Kunstenaars vertellen over vrijheid en censuur

februari 2004 -

Waarschijnlijk worden kunstenaars vaker geremd in hun werk, dan dat zij zich vrijelijk kunnen uiten of gesteund weten. Op de themadag Claiming Artistic Freedom vertelden acht kunstenaars over hun situatie. HIVOS organiseerde de dag in samenwerking met het festival Winternachten. De kunstenaars waren schrijvers, film- en theaterproducenten, uitgevers en kunstcritici uit verschillende landen.

Filmmaker Prasanna Vithanage uit Sri Lanka vertelde hoe hij slachtoffer was van censuur toen de regering zijn film verbood. Hij spande een rechtszaak aan, won die en had alsnog een groot succes met zijn film.

Pooja Sood uit New Delhi moet bij het organiseren van exposities en workshops terdege rekening houden met het opkomend Hindoe-fundamentalisme. Een expositie met werk van islamitische kunstenaars leidt vaak tot relletjes of pesterijen, al helemaal als deze kunstenaars uit Pakistan afkomstig zijn.

Annari van der Merwe van de Zuid-Afrikaanse uitgeverij Kwela Books gaf het publiek een beeld van het literatuurklimaat in haar land. Het probleem schuilt voor haar niet in censuur, maar in het ontbreken van een leescultuur en dus van publiek. De overheid, eventueel geholpen door het bedrijfsleven, zou haar best moeten doen de literatuur te promoten, vooral via het onderwijs.

Tijdens het slotdebat met alle acht gasten bleek dat censuur, onderdrukking van vrijheid van meningsuiting en fysieke bedreiging evidente en beangstigende belemmeringen voor artistieke vrijheid zijn. Daarnaast kampen kunstenaars vooral met gebreken: geen geld, geen faciliteiten, geen markt, geen cultuureducatie. Die passieve houding, die leidt tot verwaarlozing, lijkt voor de kunst even desastreus als actieve repressie. Voor bijna alle deelnemers is een internationaal netwerk van levensbelang; niet alleen voor financiële ondersteuning, maar ook als bescherming tegen terreur.