Protest tegen Guggenheim in Rio de Janeiro

juni 2003 -

Armoedebestrijding is belangrijker dan kunst. Inwoners van Rio de Janeiro, Brazilië, verzetten zich tegen de komst van een Guggenheim-museum.

Burgemeester Cesar Maia heeft met de Guggenheim-stichting in New York een overeenkomst gesloten voor een dependance van het wereldberoemde museum in zijn stad. Er zijn al vestigingen in Las Vegas, Berlijn, Venetië en Bilbao. Maia heeft voor het project 250 miljoen dollar uitgetrokken; daarvan is 130 miljoen dollar voor het gebouw, en dertig miljoen dollar voor de licentierechten. Voor dit bedrag krijgt Rio toegang tot de expertise en de collecties van de stichting en haar partners: de Hermitage in St. Petersburg en het Kunsthistorisches Museum in Wenen. Het grootste deel van het museum wordt ingeruimd voor internationale hedendaagse kunst. De burgemeester zegt het bedrag al te hebben liggen.

Critici vinden dat het geld moet worden besteed aan de bestrijding van de grote armoede in de stad. Vijfentwintig procent van de inwoners heeft geen stromend water; duizenden kinderen leven op straat. Er zijn scholen nodig en ziekenhuizen. Anderen vrezen voor het voortbestaan van gevestigde culturele instellingen in de stad. De kosten voor het museum, naar verluidt vier keer het jaarbudget van het Braziliaanse Ministerie van Cultuur, zouden negatieve gevolgen kunnen hebben voor de subsidiestromen.

Burgemeester Maia ziet het project juist als investering in zijn stad. Het museum moet het vervallen havengebied nieuw leven inblazen. Hij verwacht dat het museum per jaar een miljoen bezoekers zal trekken. De dependance in het Spaanse Bilbao heeft de stad enorm veel toeristen opgeleverd. De vestiging van het Guggenheim in Las Vegas heeft zijn deuren echter al vanwege gebrek aan belangstelling moeten sluiten.

Een Braziliaanse rechter heeft op aandringen van tegenstanders het bouwcontract tussen de burgemeester en de Guggenheim-stichting voorlopig ongeldig verklaard.