Bloeiende filmcultuur in Latijns-Amerika

maart 2006 -

"De toekomst van de cinema ligt in de derde wereld," zo voorspelde Hubert Bals. De grondlegger van het Internationale Filmfestival van Rotterdam heeft gelijk gekregen. Vooral vanuit Latijns-Amerika blijven de pareltjes toestromen. Niet voor niets vindt in Utrecht van 3 t/m 10 mei het Latin American Film Festival plaats.

Zo'n vijf jaar geleden maakten Pablo Stoll en Juan Pablo Rebella, twee studievrienden uit Montevideo, indruk met hun jongerenportret 25 Watts. Het voor een appel en een ei gemaakte debuut ging na het winnen van een Tiger Award in Rotterdam de hele wereld over. Met hun beeldschone opvolger Whisky vierden Stoll en Rebella drie jaar later triomfen in Cannes.
Uruguay beschikt nauwelijks over een filmindustrie, maar staat dankzij de twee jonge regisseurs toch op de kaart als filmland. En de vonk slaat blijkbaar over, want op het afgelopen Filmfestival van Rotterdam viel Uruguay met La Perrera van Manuel Nieto Zas opnieuw in de prijzen.

Still Glue

Still uit Glue

Ook Argentinië sleepte dit jaar een Tiger Award in de wacht en wel voor de film Glue van Alexis Dos Santos. Samen met Martel, Trapero en Alonso behoort Dos Santos tot de Nuevo Cine Argentino, die al een kleine tien jaar op de internationale filmfestivals keer op keer wordt bekroond.
In Mexico gold Carlos Reygadas meteen al bij de première van zijn oogstrelende speelfilmdebuut Japón (2002) als de Mexicaanse Tarkovski. Batalla En El Cielo (2005) is zijn veelbesproken, nietsontziende portret van Mexico Stad, vol politiek, religie en expliciete seks.

Het Hubert Bals Fonds is zeer actief in Latijns-Amerika. Aan bijna alle genoemde films heeft het fonds een kleine, maar belangrijke bijdrage geleverd. Zoals Glue -regisseur Alexis Dos Santos het bij de wereldpremière van zijn film in Rotterdam verwoordde: "Zonder steun van het fonds, had mijn film niet bestaan."

Natuurlijk is er meer aan de hand. De vraag blijft hoe een land in crisis als Argentinië zo'n florerende filmcultuur kan voortbrengen. Het antwoord ligt onder meer verscholen in een goede filmschool en een prima filmfestival in Buenos Aires, waar jong, onafhankelijk talent met zin voor esthetische vernieuwing de ruimte krijgt. Van belang is ook de nieuwe filmwet uit 1995, die bescherming biedt aan filmproducties van eigen bodem. Niet toevallig werd in datzelfde jaar de Nuevo Cine Argentino geboren.