Van Chinese opera tot Boliviaans carnaval - internationaal verdrag immaterieel erfgoed

november 2003 -

Op de 32ste bijeenkomst van de Algemene Conferentie van Unesco (29 september-17 oktober) hebben de lidstaten een verdrag aangenomen over immaterieel erfgoed. Immaterieel erfgoed wil zeggen: orale tradities inclusief de taal, uitvoerende kunsten zoals (muziek-)theater, rituelen, feesten en traditioneel vakmanschap. De Algemene Conferentie komt elke twee jaar in Parijs bijeen om het programma en budget vast te stellen voor de komende twee jaar.

Met het verdrag zeggen de lidstaten toe hun eigen immateriële erfgoed in kaart te gaan brengen, de toegang tot documentatie erover te faciliteren, en de bevolking te informeren. Ook zullen ze aandacht aan het bewaren van dit erfgoed besteden in het technische, artistieke en wetenschappelijke onderwijs.

De Chinese Academy of Arts (CAA) verklaarde meteen zo’n vijftien groepen binnen- en buitenlandse deskundigen aan het werk te gaan zetten om de orale en immateriële Chinese cultuur te inventariseren. Over vijf jaar moet er een veelomvattende database zijn gemaakt.

Op internationaal niveau heeft Unesco een lijst opgesteld met ’s werelds belangrijkste immateriële erfgoed: Representative list of the Intangible Heritage of Humanity. Dit om de zichtbaarheid van het tamelijk ongrijpbare cultuurgoed te vergroten, en als steuntje in de rug voor organisaties die zich beijveren voor de instandhouding ervan. Op deze lijst staan onder meer Siciliaans poppentheater, Koreaanse rituelen voor koninklijke voorouderen, Gregoriaans polifonisch zingen, de Chinese kunqu opera, en het Boliviaanse Oruro carnaval. Ook is er een lijst opgesteld met immateriële cultuur die gevaar loopt snel te verdwijnen: List of Intangible Cultural Heritage in Need of Urgent Safeguarding.

De conventie is een aanvulling op het reeds bestaande verdrag dat materieel cultuurgoed beschermt op het land, zoals monumenten en natuurterreinen, en onder water, bijvoorbeeld scheepswrakken.