Deze tekst is geschreven door Breyten Breytenbach in opdracht van Winternachten – internationaal literatuurfestival Den Haag, rond het thema ‘Helden van de Geest’. De schrijver leest het essay voor als opening van het programma ‘Op zoek naar de onafhankelijke geest’ – in Winternacht 1 op vrijdag 20 januari 2006 om 20.15 uur.

Breyten Breytenbach: Een bespiegeling op vogelachtigheid

Februari 2006 -

1 Dit is onze wereld. Sterke krachten zijn bezig de grenzen van de moraliteit uit te wissen in de naam van de ‘veiligheid’, het ‘geloof’ en de ‘beschaving’. We zuchten en steunen onder de druk van een gemondialiseerde hebzucht en een moordzuchtige machtswellust die gehuld gaan in het schijnheilige, door motten aangevreten purperen gewaad van het monotheïsme. De ‘democratie’ wordt ons door de ondankbare strotten gedouwd. In later jaren zal duidelijk worden dat wij nieuwe sjablonen geïntroduceerd zagen worden toen de leidende westerse natie een einde maakte aan de tradities van de verlichting en de moderniteit, toen de regeringsleiders liever de wereld vernietigden dan ‘kwaad’ te dulden terwijl de oppositieleiders zichzelf verloren in navelstaarderij. Welkom in het land van (kwaadaardige) fantasieën. Welkom in de strafkolonie van Guantanamo.

2 Wij weten niet meer dan de mensen voor ons. Onze geesten worden zoals altijd begrensd door duisternis, al leven we nu op een eindeloos veel gevaarlijker plek.

3 Wat is onze horizon? Achter het rookgordijn van brandende velden van mondiale onzekerheid stuiten we op armoede. En op de hebzucht van onstilbare roofdieren – de wapenfabrikanten en de olieslurpers en de mensensmokkelaars. In het hart van onze nieuwe tijd vinden we fundamentalisten die duizenden onschuldigen uit aan het roeien zijn als ‘collateral damage’, als bijkomende schade, uit wanhoop over wat zij beschouwen als de religieuze missie van hun wrede en naijverige God. In de witgewaste instituties van onze zogenaamd verlichte samenlevingen zien we eenzelfde verstokte en geïnstitutionaliseerde vrouwendiscriminatie. In het hart van dit diepe woud van wreedheid ontbreekt het ons nog altijd aan enig waarachtig mededogen jegens kinderen.

4 Maar wacht! Hoe kan er gedachtevrijheid zijn zonder materiële vooruitgang? Hadden we wel een keuze? Bestreden wij niet de armoede door onze economieën te stimuleren om wapens te maken en te verkopen? Was het niet om een grotere democratische glans te verlenen aan de draad van de mondialisering, dat eufemisme voor brute wereldwijde kapitalistische uitbuiting waarmee de armen aan de vooruitgang worden genaaid. Oh ja, wij respecteren soevereiniteit en mensenrechten wel degelijk, zolang de barbaarse asielzoekers maar niet proberen door te dringen in het fort van de vrije wereld!

5 Martin Luther King zei: ‘Onze levens beginnen te eindigen op de dag dat we stil blijven over dingen die ertoe doen.’

6 Dus dit is het! De enige mogelijke toekomst ligt in vastbesloten verzet tegen de Amerikaanse hegemonie, de westerse macht en hun mondiale ‘waarden’, of die nu ethiek, cultuur, politiek of economie betreffen.

7 Wij vieren het leven om de dood te stillen. Op veel plekken eren wij ook de dood om het leven draaglijk te maken. Maar de enige manier om aan de dood te ontspringen is het leven te imiteren. Het volstaat niet om het duister te bezingen, dat angst en ontzag inboezemt. Het duister is tevens de bron van magie en bezwering. Je dient jezelf te camoufleren om niet op te vallen en samen te vallen met je omgeving. Om geloofwaardig en onzichtbaar te worden moet je de trucs van de samensmelting en de kunst van de breuk onder de knie krijgen. Het uitwissen van wat gelijkenis tot gelijkenis maakt impliceert dat je ‘overal aanwezig maar nergens zichtbaar’ bent.

8 Fictie en verbeelding zijn een onthulling van dingen waarvan we niet wisten dat we ze wisten. We schrijven in een preëxistente ondergrond van beelden om het gedeelde Atlantis van de verbeelding te ontsluieren. Maar het is al even waar dat we aan onze beperkingen moeten ontstijgen, dat we vast moeten houden aan het idee van een utopie als rechtvaardiging en motivatie om door te gaan met bewegen en herrie maken. Want we moeten de geest vrijwaren, willen wij haar weerhouden van louter wanhoop en narcistisch egoïsme.

9 Door een subject te conceptualiseren definiëren we een ruimte tussen het herkende en zijn omgeving, tussen ‘denker’ en ‘gedachte’, en aan dat spanningsveld tussen ‘vol’ en ‘ledig’ ontspruit beweging. Die ruimte is altijd dubbelzinnig, een open plek waar de sjamaan zich tussen substantie en schaduw beweegt. Beweging gaat vooraf aan denken om het op gang te brengen. ‘Denken’ is een proces waarbij datgene wat denkt tot begrip komt (‘het schrijven van de zelf’) en waarbij datgene waarmee we ons al denkend en doend inlaten wordt aangepast (‘het herschrijven van de wereld’) om zo als vrij subject de uiterlijke wereld van zijn onbuigzame vreemdheid te ontdoen. Het is een manier om een bewustzijn van ritmen en grenzen uit te breiden – onze sterfelijkheid, de aardse klok der seizoenen, de dromen en herinneringen van de stam…

10 Dergelijk denken is een creatief proces van de verbeelding. Het blaast de herinnering nieuw leven in als instrument om lokale oplossingen voor de problemen van willekeurig machtsmisbruik en afgestompte vooroordelen weer op waarde te leren schatten. Het onderstreept en versterkt het intrinsieke pluralisme van de identiteit als opwekking van actieve en creatieve verdraagzaamheid en aanvaarding, en daarmee van groei. Het dient een levendig gebied van uitmuntendheid te zijn, waar we niet zwelgen in onze slachtofferrol of de schuld in de schoenen van de geschiedenis schuiven. Het bevordert de moderniteit: gezond verstand, fatsoenlijke waarden en systemen en structuren – seculier, zo je wilt, maar ‘populair’ en gemotiveerd en geworteld in zijn bedaarde aspiraties. Het onderkent de verrijking van het samensmelten.

11 Verbeelding biedt toegang tot ‘betekenis’. Verhalen vertellen is een kennissysteem. Wie vertelt maakt impliciet aanspraak op waarheid. Het scheppen van beelden – van gestructureerd bewustzijn – is de bemiddelende metafoor tussen feit en fictie.

12 Onze hardware zet ons ertoe aan bedoelingen in de wereld te ontwaren en ons dingen aan te leren door te interveniëren. We worden door te maken. Wij realiseren onszelf door transformerende handelingen.

13 Het is waar dat deze reizen, soms naar het einde van de nacht, worden ondernomen door diegenen die door de samenleving vaak worden gevreesd en zelfs veracht omdat ‘zij heersen over vuur, hout of woorden.’

14 Het is ook waar dat beweging door ruimten implicaties heeft voor aansprakelijkheid. Door vormen van creativiteit te imiteren kunnen we bevatten wat betekenis inhoudt; door naar de voorschriften van de ethiek te handelen leren we over de wil om zijn te laten ontstaan. Samen vormen deze de weg van de vrijheid.

15 Om te kunnen bestaan moet de waarheid een deel ongezegd laten. Scheppen is herinneren, maar ook vergeten. Waarom zouden we moeten weten van dingen waar we niets aan kunnen doen? Verantwoordelijkheid, tegenover zowel materiaal als lezer, heeft betrekking op de keuzes die we maken, op het ordenen van een hiërarchie van aandacht door middel van structuren en weglatingen en patronen en uitlichtingen…

16 Is het denkbaar dat alle informatie van evenveel waarde en belang is? Is het bewustzijn in staat toegang tot informatie te krijgen als die in presentatie en behandeling geen textuur van ongelijkheid meekrijgt, qua resonantie en implicatie? God of de Leegte (om het Onbekende maar een naam te geven) begint waar de ik eindigt. Je zou kunnen zeggen dat jouw ik Gods verbeelding is, aangezien jij begint waar zijn ik eindigt. Leegte is gedoemd tot een verbeelding en inademing van substantie.

17 Bestaat er dan een tegenstelling tussen het bestrijden van onwetendheid (door alles voor het voetlicht te brengen, hoe afschuwelijk of verachtelijk ook, en de grenzen van het denkbare te zoeken en te overschrijden) en mededogen (het streven een minimum aan leefbare omstandigheden te bewerkstelligen door wreedheid en hebzucht in te perken)?

18 Ethiek bezielt esthetiek wanneer er precisie is in het vertellen. De helderheid wordt niet noodzakelijkerwijs bewerkstelligd door een lineaire vertelstructuur of ook maar door exacte beschrijving. Ze wordt voor een belangrijk deel gerealiseerd door ruimten open te laten voor de lezer om in te investeren en te participeren. Breuken en tegenstrijdigheden kunnen van strategisch belang zijn. Verneuken blijft een creatief principe.

19 Voor Hegel is artistieke productie in de grond een vorm van zelfrepresentatie – of zelfproductie, een concept dat Marx later uit zou werken. Paradoxaal genoeg helpt het om de zelf over te schilderen. De ‘ik’ is een fictie, een construct, deels bekokstoofd door de cultuur en de geschiedenis en de theologie, door de noodzaak het leven de moeite waard te vinden, door de behoefte zich steeds maar weer dingen toe te eigenen. Het is echter tevens een ondersteuning voor het bewustzijn als doorgang voor observaties, het donkere glas waardoor wij kijken. Hoe minder ‘ik’ - hoe minder genotzucht, hoe minder we geobsedeerd zijn door ons ‘recht’ op geluk en privacy, hoe minder we onszelf als slachtoffers zien, hoe minder kinderachtig we om ‘begrip’ en ‘genezing’ smeken, hoe minder beoordelend en moralistisch we zijn – hoe meer ruimte er is om dingen en gebeurtenissen voor zich te laten spreken.

20 Ethiek en neutraliteit eisen dat je leegte toelaat voor een zekere ‘morele verbeelding’ – dat wil zeggen ruimte voor twijfel en wellicht met name voor wat je als schrijver niet verwacht had te zullen vinden. Cervantes liet ruimte voor zowel Don Quichotte als Sancho Panza, en vervolgens ook voor alles en iedereen, voor tijd, geschiedenis, ontmaskering, een veelvoud aan levens, nabootsing, substitutie…

21 Denk vrijheid van geest als een bewuste en voortdurende poging om orde en gezag te ontdenken. Denk in tegen iedere vorm van hegemonie, en met name tegen de verraderlijke, moralistische en narcistische sentimentaliteit van de politieke correctheid. We moeten onthouden dat we bastaarden zijn en vergeten dat we gehoorzame burgers zijn.

22 Want om te overleven en nieuwe generaties een kans op overleven te geven moeten we de wereld anders blijven verbeelden. Het ondenkbare denken is een biologisch imperatief van de soort.

23. Dit moet het zijn! Ga verder, ga naar de uiterste rand van het denken, naar waar de hand zingt. Want wie of wat kan je naar de onderwereld voeren behalve de creatieve bewegingen van de vrije geest?

Breyten Breytenbach (1939, Bonnievale) is een Zuid-Afrikaanse schrijver en schilder met Frans burgerschap. Hij studeerde aan de universiteit van Kaapstad. Hij werd een felle tegenstander van de apartheid en verliet Zuid-Afrika in 1960 om zich in Parijs te vestigen. Bij zijn terugkeer in Zuid-Afrika in 1975 werd hij gearresteerd en veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf. In The True Confession of an Albino Terrorist beschrijft hij aspecten van zijn gevangenschap. Na zijn vrijlating keerde hij terug naar Parijs. Breytenbach schreef poezie, proza, essays en toneelstukken. Zijn gedichten vertonen sterke metaforen en een complexe combinatie van verwijzingen naar het Boeddhisme, Afrikaanse spreektaal, en herinneringen aan het Zuid-Afrikaanse landschap. Breytenbach is ook bekend als schilder. In zijn werk portretteert hij surrealistische menselijke en dierlijke figuren, meestal in gevangenschap. Hij heeft verschillende literaire en kunst prijzen voor zijn werk ontvangen. Hij is actief in verschillende organisaties van Zuid-Afrikaanse politieke bannelingen.

Vertaling: Krijn Peter Hesselink
Oorspronkelijke titel: Thinking Birdness