Lenin El-Ramly koppelt humor en satire aan drama en engagement

juni 2006 -

De Egyptische auteur Lenin El-Ramly is een veelschrijver, die in zijn werk komedie aan drama en engagement weet te koppelen. In televisie­series, films en toneelstukken beoefent hij uiteenlopende genres als parodie, satire en absurdistisch theater. Vanwege de gedurfde en prikkelende wijze waarop hij de hypocrisie en onverdraagzaamheid van de Egyptische samenleving en de Arabische wereld aan de kaak stelt, werd El-Ramly in 2005 onderscheiden met een prijs van het Prins Claus Fonds. Met steun van de Nederlandse ambassade in Caïro en via het Intercultureel Uitwisselingsprogramma van de Universiteit van Amsterdam bracht hij onlangs een bezoek aan Nederland.

photo

Lenin El Ramly © Prince Claus Fund

Emancipatie, religie en terrorisme. Het is slechts een kleine greep uit de vele thema’s in het werk van El-Ramly. “Vooral in de jaren zestig en zeventig heerste er strenge censuur in Egypte, dat nu behoort tot de weinige Arabische landen waar tot op zekere hoogte ruimte is voor kunst,” vertelt hij. “Omgevingsfactoren zijn dus bepalend en in zekere zin zelfs stimulerend voor de creativiteit. Voor mij als film- en theatermaker is het een uitdaging om indirect wezenlijke zaken aan te kaarten.”
Toch is El-Ramly van mening dat ultieme artistieke vrijheid niet bestaat. “Creativiteit kent grenzen. Al heb je als kunstenaar grenzeloze vrijheid, uiteindelijk wil je dat de boodschap overkomt bij het publiek.”
 
Ook in het buitenland is het werk van de Egyptenaar niet onopgemerkt gebleven. Een aanzienlijk deel van zijn bijna veertig toneelstukken is onder meer in Tunesië, Koeweit, Frankrijk en Denemarken opgevoerd. Aan zijn internationale reputatie blijkt El-Ramly echter weinig belang te hechten. “Het draait voor mij echt niet om succes,” zegt El-Ramly. “Ik vind het veel belangrijker om filosofische denkprocessen te belichten die zich binnenin de mens afspelen - die zijn universeel en herkenbaar. Bovendien kun je met kunst meer zeggen dan met woorden. Uiteindelijk wil je mensen toch ook aan het denken zetten.”