Succesvolle dansgroep uit Burkina Faso stimuleert culturele uitwisseling

juli 2006 -

In een ontspannen, haast serene sfeer zijn tien dansers passen aan het oefenen. Op aan Habib Koité verwante gitaarmuziek zetten Krisztina de Châtel, Salia Sanou en Seydou Boro in Amsterdam de choreografie Tando in elkaar. De Châtel zag een paar jaar geleden een voorstelling van haar Afrikaanse collega's en was onder de indruk: "Wat zij maken is sober, strak, compact en ritmisch." Die bewondering resulteert nu in Tando, dat op het internationale festival Julidans in Amsterdam voor het eerst zal worden opgevoerd.

photo

De dansers van Tando (Foto: Femke Reijerman)

Boro is mede-oprichter van Compagnie Salia nï Seydou uit Burkina Faso. De groep treedt al jaren vooral veel op in Frankrijk. De oprichters wonen beurtelings in beide landen, maar straks wordt dat anders. "In december openen we ons eigen theater in Ouagadougou. We zetten de deuren wagenwijd open voor andere gezelschappen uit Afrikaanse en westerse landen. We gaan meer aan onderwijs doen en Dialogues de Corps uitbouwen, ons uitwisselingsproject met omringende landen. Politici overleggen, wij zorgen voor ontmoetingen. Dans kan zó veel betekenen voor het begrip tussen mensen."

Châtel, Sanou en Boro maken de choreografie van Tando gedrieën. Dat moet niet makkelijk zijn. "Valt wel mee, hoor. Lichaamstaal is overal hetzelfde," reageert Boro. "En in beeldtaal kunnen we elkaar ook prima vinden." De Châtel knikt enthousiast: "Het werkproces verloopt organisch."

Tando staat voor aarde - Europese én Afrikaanse aarde. "We zijn dan wel Afrikanen en ritmisch ingesteld, onze dans heeft zich altijd vermengd met westerse vormen, zonder onze traditie geweld aan te doen," aldus Boro. "Maar we werken ook heel esthetisch en daarin vinden we in Krisztina een inspirerende partner."

Tando is in het kader van Julidans op 7 juli te zien in de Stadsschouwburg Amsterdam; daarna in november op tournee door Nederland en in december door Burkina Faso.
Compagnie Salia nï Seydou wordt mede ondersteund door Hivos Cultuurfonds.