Rijksakademie Amsterdam: niet-westers beleid op losse schroeven

april 2007 -

"Sinds 1 januari 2007 voert het Ministerie van Buitenlandse Zaken het Medefinancieringsstelsel (MFS) uit. Organisaties in Nederland die partners in ontwikkelingslanden steunen, kunnen er een beroep op doen. Het MFS vervangt een scala aan oude regelingen, met verstrekkende gevolgen.

Zo is de aanvraag voor het niet-westerse beleid van de Rijksakademie van Beeldende Kunsten afgewezen. De Rijksakademie biedt onder andere jaarlijks elf kunstenaars uit niet-westerse landen een werkperiode, heeft een niet-westerse leerstoel en organiseert oriëntatiereizen.

Reden voor de afwijzing is, bij monde van de getroffene, een definitiekwestie: een kunstenaar is in MFS vocabulaire geen zelfstandig ondernemer, dus geen ‘partner’, waaruit volgt dat er geen keten is en er dus geen sprake kan zijn van de vereiste ontwikkeling in de keten. Directeur Els van Odijk: ‘Het trackrecord van ons RAIN netwerk toont aan dat er wel degelijk sprake is van ontwikkeling. Het belangrijkste dat de kunstenaars aan het eind van de rit mee naar huis nemen, is het internationale kunstnetwerk dat ze hier hebben opgebouwd. Daarmee bouwen ze in hun land van herkomst verder aan de culturele infrastructuur.’

Ondanks testimonials van het Prins Claus Fonds, HIVOS en diverse ambassades is ook het bezwaarschrift tegen de afwijzing niet gehonoreerd, bleek in februari. Gevolg: tot 2010 is de participatie van niet-westerse kunstenaars niet gedekt. Voor de elf huidige residents uit ontwikkelingslanden is dat om te beginnen de bijdrage in kosten voor levensonderhoud, werk en verblijf. Dat bedrag kwam voorheen uit het zorgvuldig opgebouwde potje van Buitenlandse Zaken. Verder komen oriëntatiereizen in gevaar, maar ook reiskostenvergoedingen en de niet-westerse leerstoel. De Rijksakademie laat het er niet bij zitten en gaat in beroep. Tegelijk wordt er verder gezocht naar andere geldbronnen.

foto

Marcel Pinas, ‘Fu Memre Moiwana’, 2004. Monument ter nagedachtenis aan 39 marrons die omkwamen bij een bloedbad in 1986 tijdens de Binnenlandse Oorlog.

Marcel Pinas (1971) uit Suriname is een van die elf. In januari is hij actief aan de slag gegaan met het maken van werk maar ook met het bouwen aan contacten, vertelt hij. Na zijn verblijf hier gaat hij terug naar zijn geboortegrond, het door de Binnenlandse Oorlog getraumatiseerde district Marowijne. Hij wil het bewustzijn van de culturele identiteit en daarmee de sociaal-economische positie van de mensen daar versterken. En andere kunstenaars uitnodigen om hun ervaringen te delen. Zo te horen een exemplarische ontwikkelingscase, een kolfje naar de hand van het MFS!