Uitgangspunten biennales Sao Paulo en Gwangju totaal verschillend

september 2004 -

De kunstenaar als autonome dromer, of juist als gelijkwaardige collega van de kijker. De biënnales van beeldende kunst in Sao Paulo en Gwangju, die beide openen in september 2004, kiezen volledig tegenovergestelde grondstellingen.

photo

Otobong Nkanga, Stripped Bare V (of VI), foto, 2003/2004

De Duitser Alfons Hug is dit jaar voor de tweede keer de hoofdcurator van de biënnale in Sao Paulo, Brazilië, die plaatsvindt van 25 september tot en met 19 december. De 64 jaar geleden opgerichte biënnale heeft dit keer als thema ‘Território livre’: vrije ruimte. Hiermee wordt afstand genomen van kunst die sociale en politieke problemen aankaart door documentaire en wetenschappelijke strategieën te gebruiken. Een richting die de laatste jaren binnen de beeldende kunst erg populair was, met als hoogtepunt Documenta 11 in 2002, samengesteld door de Nigeriaanse curator Okwui Enwezor.

Kunst is nutteloos, volgens Hug. Het is een vrije ruimte waar de realiteit in een eigen vorm wordt ondergebracht. In het biënnale-paviljoen zullen de tachtig door Hug gekozen kunstenaars in één ruimte met de door 55 landen afgevaardigde kunstenaars te zien zijn.

De biënnale van Gwangju in Korea, ontstaan in 1995, probeert de autonome positie van de kunstenaar dit jaar juist te doorbreken. De tweejaarlijkse expositie vindt plaats van 10 september tot 13 november in het Joong Oe Park in Gwangju, en heeft als titel: ‘A grain of dust a drop of water’.

De artistieke directeuren Yongwoo Lee, Kerry Brougher en Suk-won Chang willen de klassieke verhouding tussen de kunstenaar en curator als makers van tentoonstellingen enerzijds, en de bezoeker als consument anderzijds, herdefiniëren. Een groep van zestig ‘deelnemende’ kijkers, afkomstig uit verschillende landen en met uiteenlopende professionele achtergronden, werd tijdens een workshop in januari gevraagd welke thema’s zij interessant zouden vinden voor de tentoonstellingen op de biënnale. Ook werden koppels geformeerd van kunstenaars en kijkers, die samen de werken voor de vier hoofdtentoonstellingen maakten.