Weng Shou-ming: "Sommigen vinden me een lefgozer"

april 2008 -

In de film Fuijan Blue toont Weng Shou-ming hoe in de Chinese provincie Fuijan de honger naar geld en rijkdom regeert. Rijke heren zijn voortdurend op zakenreis, jonge criminelen persen hun achterblijvende vrouwen af. De vele Chinezen die dromen van een leven in het westen betalen grof geld voor een illegale oversteek.

Scène uit Fuijan Blue

Weng voelt zich een individualist in de huidige generatie Chinese filmmakers."Veel filmmakers willen een mooi verhaal vertellen en volgen een genre. Ik film minder traditioneel, ik probeer creatief en verassend te zijn. Sommigen vinden me een lefgozer." Weng wil vooral sociaal relevante films maken. Hij woont al zijn hele leven in de provincie Fuijan en weet precies wat daar gebeurt. "Daar is nog nooit een film over gemaakt. Ik zie het als mijn plicht om dit verhaal te vertellen. Al die emigranten denken dat hun reis goed geregeld is als ze maar betalen. Ze verwachten het paradijs als ze eenmaal tot de 'overzeese Chinezen' behoren. Dat zijn mythes en dat wil ik laten zien."

Het is Weng echter nog niet gelukt zijn film in China uit te brengen. "Het publiek en de producers zijn vooral gericht op grote films. Een filmhuiscircuit bestaat nauwelijks. Investeerders zijn er wel; het is hip onder zakenlieden om in film te investeren. Maar die haken ook vaak af als een film niet genoeg opbrengt." Bovendien moet een film de goedkeuring krijgen van het Cultureel Bureau. "Tegenwoordig gebeurt het niet vaak meer dat ze een film verbieden, omdat China zijn imago wil verbeteren. Wel blijven films soms heel lang liggen bij het Cultureel Bureau ligt en dan volgt er geen bericht meer." Weng moet zelf ook nog uitsluitsel krijgen over Fuijan Blue. Hij weet wel al dat ze vinden dat hij een te pessimistisch beeld van de provincie schetst.

Fuijan Blue draait nu op verschillende festivals en Weng hoopt zijn film in het buitenland uit te kunnen brengen. Vanuit het filmfestival van Rotterdam kreeg hij in 2007 steun van het Hubert Bals Fonds voor de postproductie. "Dat was heel belangrijk. We hadden technische problemen en het geld was op. Dankzij de steun van het fonds heb ik de film toen af kunnen maken."