Thema's: Onze creatieve verscheidenheid
A new global ethics
De noodzaak tot pluralisme
Een door media overspoelde wereld
recasting cultural policies
/nlen300-26uk.gif (265 bytes)
Verruiming van het begrip cultuurbeleid
Van theorie naar praktijk
Nieuwe visies, gebaseerd op pluralisme
pijltje.gif (895 bytes) Nieuwe bondgenootschappen

Nieuwe bondgenootschappen

De politieke dimensie

Verantwoordelijkheid voor de kunst wordt dikwijls niet onderkend als een belangrijke component van overheidsbeleid en gaat dikwijls schuil achter ‘hogere’ prioriteiten als sociaal welzijn, gezondheidszorg of communicatie. Soms is de culturele sector qua bevoegdheden een gedeelde verantwoordelijkheid. Hoewel dikwijls wordt aangevoerd dat dit een strategische positie biedt om cultuurbeleid op te nemen in een breder perspectief, blijkt dit in de praktijk dikwijls wishful thinking. ‘God helpe de minister die zich op het terrein van de kunst waagt’ is een aan Lord Melbourne, een Britse premier uit de vorige eeuw, toegeschreven uitspraak. Anderhalve eeuw later worstelen regeringen nog steeds met hetzelfde dilemma.

Zoals blijkt uit het feit dat veel historische monumenten en plaatsen door commerciŽle exploitatie schade oplopen, kunnen culturele motieven worden misbruikt voor doelstellingen op economisch en werkgelegenheidsterrein. Gedreven door electorale motieven slaan politici nogal eens de plank mis als het erom gaat de culturele sector zo creatief mogelijk in te zetten bij de aanpak van sociale kwesties. Zelfs regeringen die hun herziene cultuurbeleid baseren op inspraak en zich sociaal-cultureel oriŽnteren, maken slechts in beperkte mate gebruik van een totaalaanpak ter verhoging van de positieve waarde van kunst op gebieden als gemeenschapsontwikkeling, wederzijds begrip en samenwerking.

Professionele beleidsmakers ontwikkelen hun eigen jargon, dat de communicatie met de buitenwereld vertroebelt en hun eigen denken inperkt. Ze hebben ook bepaalde methoden om hun handelen te legitimeren, vaak gebaseerd op gegevens die bij nauwkeurige toetsing niet staande zijn te houden. Dergelijke attitudes zijn echter moeilijk bespreekbaar, laat staan te veranderen. Wat nog meer opvalt, is het feit dat politici en ambtenaren met het oog op verkiezingen slechts belangstelling hebben voor kortetermijnprojecten. Omdat met prestigieuze culturele projecten op de korte termijn eer te behalen valt, komen politici die de stembus in gedachten hebben zelden met beleid op lange termijn. Vandaar de vele prestigieuze bouwprojecten: kostbare concertzalen, theaters en grote stadions slokken geld op dat gebruikt had kunnen worden voor minder opvallende en goedkopere - en veel talrijker - projecten op het gebied van scholing en kunst op basisniveau. Onenigheid zal er altijd blijven, want veel opkomende, kleinschalige, experimentele cultuurproducten zullen niet iedereen aanspreken en soms zelfs worden verafschuwd door een groot deel van de bevolking. Dergelijk beleid kan echter worden verdedigd door het als investering te beschouwen (met alle risico’s die investeringen met zich meebrengen) in creativiteit en menselijke ontwikkeling.

Cultuurbeleid is een steunpilaar van de buitenlandse politiek. In een recente verklaring schilderde de Canadese regering de eigen cultuur en waarden af als een van de drie pijlers van haar buitenlands beleid. Bilaterale samenwerking en overeenkomsten zijn dikwijls gericht op relaties tussen regeringen en handelsbevordering, en is over het algemeen dus nog steeds nauw verbonden met traditionele vormen van culturele diplomatie, waarbij culturele manifestaties worden ingezet om andere binnenlandse doeleinden te bevorderen. Zo worden bijvoorbeeld tournees van prestigieuze gezelschappen gebruikt om exportbevordering te stimuleren. De doelmatigheid van dergelijke manifestaties loopt echter terug door het toenemende aantal uitwisselingsprogramma’s van particuliere instellingen en individuele personen - kunstenaars, producenten, internationale netwerken, wereldomspannende media en communicatie. De laatste jaren heeft er een belangrijke verschuiving plaatsgevonden van uitwisseling van kant-en-klare producten naar gemeenschappelijke exploratie, experimenten en co-producties. In de culturele bedrijfstakken heeft de geÔnternationaliseerde markt vorm gekregen in omvangrijke transnationale samenwerking in de vorm van joint ventures waaraan filmproducenten, satelliettelevisiebedrijven, uitgevers en de platenindustrie deelnemen.

Niettemin schenkt een aantal regionale instellingen steeds meer aandacht aan cultuurbeleid. De Raad van Europa is daar een van de prominentste van. Elders hebben de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid (OAU), de MERCOSUR in Latijns Amerika, de Organisatie van de Arabische Liga voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (ALECSO), de Associatie van Zuidoost-Aziatische Naties (ASEAN) en groeperingen als de ACCT (Agence de coopťration technique et culturelle/Bureau voor culturele en technische samenwerking) als onderdeel van hun activiteiten programma’s opgesteld voor cultuurbeleid. Inmiddels worden er in verschillende regio’s regelmatig jaarlijkse vergaderingen van ministers van cultuur belegd. Op multilateraal niveau zou samenwerking tussen regionale groeperingen nieuwe mogelijkheden kunnen openen. Een andere belangrijke (zij het nog symbolische) erkenning van het belang van een bredere beleidsruimte voor culturele activiteiten is Artikel 128 van het Verdrag van Maastricht. Door voorop te stellen dat de culturele dimensie een rol dient te spelen in economische, sociale en politieke beleidsvorming, weerspiegelt dit artikel de behoefte om in belangrijke besluitvormingsprocessen rekening te houden met de invloed die deze kunnen hebben op cultuur.

Financiering

Financiering van de kunst is en blijft een zware opgave. Door doelgericht kunstbeleid is in de jaren tachtig meer geld op tafel gekomen, althans in de rijke landen (zoals Canada, Frankrijk, Japan), en gaven de van hogerhand gesteunde culturele activiteiten een aanzienlijke groei te zien. Maar in de jaren negentig is het financieringsniveau door bezuinigingen weer gedaald. Bovendien ging de overheid veel strengere maatstaven aanleggen om de resultaten van culturele bestedingen te beoordelen en ging zij grotere nadruk leggen op het stellen van striktere prioriteiten. Het feit dat culturele activiteiten kunnen bijdragen aan exportinkomsten en economische groei wordt overal erkend, maar dat wil nog niet zeggen dat er navenant geld aan wordt besteed — een moeilijk punt, ten dele omdat een alles omvattend beleid voor cultuurfinanciering nog moet worden uitgewerkt. Dit is gedeeltelijk te wijten aan het vroegere idee dat kunst en financiering van kunst een luxe is die ten koste gaat van de economie. Als er geen specifieke financieringsstrategie is geformuleerd, kunnen ministers van financiŽn maar al te gemakkelijk de geldkraan dichtdraaien. Slechts enkele landen, waaronder Nederland, voeren een beleid op lange termijn om te garanderen dat dit niet gebeurt.

In de voormalige communistische landen, waar de culturele infrastructuur, regelgeving en financieringsmechanismen zijn ingestort, hebben de kunst en de culturele sector het bijzonder moeilijk. Zelfs voor boegbeeldinstellingen als het Kirov- en Bolsjoitheater in de Russische Federatie zakte de subsidie van bijna 100% tot minder dan 20% van hun budget.14 Bij een dergelijke vermindering van de geldstroom zal het niet verbazen dat men in veel landen in het voormalige Oostblok terugverlangt naar de vroegere rol van de staat — daarbij voorbijgaand aan de politieke grondslag voor deze rol. In arme landen gaat er veel te weinig geld naar de culturele sector, en daar zal geen verandering in komen.

Op mondiaal niveau zien we een tendens naar een toenemende verscheidenheid van financieringsbronnen, zowel van de overheid als de particuliere sector, die het totale stelsel vormen dat de cultuur steunt. De Commissie put moed uit het feit dat bijdragen van onafhankelijke particuliere financiers als sponsors, fondsen, vrijwilligersorganisaties en andere niet-commerciŽle instellingen lijken toe te nemen. Deze groeiende belangstelling van de ‘derde sector’ is uiteraard welkom, ook al omdat er een nieuwe geest van samenwerking uit spreekt voor steun aan het culturele leven in menselijke ontwikkeling. Toch lijkt het erop dat sponsoring door het bedrijfsleven, en in zeker mate ook particuliere financiering, valse hoop hebben gewekt. In sommige landen, zoals Groot-BrittanniŽ en de Verenigde Staten (waar het idee van een officieel cultuurbeleid enigszins vreemd was aan de nationale traditie) heeft de voorkeur om de culturele sector over te laten aan de krachten van de vrije markt geleid tot een forse daling van de overheidsbijdrage. Zo besloot het Amerikaanse Congres voor het belastingjaar 1996-1997 40% te korten op het budget voor de kunst.

Regeringen die om ideologische of praktische redenen uitgaven voor de kunst pogen af te wentelen op de particuliere sector (dat wil zeggen sponsoring door het bedrijfsleven) ontdekten in de jaren tachtig dat commerciŽle sponsors niet bereid zijn de weggevallen overheidsbijdragen over te nemen. Net als in de sociale sector en het onderwijs zijn niet alle culturele activiteiten zonder winstoogmerk geschikt voor sponsoring - en zonder overheidssteun zullen ze het ook niet redden. We kunnen niet van de markt verwachten dat ze een in sociaal opzicht optimaal pakket goederen en diensten levert dat tot meer sociale voordelen voor de gemeenschap leidt. Er wordt dikwijls niet begrepen dat overheidssteun voor cultuur in een marktgericht systeem niet gezien moet worden als een soort aalmoes, maar als een correctie op de gebreken van de markt. Dit is geheel consistent met het nastreven van economische doelmatigheid. Waarschijnlijk zal de overheid de kunst nog vele jaren moeten ondersteunen.

Door middel van een aantal financieringsstrategieŽn en beleidsmaatregelen hebben regeringen getracht de particuliere non-profitsector aan te moedigen om haar steentje bij te dragen. Zulke inspanningen zijn van groot belang om tot een bredere aanpak van de culturele sector te komen. Om particuliere culturele productie of behoud van erfgoed te bevorderen, wordt steeds vaker gebruik gemaakt van maatregelen in de fiscale sfeer, zoals aanmoedigingspremies en extra aftrekposten. Andere financieringsbronnen zijn onder meer donaties van openbare en particuliere instellingen en maatregelen in de sfeer van het copyright en royalties. Financiering uit de inkomsten van loterijen is een ingrijpender methode. Toch heeft bijvoorbeeld de pas opgerichte nationale loterij in Groot-BrittanniŽ de totale financiering alleen maar op het vroegere niveau teruggebracht en niet verhoogd.

Al deze strategieŽn zijn in een of meer landen uitgeprobeerd. Geen enkele lijkt optimaal te zijn; vandaar dat men het steeds meer in combinaties zoekt. Deze manieren van aanpak zijn echter dikwijls willekeurig toegepast, zonder dat er sprake was van duidelijk samenhangende doelstellingen. Dit leidde tot overlapping of verkeerde toewijzing van gelden. Bij de toewijzing van gelden van de overheid en particuliere instellingen is er ook dikwijls sprake van gebrek aan evenwicht tussen steden en provincies die ver verwijderd liggen van de culturele en politieke machtscentra. Er is maar weinig onderzoek naar de huidige bestedingsprioriteiten gedaan, terwijl het geld naar de gevestigde doelstellingen en instellingen blijft gaan.

In de voorheen communistische landen worden pas nu nieuwe modellen ontwikkeld die uitgaan van meerdere bronnen van inkomsten. De rol die de particuliere en non-profitsector speelt in de steun aan culturele activiteiten zal in deze landen nog aan belang winnen. Er is verhoogde inspanning vereist om sponsoring, particuliere giften en steun van de burgerij aan te moedigen. Hoewel er veel valt te leren van trends in gevestigde vrije-markteconomieŽn is er kennelijk geen pasklaar financieringsmodel dat zich goed leent voor invoering in de voormalige socialistische economieŽn. De basisoriŽntering zou voor dit gebied niet de huidige situatie in de vrije-markteconomieŽn van het Westen moeten zijn, maar de toekomstige informatiesamenleving, waarin culturele componenten vermoedelijk een grote rol zullen spelen.

Overal ter wereld neemt het besef toe dat ‘bepaalde taken... die overheden in het verleden niet bijzonder goed aankonden, en die ze met inzet van overheidsgeld en het bestuursapparaat hoogstwaarschijnlijk ook nu niet aan zullen kunnen’ kunnen worden uitgevoerd door particulier initiatief van personen en organisaties. Veel van deze onafhankelijke financiers staan klaar om op een aantal terreinen — waaronder vele die in de sfeer liggen van dit rapport — samenwerkingsverbanden aan te gaan met regeringen, intergouvernementele organisaties en supranationale lichamen. De Commissie beveelt daarom een mondiaal initiatief aan om de rol van onafhankelijke financiering te bevorderen. Het zal noodzakelijk zijn dat de onafhankelijke gemeenschap van financiers integraal gaat deelnemen aan dit proces, dat uit moet lopen op een Wereldtop over Cultuur en Ontwikkeling, zoals aanbevolen in de Internationale Agenda. Dit proces kan worden opgestart in samenwerking met diverse organisaties en documentatiecentra die overal ter wereld door onafhankelijke financiers zijn opgezet. Het moet worden georganiseerd in samenwerking met instellingen die al een leidende rol spelen en reeds nauw samenwerken met de UNESCO. Daaronder zijn het Europese Fondsencentrum (EFC), het Europese Cultuurfonds en het Europese Cultuuragentschap. Zij zouden gezamenlijk banden kunnen aanknopen met onafhankelijke instellingen in andere gebieden, zoals de Council on Foundations in Washington, het Mexican Foundation Centre en het Asia Pacific Consortium of Foundations.

Samenwerkingsverbanden

Om de culturele sector in de open regionale en mondiale economie doelmatiger te kunnen steunen, is er behoefte aan flexibeler samenwerkingsverbanden binnen en tussen regeringen, de vrije markt en de maatschappij. Een herverdeling van functies tussen nationale, regionale en lokale overheden zou moeten leiden tot meer ontvankelijkheid op alle niveaus. Van de drie bestuurslagen — nationaal, regionaal en lokaal — staat de laatste het dichtst bij zijn achterban. Dit niveau is dan ook het geschiktst om culturele behoeften aan de basis te onderkennen en te bevorderen. Het is een feit dat steeds meer gemeenten en lokale autoriteiten beleid uitstippelen voor de culturele sector. Maar regeringen voorzien lokale overheden meestal niet van voldoende middelen om de pas geformuleerde doeleinden te verwezenlijken. Dit is vooral problematisch wanneer lokale overheden geen belasting kunnen heffen of als er geen totale financiŽle raming bestaat voor culturele behoeften.

Met het oog op de toenemende activiteiten van burgers en de overheersende rol van de markt moeten de kwaliteiten van de particuliere sector en de samenleving beter onderkend en aangemoedigd worden. Er moet ruimte komen voor andere deelnemers en nieuwe kaders; overheden zouden meer als strategisch gepositioneerde makelaars moeten optreden en wisselwerking, overleg en overeenstemming met en tussen deze partners moeten steunen. Dit kan worden bevorderd door verdere decentralisatie en democratisering van besluitvorming, bestuur en dienstverlening in de culturele sector.

De Commissie erkent de vitale rol van particuliere organisaties op het gebied van culturele ontwikkeling. Ze onderschrijft het standpunt van de Wereldtop voor Sociale Ontwikkeling dat de eigen organisaties van lokale gemeenschappen een doorslaggevende rol moeten spelen, vooral waar het gaat om bevordering van de participatie van arme en machteloze mensen. Niet-gouvernementele organisaties vervullen een onmisbare rol bij het verwerven van steun en inzet voor principiŽle standpunten en gespecialiseerde taken. Hierbij kunnen we niet alleen denken aan instellingen met een specifieke culturele opdracht (bijvoorbeeld kunstcentra, jeugdtheaters en lokale festiviteiten), maar ook aan instellingen die zich op sociaal of economisch terrein bewegen en verband leggen tussen culturele of identiteitskwesties, zoals organisaties die werklozen opleiden voor banen in culturele bedrijfstakken of campagne voeren voor de bescherming van het milieu of cultureel erfgoed. Verscheidenheid en verspreidheid zijn kenmerkend voor deze sector en de Commissie ziet dan ook geen voor de hand liggend kanaal om zich te verzekeren van de medewerking van representatieve deelnemers uit deze sector bij de voorgestelde ontwikkelingsprocessen. Er zou echter een grote leemte ontstaan als we daar niet in slagen. Zowel op nationaal als internationaal niveau is er behoefte aan steun voor het scheppen van nieuwe mechanismen, gebaseerd op een aantal voorbeelden van geslaagde samenwerking tussen regeringen en vrijwilligersverbanden.

Binnen regeringen moeten ministeries voor cultuur de nadruk leggen op overleg en harmonieuze samenwerking met organen uit andere sectoren. Deze stap is van doorslaggevend belang, aangezien succes in het opbouwen van een nieuw kader grotendeels zal afhangen van het vermogen van cultuurbeleidsmakers om een positieve wisselwerking tussen verschillende bestuurlijke organen tot stand te brengen en aan te moedigen. Cultuurbeleid en de uitvoering ervan zou naar interdepartementair niveau moeten worden getild. Maar omdat ministeries van cultuur doorgaans een lagere status hebben dan die voor onderwijs of sociale zaken zal dit doel niet gemakkelijk te bereiken zijn. Om de samenwerking met andere ministeries te bevorderen en taken uit te voeren als het stimuleren van regionale culturele ontwikkeling heeft het ministerie van Cultuur in Frankrijk de Dťlťgation au Dťveloppement et aux Formations opgezet. Vergelijking van initiatieven en ervaringen van verschillende landen moet worden aangemoedigd.

Inmiddels bestaat er een mondiale consensus over het belang van multilaterale samenwerking voor behoud en bevordering van en deelname aan culturele activiteiten. Dit is geen punt van discussie meer. De UNESCO kent een lange traditie op het gebied van bevordering van studie over en ontwikkeling van nationaal cultuurbeleid en zou daarom een internationaal forum moeten beleggen over dit onderwerp. Dit zou kunnen fungeren als een uniek discussieforum voor beleidsmakers, bestuurders, onderzoekers, kunstenaars en vertegenwoordigers van de burgerij die zich inzetten voor meer doelmatigheid van cultuurbeleid op alle bestuurlijke niveaus. Door middel van een aantal flexibele mechanismen zou het forum een open debat, vergelijking, toetsing en omvorming van cultuurbeleid kunnen bevorderen. Het zou gebruik kunnen maken van onderzoek naar beleid van overheden en niet-gouvernementele organisaties en van de ervaringen van ontwikkelingswerkers in verschillende regio’s.

Verruiming van het begrip cultuurbeleid
Van theorie naar praktijk
Nieuwe visies, gebaseerd op pluralisme
pijltje.gif (895 bytes) Nieuwe bondgenootschappen

pijltje_beneden.gif (179 bytes) Nieuw zicht op cultuurbeleid
Inleiding
Samenvatting
Rapporttekst
pijltje.gif (179 bytes) Een nieuwe mondiale ethiek
pijltje.gif (179 bytes) De noodzaak tot pluralisme
pijltje.gif (179 bytes) Een door media overspoelde wereld
pijltje.gif (179 bytes) Nieuw zicht op cultuurbeleid
Algemene Inleiding
Algemene samenvatting
Recensie [EN]
Background Intergovernmental Conference on Cultural Policies for Development
recasting cultural policies