Iedere euro welbesteed bij kunst- en cultuuruitwisseling

oktober 2007 -

Cultuur als onderdeel van ontwikkelingssamenwerking is geen luxe, stelt Paul Voogt, hoofd communicatie van het Tropenmuseum Amsterdam.

Ooit spraken we van ontwikkelingshulp. Dat mocht niet meer, het moest ontwikkelingssamenwerking worden. Niet dat er in de praktijk iets door veranderde: het bleef hulp van 'ons' aan 'hen'. Wij brengen geld en expertise, zij zorgen dat er absorptiecapaciteit is. Het was en bleef eenrichtingsverkeer.

Tot het moment dat cultuur een onderdeel werd van ontwikkelingssamenwerking. Samenwerking onder de noemer van cultuur is per definitie een tweezijdig proces. Dat geldt op individueel niveau: een westerse kunstenaar in Afrika beïnvloedt de kunst daar, maar wordt er tegelijkertijd ook door beïnvloed, komt rijker terug dan hij gegaan is. En het omgekeerde is ook het geval: de veelbelovende jonge kunstenaar die een jaar aan de Rijksacademie in Amsterdam verblijft beïnvloedt ons kunstklimaat.

Dezelfde kruisbestuiving vindt ook plaats bij institutionele relaties: het Tropenmuseum werkt intensief samen met musea in ontwikkelingslanden. Dat leidt regelmatig tot gezamenlijke producties, bijvoorbeeld de tentoonstelling Zuid-Afrikaanse Familieverhalen. Grotendeels gemaakt door Zuid-Afrikaanse researchers, curatoren, fotografen en kunstenaars, eerst te zien in Amsterdam en daarna in Pretoria.

Maar ook als het gaat om projecten als het trainen van lokale staf, het helpen opzetten van een museum of een depot: de directe uitwisseling met de landen waar we werken vindt zijn weerslag in onze eigen tentoonstellingen en activiteiten. Ik ken geen voorbeelden van ingenieurs die een weg hebben helpen aanleggen in Afrika en bij terugkeer andere manieren van wegenbouw in Nederland hebben geïntroduceerd. Maar het werk van Nederlandse kunstenaars en cultuurprofessionals wordt wel degelijk beïnvloed door internationaal contact.

Die uitwisseling op het gebied van kunst en cultuur vindt wereldwijd plaats en gaat steeds sneller. Er is het niveau van de opinieleiders, die een bepaald discours delen, of ze nu in Lagos, Rio of Shanghai wonen. Men ziet elkaars werk op biënnales, in musea, men neemt deel aan debatten, leest en publiceert en volgt elkaar. Men weet wie en wat ertoe doet.

Maar dat gebeurt ook op het niveau van de popular art. Vooral in de muziek rollen trends over de wereld heen. Hiphop leeft in Nairobi, Tokyo en Lima. Soms wordt daar somber over gedaan: de McDonaldisering van de wereldwijde cultuur. Maar overal krijgt het zijn eigen invulling, overal wordt het gemengd met eigen tradities en stijlen. Ook in onze eigen steden ontwikkelt zich een 'urban' levensstijl, waar jongeren zich vaak meer mee identificeren dan met hun Marokkaanse, Antilliaanse of Hollandse roots.

Deze nieuwe kosmopolitische cultuur inspireert de mode, reclame, industriële vormgeving enzovoorts. Daar kun je maar beter bij voorop lopen, zeker als je zoals Nederland zo afhankelijk bent van de creatieve dienstensector. Dus is er geen betere investering dan in kunst- en cultuuruitwisseling. Iedere euro hieraan besteed is in het welbegrepen eigenbelang. Cultuur als onderdeel van ontwikkelingssamenwerking is geen luxe. We worden er zelf rijker van. Want eenrichtingsverkeer bestaat niet in kunst en cultuur.