Wajangpoppen uitgeleend aan Jakarta

mei 2005 -

Het Wereldmuseum in Rotterdam heeft onlangs een bijzondere collectie wajangpoppen in langdurige bruikleen gegeven aan het Wajangmuseum in Jakarta. Dit schimmenspel uit 1958, genaamd Wayang Revolusi (Poppenrevolutie), is een educatieve en satirische uitbeelding van de onafhankelijkheidsstrijd tegen de Nederlandse kolonisator.

photo

Schimmenspel Wayang Revolusi

Burgemeester Opstelten van Rotterdam heeft op 23 april de meer dan 150 poppen symbolisch overhandigd aan de vice-gouverneur Bowo van de Indonesische hoofdstad. De officiële overdracht staat gepland voor 16 augustus in Jakarta, tijdens de nationale viering van zestig jaar bevrijding. 'Hiermee maken we ons gemeenschappelijk verleden zichtbaar en verstevigen we de band tussen de zustersteden Rotterdam en Jakarta', legt de Rotterdamse museumdirecteur Stanley Bremer uit.

Bovendien geeft het Wereldmuseum op deze manier gehoor aan de recente oproep van de ambassadeur voor internationale culturele samenwerking Jan Hoekema om gezamenlijk cultureel erfgoed ook echt gezamenlijk te maken. 'Daar hebben wij dus goed naar geluisterd', verklaart Bremer. Op zijn Rotterdams voegen we nu de daad bij het woord.'

Sinds 1965 is het schimmenspel in het bezit van het Wereldmuseum. Daar liggen de poppen van kunstenaar Raden Mas Sayid al jaren lang in het depot. Eerdere verzoeken vanuit Jakarta om de collectie hebben de Rotterdammers echter steeds afgewezen, vooral vanwege de slechte klimaatbeheersing in het Wajangmuseum. 'Dat wilden we doorbreken', aldus Bremer. Door de houten en leren poppen te plaatsen in klimaatvitrines zullen ze worden beschermd tegen vocht en warmte.

De collectie bevat treffende en komische portretten van onder meer VOC-dienaren, Nederlandse bestuurders, KNIL-militairen en Indonesische leiders als Soekarno en Hatta. Overigens wordt er ook een kopie van het spel gemaakt, zodat er eindelijk weer voorstellingen met de poppen kunnen worden gegeven.

Het project is onderdeel van een bredere economische en culturele samenwerking tussen beide steden en wordt gefinancierd met Nederlands en Indonesisch geld. Bremer: 'Ik hoop dat andere musea dit voorbeeld zullen volgen.'