Brazilië investeert in Cultuur: een analyse

juni 2005 -

Helmut Batista (Brazilië) stelt dat commerciële investeringen in cultuur ten koste gaan van diversiteit.

Net als de meeste Zuid-Amerikaanse landen ondervindt Brazilië nog steeds de gevolgen van haar recente verleden; de militaire dictatuur heeft ernstige identiteitsproblemen veroorzaakt. Sociale instabiliteit en onveiligheid zijn de meest in het oog springende problemen.

Desondanks heeft Brazilië wat betreft culturele productie en duurzaamheid altijd een voortrekkersrol gehad in Zuid-Amerika. Onder de regering van Fernando Collor is de zogeheten 'Lei Rouanet' (de Rouanet-wet) ingevoerd. De wet biedt bedrijven belastingvoordeel als ze investeren in culturele producties. Deze unieke wet biedt mogelijkheden die in geen enkel ander Zuid-Amerikaans land bestaan.

Bijna twintig jaar nadat de Lei Rouanet is ingevoerd, is het tijd het dubieuze effect van de wet op cultuur in Brazilië te analyseren.

Braziliaanse belastingbetalers breken de laatste jaren alle records. In 2004 deed bijna 10% van de totale actieve populatie van 180 miljoen daadwerkelijk belastingaangifte. Vergeleken met welk ontwikkeld land dan ook klinkt dit als een grap. Volgens officiële cijfers is het aandeel van de informele economie veertig procent. De meeste de kleine bedrijven werken zwart om te kunnen overleven.

De Lei Rouanet maakt het mogelijk voor een bedrijf om te investeren in cultuur, onder voorwaarde dat het bedrijf voor 100% is goedgekeurd door de belastingautoriteiten. Slechts enkele grote bedrijven komen daarvoor in aanmerking. Al deze bedrijven zijn gevestigd in het rijke zuidoostelijke deel van het land.

In 2004 heeft Braziliës grootste bedrijf Petrobas meer geïnvesteerd in culturele productie dan de federale overheid. Tel daarbij de belastingaftrekpraktijken van andere grote bedrijven, en we komen tot een eigenaardige conclusie.

Omdat Petrobas een commerciële organisatie is, zijn er marktgeoriënteerde besluiten ingeweven in de culturele agenda. Dit maakt het bestaan praktisch onmogelijk voor kleine en avant-gardistische kunst en cultuur. De overheid heeft haar verantwoordelijkheid voor culturele zaken overgedragen aan een handjevol particulieren die cultuur bekijken door het prisma van commerciële instincten.

Dit is een zeer gevaarlijke situatie. De Biënnale van São Paulo is een van de instellingen die de laatste jaren heeft geleden onder de eigenaardige constructie. De editie van 2000 werd zo goed als geannuleerd wegens politieke en commerciële strijd. Edimar Cid Ferreira, van Banco Santos, is een van de directeuren van de Biënnale van São Paulo en voorzitter van Brazil Connects. Brazil Connects organiseerde grootschalige tentoonstellingen in en buiten Brazilië, waarbij gebruik werd gemaakt van de belastingvoordelen van Lei Rouanet. Tegen Edimar Cid Ferreira loopt sinds 2004 een justitieel onderzoek wegens belastingontduiking en andere aanklachten.

Dit heeft ernstige schade toegebracht aan het imago van de Biënnale van São Paulo en toont aan hoe gevaarlijk het is om commerciële privé-belangen te mengen met culturele zaken. De mediageoriënteerde besluiten over de vraag wat wel of niet in het belang van de grote bedrijven is, maken deze situatie zelfs nog kritieker. Het gevolg is massacultuur en vernietiging van de kleine individuele producent.

Het moeilijk te geloven dat deze situatie spoedig zal veranderen. Kleine producties van organisatoren, curatoren en kunstenaars, worden steeds vaker psychologisch geëlimineerd, puur door het gebrek aan kansen. Men gelooft dat de marktwerking deze situatie na verloop van tijd zal corrigeren. Maar de prijs van culturele vervorming en vernietiging is onmeetbaar en onvoorspelbaar.

Helmut Batista is directeur van Capacete, een kunstenaarsorganisatie op het gebied van eigentijdse kunst in Rio de Janeiro.