Is poëzie alleen voor fijnproevers? Niet in Colombia. Het Internationaal Poëzie Festival van Medellín weet tienduizenden Colombianen te boeien. Hivos financiert sinds 1998 de deelname van dichters uit andere ontwikkelingslanden en draagt bij aan de organisatiekosten. Stichting Doen op haar beurt gaf in 2005 een eenmalige subsidie voor het vijftienjarig jubileum.

Hivos steunt het poëziefestival vanuit de gedachte dat kunstenaars een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het debat over de politieke en culturele ontwikkeling van hun samenleving, in dit geval de voortdurende burgeroorlog in Colombia. Cultuur is een middel om nieuwe invalshoeken te vinden, kritische vragen te stellen en een brug te slaan tussen mensen. "De impact van het festival is groot in Colombia", zegt Paul van Paaschen, programmamanager Kunst en Cultuur. "Tijdens de debatten spreken dichters recht voor z'n raap hun zorg uit over de situatie in het land. Dat heeft zijn uitstraling naar het publiek, dat vooral bestaat uit jongeren en niet, zoals men vaak denkt, uit grijze poëzieliefhebbers. Het gaat dus verder dan alleen het reciteren van gedichten. Het festival is een formule tegen oorlog en geweld. Dat er zo veel Colombianen op afkomen, toont aan dat je met poëzie wel degelijk heel veel mensen kunt bereiken. Voor hen is het een ontsnapping uit de dagelijkse beslommeringen, een moment van reflectie. Daarnaast is het festival een belangrijke ontmoetingsplaats voor dichters uit de hele wereld. Voor hen is het een soort kuuroord. Ze worden onthaald als popsterren."

Voor Hivos is cultuur behalve een middel ook een doel op zich: de steun richt zich eveneens op de opbouw van de culturele infrastructuur, het bevorderen van de duurzaamheid van de culturele sector en het versterken van de capaciteiten van de partnerorganisaties. Dat zijn begrippen uit de wereld van ontwikkelingssamenwerking die andere cultuurfondsen niet of nauwelijks noemen. "We werken in die sector en koppelen ons cultuurprogramma aan de waarden van die sector", vertelt Paul van Paaschen. "We hebben het daarom over capaciteitsopbouw, iets wat bijvoorbeeld het Prins Claus Fonds niet zal noemen. In die zin zijn wij ontwikkelaars. Bij ons gaat het niet om de projecten, maar om de organisatie. Als je die goed steunt, rollen de projecten er wel uit. We stimuleren financiële duurzaamheid. Dat is binnen de culturele sector moeilijk, maar niet onmogelijk. Een experimentele theatergroep kan bijvoorbeeld ook cursussen geven, waarmee ze inkomsten genereren."

Hivos probeert ook 'donorafhankelijkheid' te voorkomen door partners te wijzen op andere geldbronnen. Zo is het programma van het Poëzie Festival van Medellín vanwege het vijftienjarige bestaan in 2005 omvangrijker en kostbaarderdan gewoonlijk. Paul van Paaschen: "Wij konden zelf niet méér steun geven. Toen hebben we het contact doorgegeven aan de Stichting Doen." Stichting Doen steunt het poëziefestival in Colombia met 30.000 euro, omdat het bijdraagt aan de positieve beeldvorming van Colombia, namelijk dat er naast geweld en drugs ook ruimte is voor cultuur.

lees verder...

 

logoos
.
.