Unesco op de bres voor culturele diversiteit

mei 2005 -

Mike van Graan van het Performing Arts Network of South Africa over de Unesco Convention on Cultural Diversity.

De wereldwijde culturele diversiteit is in gevaar. Het gedachtegoed, de waarden, opvattingen en belangen van hen die over voldoende middelen beschikken, zullen in toenemende mate gaan overheersen.

De Amerikaanse internetzoekmachine Google kondigde onlangs aan dat ze 15 miljoen boeken op internet zal zetten. De kosten van het digitaliseren bedragen 7 dollar per boek. De Franse president Chirac kwam met een tegenoffensief tegen deze vermeende poging tot culturele overheersing. De complete Europese literatuur zal on-line beschikbaar worden gesteld door een aantal Europese regeringen.

Ondertussen werd er in Cape Town een galadiner gehouden om fondsen te werven voor het New Partnership for Africa's Development (NEPAD). Het eerste grote culturele project van NEPAD is de bouw van een bibliotheek voor de 13e-eeuwse manuscripten die in Timboektoe in Mali gevonden zijn. Deze manuscripten leveren het bewijs dat er in Afrika reeds honderden jaren voor de komst van het kolonialisme gelezen en geschreven werd op zeer hoog niveau.

De welvaart van de Verenigde Staten betekent dat zij hun cultureel hegemonische project kunnen bekostigen. De landen die deze hegemonie in het noorden willen tegengaan, hebben gezamenlijk ook de middelen om dat te doen. Het voorbeeld van het galadiner laat zien dat er in ontwikkelingslanden al bijzonder veel moeite gedaan moet worden om de minder dan 1 miljoen dollar vrij te maken om alleen al de manuscripten die van wezenlijk belang zijn voor de Afrikaanse cultuur te kunnen archiveren

De doelstelling van de Unesco Convention on Cultural Diversity is het veiligstellen van een cultureel diverse wereld. Dit ideaal is gebaseerd op het principe dat alle culturen en talen gelijkwaardig zijn en evenveel bestaansrecht hebben.

Het is moeilijk om niet cynisch te zijn over het effect van een dergelijk verdrag. Vooral de Verenigde Staten trekken zich vaak weinig aan van multilaterale afspraken, zie de oorlog in Irak, het Kyoto-milieuprotocol en de weigering deel te nemen aan de internationale rechtbank voor oorlogsmisdaden.

Veel ontwikkelingslanden die de conventie waarschijnlijk zouden ondertekenen hechten weinig belang aan culturele ontwikkeling, de creatieve industrie en artistieke praktijken. Pas als de voorwaarden worden geschapen voor kunstenaars in ontwikkelingslanden om kwaliteitsproducten te kunnen maken en distribueren, zal de concrete, wereldwijde culturele diversiteit werkelijkheid worden.

Ondanks deze kanttekeningen is het wel degelijk zo dat een goede conventie op z'n best het economische en culturele neo-kolonialisme vertraagt. Op z'n minst zal het een handig middel voor kunstenaars en activisten zijn om op lokaal en nationaal niveau meer steun voor hun werk te krijgen van de overheid.

Mike van Graan is Algemeen Secretaris, Performing Arts Network of South Africa (PANSA)