China verstevigt culturele ambities in Afrika

mei 2005 -

Het gouden jubileum van de Bandung-conferentie in Indonesië op 24 april werd het lanceerplatform voor een nieuwe Chinese ambitie: het leiderschap van de ontwikkelingslanden op het internationale toneel. De Nigeriaanse president Obasanjo noemde de Volksrepubliek een 'baken van ontwikkeling voor de wereld'. Als niet-westerse en niet-koloniale macht wint het Aziatische land met haar snelgroeiende economie aan populariteit in Afrika.

De Bandung-conferentie bracht vijftig jaar geleden 29 Afrikaanse en Aziatische landen voor het eerst samen zonder westerse chaperon. Dat leverde een alliantie van landen op die zich trachtte te ontworstelen aan het kolonialisme en de strikte opdeling van de wereld in een Amerikaans en een Sovjetblok. De ambitie was intensieve samenwerking op economisch en cultureel gebied. China nam ook toen het voortouw en sloot een maand later, in mei 1955, een cultureel akkoord met Egypte. Maar als gevolg van politieke strubbelingen raakten de culturele ambities vervolgens in het slop.

Het economische succes van China moet de zaken nu soepeler laten verlopen. De Volksrepubliek heeft inmiddels met 45 Afrikaanse landen een cultureel akkoord gesloten, wat al heeft geleid tot diverse culturele evenementen en frequentere uitwisselingen van kunstenaars. China trainde acrobaten uit Sudan en Tanzania, opende culturele centra in Benin en Mauritius, en zond academici uit om Afrikaanse kunst te bestuderen.