menu wat is kattaikkuttu theater De Mahabharata nederlands acteur bezoekt voorstelling interview met p. Rajagopal de sangam De jeugdtheaterschool adres en colofon

De kracht van Cultuur

José Kuijpers
Amper drie dagen na mijn aankomst in India reis ik mee met het spelersbusje van de beroepsvereniging van Kattaikkuttu acteurs naar een religieus feest. Vannacht is het volle maan; de Sangam gaat een acht uur durende voorstelling geven in een dorpje in het binnenland van Tamil Nadu.

De bus boort zich een weg door, voor mijn gevoel, een half miljoen mensen in een gehuchtje zo groot als Marken. Iedereen verkoopt iets langs de kant van de prop- en propvolle hoofdstraat die naar de tempel leidt. Overal zie ik vuur, schommelende lichtjes en een geduldig drommende mensenmassa die zich in de richting van de tempel en weer terug beweegt. We komen aan bij het hotelkamertje dat de Sangam gehuurd heeft om de meegebrachte maaltijd te eten en even te rusten. De acteurs gaan eerder weg om te schminken. Tegen tienen vertrekken wij naar het veldje waar de voorstelling zal zijn. Er is net geoogst. Iedereen is er al; tienduizend mensen zijn neergestreken op de stoppels. Woodstock denk ik, ik geloof mijn ogen niet. Er wordt plaats voor ons gemaakt vooraan, als witte prinsessen zitten we als laatkomers op de eerste rij.

Achter me voel ik de lichamen van een oma, een man en een paar kindertjes, de oma trekt steeds mijn sjaal over mijn hoofd. Mijn gastvrouw Hanne vertaalt dat ik het anders koud krijg. Het publiek zit aan drie kanten langs een vierkant speelvlak, verlicht door een tl-buis. De vierde wand is het voor- of achterdoek, een lap waarachter de spelers zich aankleden en schminken. Terwijl zij nog bezig zijn, helpt het publiek op de eerste rijen de scherpe stenen van de speelvloer weg te halen. De acteurs spelen op blote voeten. Het orkestje zit voor het achterdoek.

Het begint. Want nu komt, acht uur lang, is een epos, een hoogmis, een passiespel met diverse prologen, (die ik niet versta, af en toe vertaalt Hanne); entr’actes, clownsacts waar iedereen dubbel om ligt, vreemde goden - ik snap er niets van, maar ben totaal gefascineerd door deze waanzinnig uitgedijde dramaturgie, inclusief het aanroepen van de goden door de acteurs, voorafgaand aan hun transformatie naar de rol van god. Dat laatste gebeurt in een soort tussenruimte naast het speelvlak, die aan het zicht onttrokken is door een omhooggehouden doek. We horen het aan het roepen en dansen en zien het aan het zand dat in wolkjes omhoog stuift. Het doek wordt neergelaten en de god vertoont zich.

Het duurt lang. Er wordt gegeten en gedronken, of even geslapen. Mensen lopen weg, of komen terug, over het kleine podiumpje vlak langs de spelers; toeschouwers lopen de scène op en spelden geldbiljetten op de kostuums van de spelers. Een man biedt de hoofdrolspeler een sjaal aan en geeft een briefje aan de tegenspeler die hardop voorleest: deze sjaal wordt aangeboden door meneer zusenzo van het hifiwinkeltje van het dorp. En dan gaat het verhaal verder.
Ergens tussen drie en vijf houd ik het niet langer vol, en ga ik even naar de hotelkamer. Als ik terugkom lijken de spelers nog vitaler dan eerst, nog meer opgetild, voller, losser, helemaal op temperatuur. Er zijn nu zeer goede travestierollen te zien, geestig, onschuldig, vilein en er staat een prachtig blauwe Krishna.

Ergens kraait een haan en vlak voor het pijlsnel licht wordt, is het ineens gedaan.
Er is geen applaus.
De acteurs schminken af en pakken in, in een oogwenk.
Opeens staat het publiek als één man op om te vertrekken.

KATTAIKKUTTU
interview met P. Rajagopal