Indira Goswami vangt het harde leven in poëzie

december 2008 -

Indira Goswami was tot nu toe vrij onbekend in Europa, maar de toekenning van de Grote Prins Claus Prijs 2008 zal daar ongetwijfeld verandering in brengen. De schrijfster uit de Indiase deelstaat Assam kreeg de prijs omdat ze in haar werk laat zien hoe gewone mensen armoede en onderdrukking aan den lijve ondervinden. Hoewel ze de keiharde werkelijkheid beschrijft, is haar taalgebruik zeer poëtisch en zacht. "Je moet wel poëtisch zijn omdat het onderwerp zeer moeilijk en ruig is. Je moet je onderwerp beschermen zoals een moeder haar kinderen beschermt. Ik baseer me in mijn verhalen op de harde werkelijkheid, maar die vervorm ik. Ik maak er literatuur van, anders wordt het een pamflet. Je moet een kunstenaar zijn, een groot kunstenaar om dat te kunnen, anders gaan de mensen het niet lezen."

image

Indira Goswami

En gelezen wordt ze. Hoewel ze haar romans en verhalen schrijft in het Assamees is ze vertaald in verschillende Indiase talen en in het Engels. In 2000 won ze de hoogste literaire prijs van India, de Jnanpith Award. Haar succes heeft een geweldig bijeffect: sociale verandering. "Mijn werk en dat van andere schrijvers speelt een grote rol in de verandering in mijn land. Ik heb de mensen waar ik over schrijf opgezocht: dagloners, weduwen die in afzondering leven, en ik heb hun problemen bestudeerd. Dat deed ik met mijn man die bruggenbrouwer was maar na zijn dood (Goswami was toen 24, red.) ging ik ook alleen op pad. Ik sprak met de arbeiders over hun leven. Ze kregen nauwelijks loon, hadden geen rechten en werden behandeld als oude schoenen. Als het werk klaar was, werden ze afgedankt. Ook bezocht ik weduwen die een afschuwelijk leven hadden door de rituelen waaraan ze zich blootstelden. Dat beschrijf ik in mijn boek The moth-eaten howdah of the tusker. Mede dankzij de literatuur is hun positie inmiddels verbeterd."

Enkele jaren geleden werd de schrijfster gevraagd om te bemiddelen in de etnische conflicten in haar geboortestreek. "Assam is altijd een onafhankelijk land geweest tot 1824", vertelt ze. "In 1824 riepen de Assamezen de hulp in van de Britten in de strijd tegen de Birmezen. De Britten bleven echter en na de onafhankelijkheid in 1947 vielen we onder Indiaas gezag. De onafhankelijkheidsbewegingen herinneren ons aan die periode. Zij vinden dat Assam onafhankelijk moet worden. Ik heb met die jongens gesproken en geprobeerd te bemiddelen in het conflict. Ik denk dat we in ieder geval economisch onafhankelijk moeten worden. Assam heeft olie en thee, maar toch zijn de meeste mensen straatarm. Ze hebben het gevoel dat ze in de steek zijn gelaten."

Goswami's ervaringen als vredesbemiddelaar zullen hun weerslag krijgen in haar nieuwste boek over het Bodo-volk dat strijdt voor onafhankelijkheid. De 66-jarige schrijfster blijft doorwerken aan haar oeuvre, hoewel ze vorig jaar een beroerte heeft gehad en prima zou kunnen leven van de €100.000 die ze nu heeft gewonnen. "Dat geld is voor de verwezenlijking van een oude droom", zegt ze. "Ik ga een ziekenhuis bouwen in mijn geboortedorp en ik weet zeker dat het prachtig zal worden."