C&O: toch voordeliger!

augustus 2007 -

Paul Faber, conservator Afrika bij het Tropenmuseum in Amsterdam, over cultuur en ontwikkeling (C&O). Wat is cultuur? Er zijn definities waarbij alles wat niet biologisch is aan de mens, cultuur wordt genoemd. Voor ontwikkeling is het al niet helderder. Elke verandering kun je ontwikkeling noemen, en niets blijft nu eenmaal hetzelfde. De combinatie van deze twee kan dan ook met eindeloze varianten worden ingevuld: als je nieuwe landbouwtechnieken introduceert (ontwikkeling!), moet je rekening houden met lokale sociale verhoudingen (cultuur!). Of: wij geven geld aan dit videofestival (cultuur!), omdat vrije expressie essentieel is voor de groei van democratie (ontwikkeling!) De voorbeelden zijn eindeloos uit te breiden. Om de spraakverwarring te lijf te gaan, moet je eerst weten wat je praktisch gezien wilt, en dan kijken of er een goed (beter?) etiket te bedenken valt.

Bij 'C&O' denk ik niet aan voorbeelden uit de eerste categorie. Dat je bij ontwikkelingsprojecten rekening moet houden met de cultuur in brede zin is een open deur. Daar hoeven we geen apart begrip voor te bedenken. Een zinvol gebruik van C&O richt zich op cultuur in engere zin (de kunsten en de culturele infrastructuur) en ontwikkeling als geestelijke groei. 'De kracht van cultuur' heeft volgens mij niets met ontwikkelingssamenwerking te maken: de kracht van cultuur is relevant voor elke samenleving, ook de onze. De 'ontwikkeling' van C&O is niet het inlopen van een collectieve achterstand, maar de groei die elk mens doormaakt. Beter dus de O weg te laten: Kunst en Cultuur (Arts & Culture).

Waarom stoppen we daar internationaal geld in? In het zuiden is de culturele sector vaak onderbemand. Lokale overheden hebben er doorgaans weinig geld en weinig
aandacht voor. Begrijpelijk wellicht, maar op langere termijn leidend tot groot verlies. Dat geldt zowel voor erfgoedbehoud als voor creatieve vernieuwing. Daarom is het zo belangrijk dat er steun wordt geboden.

Hoe moet je dat doen? Het begint met goed kijken, luisteren en geïnformeerd zijn. Overal zijn energieke en creatieve mensen en instellingen actief, de smaakmakers van de samenleving. Ze strooien het zout in de pap, zijn bezig erfgoed te bewaren en te ontwikkelen, komen met initiatieven, geven uitdrukking aan wat leeft. Hun aanwezigheid houdt de samenleving wakker en scherp, de geesten lenig, geeft inspiratie en uitdaging, zelfrespect en respect voor anderen, bevordert de eigenheid van mensen, de vrije gedachte, tolerantie, de kwaliteit van het bestaan.

De fondsen betonen respect aan de aanwezige creatieve energie, door mooie plannen  mogelijk te maken, relevante organisaties en individuen te versterken, wisselwerking te bevorderen. Dat is mooi werk en we worden er nog eens zelf beter van ook. Want creativiteit is besmettelijk, en cultuur is grenzeloos.