Bangladesh komt in het westen vaak in het nieuws met overstromingen en ondervoede kinderen. Dit doet echter geen recht aan de moed van dit volk dat strijdt tegen natuurkrachten, en aan de glorieuze geschiedenis en culturele diversiteit van dit land.

Beroemd om zijn welvaart

Bangladesh wordt omspoeld door drie grote rivieren: de Padma, de Jamuna en de Meghna die samen met de duizenden slingerende beekjes de grootste delta ter wereld vormen. Dit aangeslibde vruchtbare land is grotendeels in cultuur gebracht. De rivieren spelen al sinds mensenheugenis een belangrijke rol op het gebied van de communicatie. Eens was deze regio beroemd om zijn welvaart. Veel gelukszoekers kwamen hier hun geluk beproeven en tal van goederen werden over de waterwegen naar het westen geëxporteerd.
Bangladesh stond bekend om deze diversiteit. In de middeleeuwen luidde een bekend gezegde:

"Jodi jao Bonge Kopal jabe shonge"
Ga naar Bengalen
En geluk valt u ten deel.

Het vruchtbare land en de rijkdom van Bengalen vormden steeds een aantrekkingskracht voor nieuwe kolonisten. Het werd een ware smeltkroes van verschillende etnische groepen die tezamen een mozaïek vormden van gemengde rassen met een dominante niet-Arische stam.

Een machtig volk ten oosten van de Ganges
De Indo-Iraniërs kwamen zo’n 3500 jaar geleden naar India en namen met gemak het noorden van India in hun bezit. Ze stuitten echter op sterke tegenstand van het volk dat leefde ten oosten van de Ganges in een gebied dat nu bekend staat als Bangladesh. In het jaar 326 voor Chr. viel Alexander de Grote India binnen en liep hij de Indus-vallei onder de voet, waar ten oosten van de Ganges een machtig volk genaamd de Gangaridae leefde. De Macedoniërs waren zo onder de indruk van hun macht en rijkdom dat ze niet verder naar het oosten gingen.

Ouder dan Oxford
Tussen 321 voor Chr. en 750 na Chr. maakte deze regio deel uit van drie boeddhistische rijken. Vanaf de achtste eeuw na Chr. tot de twaalfde eeuw werd Bangladesh geregeerd door de Palas, de boeddhistische koningen. De vierhonderd jaar daarop beleefde Bangladesh een bloeiperiode waarin onderwijs, cultuur en handel een hoog niveau bereikten. In deze periode zag men de opkomst van universiteiten die in de hele regio bekend stonden als ‘centre of excellence’. De universiteiten van Bangladesh, Vasu Vihara, Sompara Vihara en Salban Vihara, bestonden al een paar honderd jaar voordat Oxford, de oudste westerse universiteit, werd opgericht. De Chinese pelgrim Hiuen Tsang, die Bangladesh in de zevende eeuw bezocht, sprak over 30 Mahavihara’s of universiteiten. In die tijd werden de Bengalese studenten uitgenodigd door China, Tibet en het Verre Oosten.
Tussen 1097 en 1223 waren de Hindoestaanse heersers al even enthousiaste beschermheren van kunst en scholing. Gedurende deze periode is een groot aantal schilderijen van Hindoestaanse goden vervaardigd.

Intellectuele bewustwording onder heerschappij van de moslims
Vanaf het begin van de 13e eeuw tot aan de Britse bezetting in 1757 werd het politieke, culturele en sociale leven in Bengalen gedomineerd door een overweldigende aanwezigheid van moslims. De zeshonderd jaar onder de heerschappij van de moslims in Bengalen bracht een ommekeer teweeg in het leven van de bewoners waarvan de voorvaderen meestal boeddhisten of hindoestanen waren geweest. De soefi’s speelden een belangrijke rol in de vorming van de geest en de cultuur van het land. Hun bescheiden levenswijze en liefde voor de mensheid stalen de harten van de hindoes uit de lagere kasten en van sommige boeddhisten. Onder de moslimleiders waren veel vrijgevige beschermheren van geleerden, dichters en onderwijsinstituten die in Bengalen een grote intellectuele bewustwording tot stand brachten.

Verpaupering als Britse kolonie
De cultuur van Bengalen is gevormd door de combinatie van verschillende religieuze tradities. Vandaar het wereldse en vrijzinnige gedachtegoed. Onder de Britse koloniale overheersing maakte de welvarende regio een verschrikkelijke tijd door. De Britten richtten de kolonie op met als doel het weghalen van de rijkdommen. Tijdens de 200 jaar lange geschiedenis van plundering kwam de industriële revolutie in Engeland tot bloei, maar werd de regio in Azië economisch volkomen verwaarloosd.

Oost-Pakistan wordt Bangladesh
Na de koloniale tijd ontstonden er twee staten op religieuze basis: India en Pakistan. Bangladesh was een moslimregio en maakt onderdeel uit van Pakistan. Maar er waren fundamentele culturele verschillen tussen Bangladesh en Pakistan. De Pakistaanse heersers probeerden de Bengaalse cultuur in naam van de islam te overheersen. Ze wilden zelfs de Bengalese taal niet de status van officiële taal verlenen. In 1952 gaven velen hun leven voor hun moedertaal. In 1971 had het sterk op taal gerichte nationalisme uiteindelijk de totstandkoming van een nieuwe staat, genaamd Bangladesh, tot gevolg. De jaren 1952 en 1971 vormen twee mijlpalen in de moderne geschiedenis van Bangladesh.

By : Suborna Camellia and Abu Ahasan

 
     

| Home/Galerie | Spirit | Geschiedenis | Mijlpalen | Organisaties | Colofon |