Thema's: Onze creatieve verscheidenheid
A new global ethics
De noodzaak tot pluralisme
Een door media overspoelde wereld
recasting cultural policies
/nlen300-26uk.gif (265 bytes)
pijltje.gif (895 bytes) Verruiming van het begrip cultuurbeleid
Van theorie naar praktijk
Nieuwe visies, gebaseerd op pluralisme
Nieuwe bondgenootschappen

Verruiming van het begrip cultuurbeleid

Als we cultuur opvatten als de grondslag van ontwikkeling, dan moet het begrip cultuurbeleid aanzienlijk worden verruimd. Iedere vorm van ontwikkelingsbeleid dient bijzonder ontvankelijk te zijn voor en geÔnspireerd door de cultuur.

Zoals we al zagen, betekent het opstellen en implementeren van een dergelijk beleid dat er, door de mogelijkheden van het pluralisme veel beter te benutten, moet worden onderzocht door welke krachten multi-etnische samenlevingen bijeen worden gehouden. Dit impliceert dat creativiteit in beleid en bestuur, technologie, industrie, het bedrijfsleven, onderwijs, gemeenschapsontwikkeling en de kunst moet worden aangemoedigd. Het vereist dat de media worden ingezet om communicatiemogelijkheden voor iedereen te realiseren en zo de kloof tussen de ‘haves’ en de ‘have-nots’ op het gebied van communicatie te verkleinen. Het betekent dat we een sekse-gerelateerd perspectief moeten ontwikkelen waarin rekening wordt gehouden met de problemen, behoeften en interesses van vrouwen, en dat we een eerlijker herverdeling van hulpbronnen tussen mannen en vrouwen moeten nastreven. Het houdt in dat we meer rekening moeten houden met kinderen en jongeren, als vertegenwoordigers van een nieuwe mondiale cultuur. Het impliceert een verregaand diversificatie van het begrip cultureel erfgoed in sociale verandering. Met het oog op het natuurlijke milieu betekent het dat we de verstrekkende culturele dimensies van milieubeheer beter moeten leren begrijpen en instellingen moeten oprichten die dat begrip in praktijk kunnen brengen. Tot slot, zoals in het volgende hoofdstuk ter sprake zal komen, vereist het nieuw onderzoek, dat rekening houdt met de tot nu toe veronachtzaamde integratie van cultuur, ontwikkeling en vormen van politieke organisatie.

Hoewel regeringen deze uitdagingen al op verschillende manieren aangaan, zijn hun inspanningen verspreid over onderling afgebakende ministeries, de particuliere sector en de civil society. De Commissie meent echter dat de tijd rijp is om een samenhangend nieuw paradigma op te stellen. Dit houdt in dat de verschillende betrokkenen uit de samenleving gezamenlijk methoden moeten ontwikkelen voor menselijke ontwikkeling, waarin alle culturele kwesties in hun totaliteit worden herkend en erkend. Dit zou het ideale cultuurbeleid van de toekomst moeten worden. Om een bekende uitspraak van Andrť Malraux te parafraseren: ontwikkeling zal in de 21ste eeuw de cultuur betreffen, of helemaal niet komen.

Maar ondertussen, als eerste stap in het breder wordende proces, moet de huidige opvatting over culturele ontwikkeling veranderen. Het is al door velen kritisch onder de loep genomen. De Commissie is zich hiervan bewust en besloot dan ook om aandacht te schenken aan ‘de invloed van culturele ontwikkeling op individueel en collectief welzijn’. Culturele ontwikkeling wordt over het algemeen als het onderwerp van cultuurbeleid gezien. Ze heeft betrekking op een beperkt segment van sociale activiteit, namelijk bevordering van de kunst en het culturele leven, met inbegrip van bescherming van cultureel erfgoed (waarvoor regeringen een vast budget hebben), ontwikkelingsplannen, openbare instellingen als musea, culturele centra en kunstacademies, enzovoort. Op dit terrein trachten overheden in toenemende mate de particuliere sector en de burgerij in te schakelen. In dit hoofdstuk zullen we de term ‘culturele sector’ in bovenstaande betekenis gebruiken.

Het idee dat al deze onderwerpen tot de verantwoordelijkheid van de overheid behoren, kristalliseerde in de jaren zestig uit in de West-Europese welvaartsstaten, maar in etatistische landen als Frankrijk werd er al enkele tientallen jaren eerder over nagedacht. Het zal niet verbazen dat totalitaire regimes, zoals nazi-Duitsland, een verregaande overheidscontrole kenden met een zorgvuldig omschreven, nauwgezet doorgevoerd en uiterst gedetailleerd kunstbeleid. Dit gold ook voor de communistische planeconomieŽn.

Naarmate de productie van en de vraag naar artistieke goederen voor massaconsumptie steeds groter werd, zijn de cultuuruitingen die overheden als relevant voor hun cultuurbeleid wensten te zien de laatste jaren verruimd. Dit ging samen met het groeiende besef dat culturele identiteit gestalte krijgt door een breed scala van cultuuruitingen.

Culturele identiteit was met name belangrijk voor volken die hun pas verworven onafhankelijkheid wilden ondersteunen en werd daarom in de jaren zeventig een belangrijk onderdeel van het postkoloniale beleid, dat was gebaseerd op het idee dat behoud en bevordering van inheemse leefwijzen van wezenlijk belang waren om een gevoel van zelfvertrouwen en trots te kweken — het eerste vereiste voor zelfontplooiing. Zo legt Kenya expliciet de nadruk op de ‘bevordering van zelfbewustzijn en de ontwikkeling van menselijke waarden’. In IndonesiŽ kwam men vanuit het principe ‘eenheid in verscheidenheid’ tot een ‘Agenda voor Culturele Ontwikkeling’, waarin ‘de ontwikkeling van cultuur in wezen staat voor de idealen en aspiraties van het land en voor zijn inspanningen om deze idealen door middel van ontwikkeling te verwezenlijken’.

Zulke klare taal was pas veel later in verklaringen van de rijke landen te vernemen. Een recent voorbeeld is de verklaring over cultuur, getiteld A Creative Nation, die de Australische regering in 1994 opstelde. Deze pleit voor een handvest van culturele rechten en stelt dat cultuur ‘onze hele manier van leven, onze ethiek, onze instellingen, onze manier van doen en ons dagelijkse leven omvat. Zij interpreteert onze wereld niet alleen, maar geeft haar ook vorm.’ Andere regeringen, zoals die van Groot-BrittanniŽ en Canada, lijken dergelijke ideeŽn te hebben omarmd vanuit criteria van doelmatigheid en kostenbesparing: het samenvoegen van verschillende bevoegdheden in ťťn ministerie, en de koppeling van kunst en erfgoed aan toerisme, sport, ‘participatie’ en (in Canada) culturele verscheidenheid. Niettemin maken dergelijke institutionele wijzigingen de weg vrij voor een veelomvattender benadering van het culturele leven.

Dit is absoluut noodzakelijk. Er is eens gezegd dat, waar het de culturele sector betreft, ‘slechts weinig Afrikaanse regeringen een duidelijke geformuleerd beleid voeren, dat uitgaat van een algemeen toekomstbeeld’. Een prominente Ghanese kunstenares weigerde ministeriŽle verantwoordelijkheid voor de cultuur op zich te nemen omdat ze de officiŽle opvatting die haar land over cultuur had te kortzichtig vond. Het ministerie hield zich alleen bezig met traditionele muziek en dans. Hetzelfde geldt voor de meeste andere regeringen in alle werelddelen. Dit onderwerp werd in 1982 besproken op de Wereldconferentie over Cultuurbeleid in Mexico-stad van de UNESCO (MONDIACULT).

pijltje.gif (895 bytes) Verruiming van het begrip cultuurbeleid
Van theorie naar praktijk
Nieuwe visies, gebaseerd op pluralisme
Nieuwe bondgenootschappen

pijltje_beneden.gif (179 bytes) Nieuw zicht op cultuurbeleid
Inleiding
Samenvatting
Rapporttekst
pijltje.gif (179 bytes) Een nieuwe mondiale ethiek
pijltje.gif (179 bytes) De noodzaak tot pluralisme
pijltje.gif (179 bytes) Een door media overspoelde wereld
pijltje.gif (179 bytes) Nieuw zicht op cultuurbeleid
Algemene Inleiding
Algemene samenvatting
Recensie [EN]
Background Intergovernmental Conference on Cultural Policies for Development
recasting cultural policies