheden hebben vaak problemen om ten volle deel te nemen aan de activiteiten van een samenleving die dominante groepen bevoordeelt. Soms is de discriminatie ingebed in het juridisch kader, dat minderheden toegang tot onderwijs, arbeid en politieke vertegenwoordiging ontzegt. Vaker echter is gebrek aan participatie niet zozeer officieel beleid, maar wel de dagelijkse praktijk. Allereerst is het noodzakelijk discriminerende maatregelen op te heffen. Vervolgens moet de basis worden gelegd voor de emancipatie van minderheden.

In veel landen worden minderheden onderdrukt - zowel in georganiseerde vorm als spontaan, vaak met geweld. Rechten voor minderheden zijn deze eeuw een belangrijke geopolitieke kwestie geweest, maar er zijn ook voorbeelden uit vroegere tijden. In Europa gaan internationale maatregelen ter bescherming van minderheden terug tot 1555, toen de Vrede van Augsburg bescherming bood aan religieuze minderheden. De Vrede van Westfalen van 1648 en de Pools-Russische Conventie van 1767 en 1775 garandeerden de rechten van dissidenten in Polen. Het Verdrag van Wenen van 1815 gaf religieuze minderheden niet alleen de vrijheid om hun geloof te belijden, maar ook bepaalde burgerrechten. De vredesverdragen van 1919 eisten van veel oude en nieuwe staten dat ze de volledige bescherming garandeerden van hun inwoners, zonder onderscheid naar afkomst, nationaliteit, taal, ras of religie. In de daaropvolgende jaren werkte de Volkenbond een procedure uit voor de oplossing van geschillen omtrent minderheden. Op de naleving van deze verdragen werd echter nauwelijks toegezien.

Pas na de Tweede Wereldoorlog verkozen de staten die zich bij de nieuwe Verenigde Naties hadden aangesloten om de aandacht van de instellingen van de VN op het gebied van mensenrechten te richten op de invoering van universele en individuele rechten. In de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens werden ondanks de uitgesproken wens van sommige landen de rechten van minderheden niet genoemd. Voorstellen hierover werden afgewezen uit vrees dat separatistische tendensen en bewegingen zouden worden aangemoedigd en omdat men vond dat mensenrechten het best beschouwd konden worden als onvervreemdbare rechten van ieder mens, onafhankelijk van de culturele groep waartoe hij of zij behoort. Sinds 1989 is de vraag echter niet meer te omzeilen. Het Handvest van Parijs dat op 21 november 1990 werd aangenomen door de CVSE-topconferentie en de vorming van het Hoge Commissariaat voor Nationale Minderheden zijn voorbeelden van dit groeiend bewustzijn. In 1992 nam de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties de Verklaring inzake de Rechten van Personen behorende tot Nationale of Etnische, Religieuze en Taalkundige Minderheden aan. Dit was het eerste allesomvattende, universele instrument om op dit terrein algemene normen te definiŽren. Het formuleert de verplichting van staten om het bestaan en de identiteit van minderheden binnen hun territoria te beschermen. Tegelijkertijd gaat deze verklaring uit van het principe dat elk mens onvervreemdbare individuele rechten heeft, en dat groepsrechten alleen gedefinieerd kunnen worden in samenhang met deze individuele rechten.

Enkele van de rechten van mensen die tot minderheden behoren zijn volgens de verklaring het recht om de eigen cultuur te beleven, de eigen godsdienst te belijden en te praktiseren, de eigen taal te gebruiken, en deel te nemen aan het cultureel, religieus, sociaal, economisch en openbaar leven en de besluitvormingsprocessen die betrekking hebben op de minderheid waartoe men behoort. Tevens dienen minderheden het recht te hebben eigen verenigingen op te richten en vrije en vreedzame contacten aan te gaan en te onderhouden met leden van de eigen groep, andere burgers of andere staten met wie men nationale, etnische, religieuze of taalkundige banden heeft.

De gedachte achter het minderhedenvraagstuk bestaat uit twee politieke opvattingen over de staat: die van etnisch (of religieus) nationalisme tegenover die van de burgerlijke staat. Het ideaal van de burgerlijke staat is gebaseerd op respect voor de belangen van de leden van alle groepen, op basis van gezamenlijk burgerschap en niet op basis van werkelijke of veronderstelde bloedbanden. In plaats van een dominante groep die een geprivilegieerde toegang claimt tot economische en politieke macht, hebben alle groepen gelijke rechten en worden ze aangemoedigd om hun symbolen, waarden en belangen te verdedigen.

Een recent wereldwijd onderzoek bracht grote verschillen in nationale standpunten ten opzichte van minderheden aan het licht. Sommige staten bieden geen enkel juridisch kader om aan de behoeften van minderheden tegemoet te komen. Hoewel de fictie van een homogene natie, die uit ťťn enkele etnische groep bestaat, tegenwoordig geen opgeld meer doet, voeren de meeste staten nog steeds een beleid van assimilatie. Zij beginnen echter in toenemende mate toe te geven aan de druk van pressiegroepen, lobbyisten en activisten uit minderheidsgroepen. Een aantal staten erkent minderheden; hun regeringen kennen speciale regelingen, zoals groepsautonomie op territoriale basis, bijzondere vertegenwoordiging in de wetgevende macht, formele en informele deling van macht en bestuurlijke bescherming.

Rechten van minderheden bevinden zich op het kruispunt van individuele en collectieve rechten, want hoewel ze voortkomen uit het lidmaatschap van een groep, kunnen ze ook opgeŽist worden door de individuele leden van die groep. Als logische consequentie moeten zij ruimte bieden voor het recht van ieder individu om vrijwillig de minderheidsgroep te verlaten. Multiculturele samenlevingen moeten daarom nauw- keurig overwegen of er groepen in hun midden zijn die als minderheden behandeld dienen te worden. Als dat het geval is, moeten ze principes ontwikkelen om hun status te erkennen. Bij het propageren van de culturele rechten van minderheden is het van belang rekening te houden met het cultureel bewustzijn en culturele uitwisselings- programma's te overwegen om de herkenbaarheid als groep met een eigen besef van eigenwaarde en bijzondere identiteit te vergroten. In deze tijd van enorme migraties is het ook belangrijk om projecten voor culturele ontwikkeling in de gemeenschap op te zetten, die de interactie tussen ontheemde en verdreven volken en hun oorspronkelijke cultuur stimuleren.

Een van de gevoeligste onderwerpen is taal, want de taal van een volk is misschien wel zijn meest fundamentele culturele kenmerk. Het wezen van taal is emblematisch voor het hele pluralistische uitgangspunt - iedere taal vertegenwoordigt een unieke kijk op de menselijke ervaring en de wereld. Taalpolitiek wordt echter, net als andere vormen van beleid, dikwijls gebruikt als instrument voor overheersing, verdeeldheid en assimilatie. Het wekt nauwelijks verbazing dat eisen op het gebied van taal vaak tot de eerste rechten behoren die minderheden claimen. Zulke eisen blijven problemen opleveren, variŽrend van de officiŽle en juridische status van minderheidstalen tot taalonderwijs en het taalgebruik in scholen, bij instellingen en in de massamedia. Het probleem van bedreigde talen wordt in hoofdstuk 7 besproken.

Een goed minderhedenbeleid houdt enerzijds in dat de taal van minderheden wordt beschermd, anderzijds dat deze groepen de kans krijgen deel te nemen aan de gemeenschap als geheel. Scholen zouden verschillende talen moeten onderwijzen, met name de plaatselijke taal van de minderheid en de taal van de meerderheid, zodat mensen een keuze hebben als ze hun mogelijkheden willen vergroten. Dit is van het grootste belang bij het opzetten van een onderwijsstelsel dat wezenlijk multicultureel is, dat wil zeggen een stelsel dat minderheden niet alleen een betere plek in het onderwijssysteem toekent, maar ook in het beeld van de 'nationale cultuur' die ieder land probeert te creŽren en uit te dragen. Een dergelijke benadering stuit echter dikwijls op weerstand, zowel van politici, die dit nog steeds als bedreiging van de nationale integratie zien, als van gemeenschappen waarin door opeenvolgende immigratiegolven een ethos is ontstaan dat uitgaat van de samenleving als 'smeltkroes', en van immigranten vraagt zich te assimileren.

Sommige staten, zoals MaleisiŽ, Mauritius, Singapore en Zuid-Afrika, doen pogingen om dergelijke problemen op te lossen. Veel andere landen hebben de problemen echter genegeerd of verwaarloosd. Enkele regeringen zijn zelf partij in het conflict geworden, doordat ze worden overheerst door of zich sterk hebben geÔdentificeerd met de dominante groep of etnische meerderheid, of in enkele gevallen met een machtige en dominante minderheidsgroep. Enkele van de ernstigste politieke conflicten in de wereld komen voort uit het onvermogen of de weigering van regeringen om te reageren op de steeds krachtiger eisen van groepen die niet aan de macht zijn.

De eisen van minderheden kunnen sterk uiteen lopen en varieerden van volledige sociale integratie in de omringende samenleving of economische, technische en functionele gelijkheid zonder volledige integratie, tot politieke afscheiding en onafhankelijkheid of toestemming om het land te verlaten. De meeste minderheden hebben te maken met de een of andere vorm van integratie. Onafhankelijkheid wordt alleen geŽist als het integratieproces is mislukt. De wereldopinie op zich is niet in staat te verhinderen dat landen hun minderheden slecht behandelen, maar kritiek en sancties kunnen wel degelijk effect hebben. Tegenwoordig zijn slechts weinig landen in staat de internationale publieke opinie geheel en al te negeren. Er zijn voorbeelden van landen die onder externe druk hebben toegegeven.

Geen enkele cultuur is een eiland
pijltje.gif (895 bytes) Minderheden
Economische voordelen versus sociale conflicten
Vreemdelingenhaat en racisme
Religieuze opleving: fanatisme of zoeken naar zingeving?
Inheemse volkeren
De toekomst van het pluralisme

pijltje.gif (179 bytes) De noodzaak tot pluralisme
Inleiding
Samenvatting
Rapporttekst
pijltje.gif (179 bytes) Een nieuwe mondiale ethiek
link Een door media overspoelde wereld
pijltje.gif (179 bytes) Nieuw zicht op cultuurbeleid
Algemene Inleiding
Algemene samenvatting
Recensie [EN]

Conor Cruise O'Brien:
"
Despite its defects, I believe that on the whole the universalist approach, based on rights inherent in each individual being, remains the most hopeful one. We ought not, after all, to idealise minorities or to forget that today's underdog may be tomorrow's power-crazed bully. Or that certain custodiams of minority cultures, and certain vehement exponents of minority political rights, may already be playing that role in their own little community. In these conditions, we ought in effect, I suggest, to be saying to governments something like this: "We seek no special rights for minorities, your ones or any other ones. Members of minority groups should have the same human rights as members of majorities, no less and not necessarily any more for the moment than those set out in the Universal Declaration to which you subscribe. But we have evidence that shows that members of such and such a minority are being denied with inevitably undesirable results for your country's reputation and prospects." Our most pressing concern should now perhaps be not to define what rights minorities should have, but to find what techniques are most appropriate for conveying to governments the message that decency in relation to minorities is a quality helpful to any country in its international relations.
"

Conor Cruise O'Brien

menuweegschaal_nl.gif (1423 bytes)