De verzamelplaats van de Djinns

februari 2005 -

Elif Shafak schreef deze tekst in opdracht van Winternachten - internationaal literatuurfestival Den Haag, uitgesproken op vrijdagavond 21 januari 2005 in Theater aan het Spui in Den Haag, in een programma met Vonne van der Meer, en gespreksleider Joyce Roodnat. Vertaling Bertram Mourits.

Een beeld dat lastig onder woorden te brengen is wanneer men over Turkije in het Turks schrijft, is dat van de drempel . Een zone die zich 'hier' noch 'daar' bevindt, niet 'binnen' en niet 'buiten', 'Oost' maar ook niet 'West'. Een dubbelzinnige tussenruimte is voor de schrijver moeilijk vast te leggen.

Het culturele wantrouwen tegen drempels gaat lang terug en heeft een historische achtergrond die diep in onderbewustzijn is ingebed. Het waren de Ottomanen die reeds een diepgewortelde achterdocht koesterden tegen drempels, die ze beschouwden als 'de verzamelplaats van de djinns', even gevaarlijk, vluchtig en onbetrouwbaar. Wanneer je een nieuw gebouw binnentreedt bijvoorbeeld, of 's nachts naar de wc gaat, of zelfs gewoon de deur uitgaat om naar buiten te gaan. je werd hoe dan ook nadrukkelijk gewaarschuwd om niet op de drempel te gaan staan, en om een schietgebedje te doen wanneer het onontkoombaar was. Drempels waren ontworpen voor Allah's vreemde schepels; terwijl het maken van een keuze om daarbij te blijven was voorbehouden aan mensen.

Wat gebeurde er met de drempels toen Turkije zich van een multi-etnisch, meertalig, polireligieus rijk ontwikkelde tot een zogenaamd monolithische natiestaat in 1923?

De transformatie naar een seculiere, moderne natiestaat is totnogtoe voornamelijk geïnterpreteerd als een proces van vooruitgang op maatschappelijk en individueel terrein. Zowel Westerse als Turkse geleerden associëren modernisering vaak automatisch met de opkomst van de burgermaatschappij, de bevrijding van het individu van het juk van de traditie, met politieke gelijkheid, democratie en dynamiek.

Volgens het dominante discours in Turkije is de overgang van het Ottomaanse Rijk naar de Turkse Republiek een radicale verandering van traditie naar moderniteit, religie naar het seculiere, van statisch naar dynamisch, en ook van een multi-etnisch rijk naar een homogene, verenigde natiestaat. Op een vergelijkbare manier is de renovatie die in de Turkse geschiedenis heeft plaatsgevonden geïnterpreteerd als een verschuiving van een patriarchale maatschappij naar een samenleving waarin vrouwen geëmancipeerd zijn. Al deze punten laat ik nu een moment rusten, en ik zal een poging doen om de bouw en consolidatie van het hedendaagse Republikeinse regime te beschouwen als een verschuiving van een maatschappij die de drempel wantrouwde, naar een maatschappij die de drempel wilde uitbannen.

Een van de eerste dingen die de Kemalistische elite in Turkije wist te bewerkstelligen om de maatschappij van bovenaf te kunnen moderniseren, verwesteren en seculariseren, was het hervormen van de taal. Taal en literatuur hadden een bevoorrechte positie in de opbouw van de cultuur. Het Turks werd herzien, herschapen en verbouwd. Omdat het alfabet volledig werd veranderd, konden de Turken niet langer hun eigen grafstenen lezen. Woorden met een Arabische of Perzische oorsprong werden geweerd; daarnaast werden talloze uitdrukkingen met een folkloristische of mystieke achtergrond verbannen. Hoewel de spreektaal niet eenvoudig beheerst kon worden en daarom zijn autonomie wist te behouden, werd de geschreven taal systematisch gecentraliseerd en gehomogeniseerd, 'verturkst'. Sommige talen van de talrijke minderheden kregen geen stem binnen de geschreven cultuur. De 'modernisering' van de Turkse taal ging hand in hand met 'linguïstische zuiveringen' en 'linguïstische homogenisering'. Zelfverzekerd in de rol van 'maatschappelijke ingenieurs van het nieuwe systeem', ontging het de hervormende Jacobinistische traditie van het nieuwe Turkijke dat de mensen de taal niet maken, maar dat de taal ons creëert.

Binnen dit schema is de roman, bij uitstek het genre van verwestersing en modernisering, de plek waar transformatie kon plaatsvinden en daarom werd er ongewoon veel belang aan gehecht. Romanciers kregen een bijzondere rol als 'vaders' van hun lezers, die geacht werden hun zonen goed en kwaad te leren. De algemene taal van de Turkse roman was een onttoverde taal, en bleef dat. De roman werd beschouwd als een voornamelijk, zo niet volkomen, cerebrale en rationele activiteit die niet gepaard ging met enige emoties. De vaders/romanciers handelden alsof ze boven hun lezers verheven waren, boven hun teksten, boven hun personages, strevend naar een volmaakte beheersing van het schrijfproces. Omdat er een onttoverde taal werd gebruikt waarbinnen de positie van de romancier die van vader of leraar was, en omdat de roman alleen met mannelijkheid en rationaliteit werd geassocieerd, werd het genre van de roman gedefinieerd als een voornamelijk Apollinische kunst, en niet als Dionysisch.

Als schrijver die ook nog vrouw is, en gehecht aan zowel het Islamitische als het Joodse en Christelijke heterodoxe, ketterse mystiek, wijs ik het gebruik af van de rationele, onttoverde, gecentraliseerde en verturkste moderne taal die ik voorgeschoteld krijg. Taal is in Turkijke gepolariseerd en gepolitiseerd. Afhankelijk van het ideologische kamp waartoe je behoort (dat wil zeggen: Kemalisten versus Islamieten) kun je een 'oude' of een 'nieuwe' woordenschat gebruiken. Het feit dat mijn werk vol staat met zowel oude als nieuwe woorden, en ook met Soefi-uitdrukkingen, is aanleiding geweest voor flinke kritiek van de conventionele culturele elite. Ik weiger te kiezen. Ik weiger om woorden uit een taal te verwijderen. Ik voel me een taalwees. Borges heeft vaak opgemerkt dat het droge Engels van zijn grootmoeder ten grondslag lag aan zijn nauwkeurige stijl. Mijn ervaring is omgekeerd. De taal van mijn oma, een mengeling van vrouwelijkheid, mondelinge cultuur, Islamitische folklore, bijgelovigheid, het bovennatuurlijke en spiritualiteit kan niet direct getransporteerd worden naar het intellectuele genre van de roman. Onderweg raken we beelden kwijt omdat we de juiste woorden niet kunnen vinden.

Ik heb mijn recentste roman in het Engels geschreven. De overgang van het schrijven van fictie in het Turks naar schrijven in het Engels was pijnlijk en uitdagend. Ik heb geschreven vanuit een instinctief verzet tegen het gevoel dat ik wat kwijt was, als fantoompijn. En tegelijkertijd genoot ik van schrijven in het Engels omdat dat me meer ruimte gaf voor dubbelzinnigheid en flexibiliteit. Toen mijn roman in Turkije verscheen, werd ik uitgebreid bekritiseerd voor het in de steek laten van mijn moedertaal, alsof ik cultureel verraad had gepleegd. Terwijl mijn nationalistische critici zich afvroegen waar ik nu bij hoorde, 'bij de Turkse, of bij de Engelse literatuur,' realiseerde ik me dat die vraag onjuist is, en te rigide in haar formulering. Ik geloof dat het mogelijk is om 'zowel. als' te zijn en niet alleen 'of. of.' in deze wereld - of dan tenminste in de wereld van de fictie.

Het is mogelijk om multicultureel, meertalig en, jazeker, 'multigelovig' te zijn.

Het schrijven van fictie werpt drempels op. Literatuur drijft op het verlangen om ergens bovenuit te stijgen, om grenzen te overschrijden - of het nu om nationale, etnische, religieuze of gender-identiteiten gaat. Het vermogen om te transformeren, om flexibel en vloeibaar als water te zijn, om op de drempel te staan.