Netwerken, partners en samenwerking zijn modieuze kreten uit beleidsnotities, die voor velerlei interpretatie vatbaar zijn. Wie is op welk moment een partner, wat is een netwerk en waaruit bestaat de samenwerking?

Het Prins Claus Fonds sloot de afgelopen jaren langdurige samenwerkingsovereenkomsten met inmiddels negen organisaties uit zijn internationale netwerk. Die samenwerking beperkt zich niet tot financiële steun, maar moet ook uitmonden in een gezamenlijke productie. Bovendien hebben de organisaties op hun beurt een bovennationaal netwerk, vertegenwoordigen ze verschillende disciplines en zijn ze het liefst actief in 'vergeten' gebieden, waardoor een uitgebreid web van contacten ontstaat. "Donorrelaties hebben een ouderwetse opzet. We willen dat patroon doorbreken", verklaart directeur Els van der Plas. "We geven geen geld omdat iemand onderontwikkeld is, maar omdat iemand fantastisch werk doet. Met zulke mensen willen we een relatie en zij kunnen op hun beurt ook ons helpen. Dat maakt de relatie evenwichtiger en het levert veel meer op. We willen mensen met elkaar verbinden."

De netwerkovereenkomsten leiden tot nieuwe initiatieven. Zo maakte het dansgezelschap Jant-Bi uit Senegal via het Braziliaanse VideoBrasil contact met verschillende organisaties die gespecialiseerd zijn in de geschiedenis van de slavernij en de Afrikaanse diaspora. Met hulp van het Prins Claus Fonds bracht de Boliviaanse Asociación Pro Arte Y Cultura (APAC) haar barokmuziek naar het Amsterdamse Concertgebouw. Het centrum voor mediakunst DRIK uit Bangladesh raakte in contact met het Zanzibar International Film Festival: de twee organisaties organiseerden een serie tentoonstellingen tijdens het filmfestival.

Momenteel werkt het Prins Claus Fonds samen met Caribbean Contemporary Arts (CCA) uit Trinidad aan een tentoonstelling van het werk van Peter Minshall, dat in juni 2006 ook in de Kunsthal in Rotterdam te zien is. Els van der Plas: "Door ons heeft CCA nu contact met de Kunsthal en het Zomercarnaval in Rotterdam. Daarbij gaat het over méér dan alleen geld."

CCA staat ook bij Hivos geregistreerd als partner. Voor kunstenaars uit ontwikkelingslanden financiert Hivos jaarlijks enkele artists-in-residence-plaatsen bij de organisatie. "CCA speelt een belangrijke rol in de regio en is ook een leerplaats voor kunstenaars", zegt Paul van Paaschen, programmamanager Kunst en Cultuur. Die twee criteria zijn belangrijk voor Hivos bij het afsluiten van een driejarig partnerschap. Daarnaast zoekt Hivos naar organisaties die een prominente rol spelen. "Het is van belang dat de organisaties goede producties maken die toonaangevend zijn", zegt Paul van Paaschen "We kijken ook naar de betrokkenheid van de makers bij maatschappelijke issues. Ze moeten innovatief en dynamisch zijn." Naast de meerjarige ondersteuning aan partners heeft Hivos een potje voor kleinschaliger projecten. "Vaak gaat het om eenmalige activiteiten en de bijdrage is nooit hoger dan 10.000 euro. Het is vaak een eerste proeve. Soms worden organisaties daarna partner."

Hivos heeft relatief veel partners en hun aantal is de afgelopen jaren gestaag gegroeid. In 1995 startte Hivos met 34 samenwerkingsverbanden in de 30 landen waarin ze werkt; in 2004 waren dat er 97. De ontwikkelingsorganisatie, die zich ook op andere sectoren richt, hecht dan ook veel belang aan cultuur. Want ook haar budget voor cultuur is bijna vervijfvoudigd en groeit nog steeds. In 2006 gaat 7 procent van het totaal – oftewel zo'n 5 miljoen euro – naar de kunsten in ontwikkelingslanden. Hoewel netwerken geen formeel beleid zijn, helpt Hivos wel netwerken vormen door de steun aan regionale netwerkorganisaties. Binnen de diverse disciplines bestaan contacten tussen de partners. "Het gaat redelijk zijn eigen weg", aldus Paul van Paaschen. "Soms proberen we het te stimuleren. Zo hebben we Red Sudamericana de Danza, een Zuid-Amerikaans dansplatform, gevraagd het werkterrein uit te breiden naar Midden-Amerika."

Netwerken zijn voor de European Cultural Foundation een logisch gevolg van haar steun aan samenwerkingsprojecten. Neem het capaciteitsopbouwprogramma voor 25 culturele managers in het zuidelijke Middellandse Zeegebied, dat is opgezet met een partner in Egypte. "In de Balkan hebben we altijd veel trainingen gegeven aan mensen die een culturele organisatie runnen", zegt vice-directeur Odile Chenal. "Die mensen trainen nu collega's in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Dankzij hun eigen ervaringen weten zij veel beter dan experts uit West-Europa hoe het is om een culturele organisatie in moeilijke omstandigheden te runnen. Zo ontstaat op een natuurlijke manier een netwerk."

lees verder...

 

logoos
.
.
.