Filmen is boksen in midden Amerika

mei 2006 -

Filmmakers uit Mexico en Argentinië timmeren al een tijdje aan de weg. Het 59ste Filmfestival van Cannes laat er dit jaar geen misverstand over bestaan. In de competitie om de Gouden Palm, de hoofdprijs van het festival, staan zelfs twee Mexicanen: Alejandro González Iñárritu met Babel en Guillermo del Toro met El Laberinto Del Fauno. Beide Zuid-Amerikanen zijn inmiddels door Hollywood geadopteerd. Aan het filmfront van Midden-Amerika is het een stuk rustiger. Animo om films te maken is er voldoende, maar de regeringen van landen als Costa Rica, Nicaragua, Honduras, Guatemala voeren geen audiovisueel beleid. Panama is sinds kort de uitzondering op de regel in die regio. Vandaar dat er in Midden-Amerika nog echte filmindustrie van de grond is kunnen komen. De afgelopen vijf jaar is er met ruim vijftien speelfilms wel wat vooruitgang geboekt, maar filmmakers zijn nog steeds aangewezen op reclame- en opdrachtfilms, of - als ze wat meer ambitie hebben - op buitenlandse fondsen en filmscouts.

photo

Still uit Barrio Cuba van Humberto Solás, die te zien is op het Latin American Film Festival

Zo is er sinds 2003 Cinergia, een Midden-Amerikaans filmfonds dat kantoor houdt in Costa Rica. Het fonds heeft zichzelf tot taak gesteld om de filmsector in Midden-Amerika en het aangrenzende Cuba te stimuleren.

Een door Cinergia ondersteunde film: Los Puños de una Natión (The Fist of a Nation) is een documentaire over de Panamese bokslegende Roberto Durán, beter bekend als Mano de Piedra (Hand van Steen). De Panamese scenariste en regisseuse Pituka Ortega-Heilbron schetst de geschiedenis van haar land aan de hand van een bokser. De parallel is zonneklaar.