radio africa

inleiding

Kritische geluiden zijn in sommige landen utopie. Daar controleert de overheid de radio en krijgen journalisten te maken met sancties als ze afwijkende meningen verkondigen. In de Afrikaanse radiowereld waait de laatste jaren een nieuwe wind.

De Zimbabwaanse presidentskandidaat Jonathan Moyo kreeg een koekje van eigen deeg tijdens de verkiezingscampagne in maart 2005. Als minister van Informatie en rechterhand van president Robert Mugabe had hij oppositiegeluiden op de staatsradio verboden. Ironisch genoeg besloot Moyo krap een jaar later uit de regeringspartij te stappen om zelf een gooi naar het presidentschap te doen. Zijn eigen censuurwet blokkeerde de muziek van Moyo’s verkiezingscampagne op de nationale radio. Phambili LeTsholotsho (wat zoiets als Hup Tsholotsho betekent) werd slechts een hit in zijn eigen verkiezingsdistrict Tsholotsho, waar het via mobiele geluidswagens en in cafés te horen was.

Kritische geluiden - verpakt in muziek of journalistieke reportages - zijn taboe in Zimbabwe. In dat land opereren enkele onafhankelijke radiostations, zoals Short Wave Radio Africa, die hun signaal slechts vanuit het buitenland Zimbabwe binnen kunnen krijgen. De journalisten van de onafhankelijke radiostations behoren tot de meest geplaagden ter wereld, vaak met bomaanslagen en politie-invallen.

Met die praktijken druist Zimbabwe in tegen de algemene trend op het continent. Want afgezien van Eritrea, waar onafhankelijke media simpelweg niet bestaan, is de persvrijheid in Afrika de laatste jaren sterk toegenomen. Het zijn tegenwoordig vooral Oost-Aziatische landen en het Midden-Oosten die onder aan de World Press Freedom Index bungelen. Hoewel Afrikaanse regeringen hun onafhankelijke radiomakers nog regelmatig beschuldigen van verkeerde berichtgeving als de uitzendingen onverhoopt kritiek bevatten, heeft het democratiseringsproces op het continent nu ook de ether bereikt.

"Het is niet gevaarlijk meer om over gevoelige kwesties te berichten," bevestigt de Angolese journalist António de Sousa van Rádio Ecclésia. Het onafhankelijke radiostation was in de hitte van de oorlog regelmatig doelwit van staatsterreur, ook al was het van katholieke signatuur. Zo had de uitzending van een interview met rebellenleider Jonas Savimbi eind jaren negentig een politie-inval als gevolg. Directeur José Paulo werd na een nieuwe kritische uitzending gekidnapt en wist met veel geluk te ontsnappen. Maar sinds het einde van de oorlog in 2002 kan zelfs de kritiekvolle MCK zonder problemen op  Rádio Ecclésia.

Ook elders in Afrika zijn de immens populaire rappers alleen al om commerciële redenen continue op de radio te horen. En daarin ligt nu precies de recente kritiek op de Afrikaanse radio. De onafhankelijke stations zouden zich te veel laten leiden door advertentie-inkomsten en de noodzaak om een jong stedelijk publiek aan te spreken. Weinig programma’s zijn gericht op de arme bevolking op het platteland: degenen die het meest afhankelijk zijn van radio, omdat het gros geen krant kan lezen. Volgens het rapport Making Waves van censuur-waakhond Index on Censorship is de informatie op de radio in veel landen zelfs minder diepgravend dan in de tijd van strikte overheidscensuur.

INGE RUIGROK

radioos