Jackson Kaujeua: "Als ik hiphop zing ben ik dood"

november 2007 -

Op de leeftijd van 54 jaar is Jackson Kaujeua Namibië's muzikale grootvader, die de muziekindustrie van het Zuid-Afrikaanse land vormde en op de kaart zette. Zoals de meeste van Afrika's oudere generatie muzikanten, zingt Kaujeua traditionele muziek. Die was ooit een wapen in de onafhankelijkheidsstrijd in zijn land. Een aantal hedendaagse Namibische muzikanten is Kaujeua nog steeds dankbaar voor de inspiratie die hij hun heeft gegeven.

Als Herero in een dorp ter wereld gekomen, keerde hij het priesterschap de rug toe toen hij de liederen van Mahalia Jackson en anderen hoorde. Later leefde hij in ballingschap in Botswana en gaf hij les in vluchtelingenkampen in Angola. Nadat hij zich had ingeschreven voor een muziekopleiding aan het Dorkay Art and Music College in Zuid-Afrika, werd hij weggestuurd vanwege zijn anti-apartheidsactiviteiten. De SWAPO stuurde hem naar Engeland waar hij zich aansloot bij de groep Black Diamond, waarmee hij het lied Winds of Change uitbracht. Na de onafhankelijkheid keerde hij terug naar Namibië en schreef hij geschiedenis met het lied !Gnubu !Nubus. Maar tegenwoordig heeft Kaujeua, die als een dinosaurus heeft gezworen nooit zijn beat te veranderen, te maken met stevige concurrentie van hiphopartiesten.

"Het valt niet mee om in een land met minder dan twee miljoen inwoners van de muziek te leven. De markt is beperkt, net als de koopkracht. Maar ik kan moeilijk onder een boom gaan zitten huilen, in de hoop dat er iets uit de hemel komt vallen", zegt hij. Kaujeua gelooft dat "iedere Namibiër recht heeft op een stukje muziek", daarom zingt hij in meerdere talen. "Dat maakt me een bruggenbouwer, die de mensen niet beoordeelt op hun huidskleur. Ik heb te maken met persoonlijkheden. Als we als Herero's niet tot overeenstemming komen, zoek ik iemand anders, die me wel begrijpt," legt hij uit.

Hij geeft toe dat hij er last van heeft dat de beat en de wijsjes sinds de onafhankelijkheidsstrijd zijn veranderd. Hij kan zich niet aanpassen aan de Kwaito of hiphop, die zo populair is onder jongeren. "Toentertijd ging het om de oorlog, en was het van belang om de wereld te informeren en te mobiliseren. Nu gaat het om ontwikkeling, de schoonheid van ons land, de liefde en natuurlijk ook zaken als Aids en tienerzwangerschappen en dergelijke.

Maar ik kan geen hiphop of Kwaito zingen. Zodra ik verander is het met mij gedaan. Dan ben ik dood. Ik kan het gewoon niet." Hoewel hij van de hand tot de tand leeft, is Kaujeua tevreden met wat hij heeft bereikt voor Namibië's muziekindustrie. "Ik ben geen miljonair, maar ik heb bereikt wat ik wilde. In deze business duurt het even voor je je bewust wordt van je talenten. Ik heb mijn eigen label. Ik breng mijn eigen muziek aan de man. Het is zoals Mandela ooit zei 'je valt en staat weer op'", zegt hij trots.