Kathakvernieuwer Akram Kahn: "Einde klassiek ballet lijkt nabij."

augustus 2007 -

"Ik maak altijd beweging op muziek. Dat komt voort uit mijn hechte band met de traditie van de katkak. Het kan best interessant zijn om choreografieën te maken zonder muziek maar voor mij is dat onmogelijk." De carrière van de 34-jarige Akram Khan verloopt stormachtig. In 2000 was hij nog verbonden aan de dansopleiding van Anne Teresa de Keersmaeker in Brussel. Inmiddels is hij wereldwijd een gevierd choreograaf. Zijn stijl is wel eens aangeduid als eigentijdse kathak. In zijn werk vermengt de in Londen geboren Bengaal moderne dans met de 500 jaar oude, traditionele kathak. Die is vooral beroemd vanwege de dialoog tussen danser en percussionist. Zijn stijl heeft echter niets met Indiase folklore te maken.

photo

Third Catalogue, Image (c) Carl Fox

"Ik gebruik het als basis voor mijn eigentijdse werk. Soms geeft me dat echter wel eens het gevoel verdwaald te zijn. Dat komt natuurlijk ook omdat ik in Engeland een Aziaat ben in India als Brits wordt beschouwd. Maar dat zet ik steeds meer van me af. Als ik in India ben, zie ik vooral MTV-cultuur en Bollywood. Het maakt ook dat ik eigenlijk steeds onverschilliger wordt als het om interculturaliteit gaat. Voor mij was dat er altijd al, ik weet niet anders. Mijn volgende productie maak ik met dansers uit China, Taiwan, Zuid-Afrika, India en Spanje.

Het zal vooral gaan over bewegingstalen, maar voor mij is dat vooral vanzelfsprekend. Het is universeel en dat is ook wel weer het mooie ervan. Je hebt geen bepaalde achtergrond nodig om het mooi te vinden. Dat zie ik ook terug in mijn publiek. Wel valt me op dat in Parijs het publiek de kathak-traditie beter kent. Daar klappen ze na een solo van de tablaspeler. Dat gebeurt zelden in Europa. De interculturele beweging die gaande is in de dans is interessant, maar heeft ook een schaduwkant. Nijinksy maakte in 1919 zijn laatste ballet. Sindsdien is de klassieke dans nauwelijks nog vernieuwd. Het einde voor klassiek ballet lijkt nabij."