De Keniaanse schrijver Binyavanga Wainaina probeert soms tegen de klippen op het traditionele beeld over Afrika in de media bij te stellen. In een van zijn bekendste essays, How to write about Africa, veegt hij de vloer aan met alle clichés die er over Afrika bestaan.

Binyavanga Wainaina: Hoe schrijf je over Afrika?

december 2008 -

Gebruik altijd het woord 'Afrika', 'Duisternis' of 'Safari' in de titel. Ondertitels kunnen de woorden 'Zanzibar', 'Masai', 'Zulu',
'Zambezi', 'Congo', 'Nijl', 'Groot', 'Lucht', 'Schaduw', 'Trommel', 'Zon' of 'Vroeger' bevatten. Ook bruikbaar zijn woorden als 'Guerrillas', 'Oneindig', 'Oer' en 'Tribaal'. Let erop dat 'de mensen' Afrikanen betekent die niet zwart zijn terwijl 'het volk' zwarte Afrikanen betekent.

Zet nooit een plaatje van een goedaangepaste Afrikaan op de cover van je boek of in je boek, tenzij die Afrikaan de Nobelprijs heeft gewonnen. Gebruik wel: een AK-47, uitstekende ribben, naakte borsten. Als er een Afrikaan bij moet, zorg dan voor eentje in Masai-, Zulu- of Dogon-kleding.

foto

still uit de film "the white masai"

Behandel Afrika in je tekst alsof het één land is. Het is er heet en stoffig met golvende weiden, enorme kuddes dieren en lange, dunne mensen die honger lijden. Of het is er heet en vochtig met heel korte mensen die primaten eten. Maak je niet druk om nauwkeurige beschrijvingen. Afrika is groot: vierenvijftig landen, 900 miljoen mensen die het te druk hebben met honger lijden en doodgaan en strijden en emigreren om je boek te lezen. Het continent wemelt van de woestijnen, jungles, hooglanden,
savannes en tal van andere dingen, maar dat interesseert je lezer allemaal niet, dus houd het bij romantische, suggestieve en onbestemde beschrijvingen.

Zorg ervoor dat je laat zien dat muziek en ritme diep in de Afrikaanse ziel verankerd zijn en dat ze dingen eten die andere mensen niet eten. Zeg niets over rijst, rundvlees en tarwe; apenhersenen is Afrika's favoriete cuisine, samen met geitenvlees, slangen, wormen en larven en alle soorten groot wild. Zorg ervoor dat je laat zien dat je dit zonder een spier te vertrekken kunt eten en beschrijf hoe je ervan leert genieten – omdat je zo betrokken bent.

Taboeonderwerpen: normale huiselijke taferelen, liefde tussen Afrikanen (tenzij er sprake is van een sterfgeval), verwijzingen naar Afrikaanse schrijvers of intellectuelen, opmerkingen over schoolgaande kinderen die niet lijden aan yaws of ebola, of genitale verminking van vrouwen.

Gebruik in het hele boek een sotto voce, in een samenzwering met de lezer en een bedroefde ik-verwachtte-zoveel-toon. Geef van meet af aan blijk van een onberispelijk liberalisme en zeg in het begin hoeveel je van Afrika houdt, hoe je er verliefd op bent geworden en dat je niet meer zonder haar kunt leven. Afrika is het enige continent waar je van kunt houden – maak daar misbruik van. Als je een man bent, dring dan haar warme, maagdelijke wouden binnen. Als je een vrouw bent, behandel Afrika dan als een man in een safari-jasje die in het avondrood verdwijnt. Afrika verdient medelijden, aanbidding en overheersing. Welke invalshoek je ook kiest, zorg ervoor dat je de sterke indruk achterlaat dat Afrika zonder jouw tussenkomst en jouw belangrijke boek ten dode is opgeschreven.

Je Afrikaanse personages zijn bijvoorbeeld naakte krijgers, trouwe huisknechten, wichelaars, helderzienden, oude wijze mannen die in glorieuze afzondering leven. Of corrupte politici, onbekwame polygame reisleiders en prostituees waar je mee hebt geslapen. De Trouwe Huisknecht gedraagt zich altijd als een zevenjarige en heeft een harde hand nodig; hij is bang voor slangen, goed met kinderen en betrekt je altijd bij zijn eigen ingewikkelde huiselijke drama's. De Oude Wijze man komt altijd uit een nobele stam (niet geldzuchtige stammen als de Gikuyu, de Igbo of de Shona). Hij heeft leepogen en staat dicht bij de aarde. De Moderne Afrikaan is een dikzak die steelt en voor het visumkantoor werkt en werkvergunningen weigert aan gekwalificeerde westerlingen die echt om Afrika geven. Hij is een tegenstander van ontwikkeling en gebruikt zijn overheidsbaan altijd om pragmatische en goedmoedige expats tegen te werken bij het opzetten van ngo's of natuurreservaten. Of hij is een in Oxford opgeleide intellectueel die een seriemoordende politicus is geworden in een maatpak uit Savile Row. Hij is een kannibaal die houdt van Cristal champagne en zijn moeder is een rijke toverdokter die het land eigenlijk regeert.

Een van je personages moet altijd De Stervende Afrikaanse zijn die bijna naakt door het vluchtelingenkamp dwaalt en wacht op de liefdadigheid van het westen. Haar kinderen hebben vliegen op hun oogleden en dikke buiken en haar borsten zijn plat en leeg. Ze moet er volslagen hulpeloos uitzien. Ze kan geen verleden, geen geschiedenis hebben; dergelijke afleiding bederft het dramatische moment. Gekerm is goed. Ze moet in de dialoog nooit iets over zichzelf zeggen behalve over haar onbeschrijfelijke lijden. Zorg er ook voor dat er een warme en moederlijke vrouw bij zit met een rollende lach die zich bekommert om je welzijn. Noem haar gewoonweg Mama. Haar kinderen zijn allemaal delinquent. Deze personages moeten om je held heen zwermen waardoor hij er goed uitziet. Je held kan hen les geven, in bad stoppen, voeden; hij draagt veel baby's en heeft de Dood in de ogen gezien. Die held ben jezelf (in een reportage) of is een mooie, tragische internationale celebrity/aristocraat die zich nu bekommert om dieren (bij fictie).

Slechte westerse personages zijn bijvoorbeeld kinderen van ministers uit een Tory-kabinet, Afrikaners of Wereldbankmedewerkers. Als je het hebt over uitbuiting door buitenlanders noem dan ook de Chinese en Indiase handelaren. Geef het westen de schuld van de situatie in Afrika. Maar wees niet te concreet.

Grove penseelstreken van begin tot het einde zijn goed. Voorkom dat de Afrikaanse personages lachen, hun best doen om hun kinderen op te voeden, of gewoon een alledaags leven leiden. Laat hen in Afrika iets over Europa of Amerika verklaren. De Afrikaanse personages moeten kleurrijk, exotisch en buitenproportioneel zijn - maar leeg van binnen, zonder dialoog, conflicten of ontwikkelingen in hun verhalen, geen diepte of eigenaardigheden die de zaak kunnen compliceren.

Beschrijf in detail naakte borsten (jonge, oude, conservatieve, net verkrachte, grote, kleine) of verminkte genitaliën of vergrote genitaliën. Of wat voor genitaliën dan ook. En dode lichamen. Of beter: naakte dode lichamen. En met name rottende naakte dode lichamen. Denk eraan dat ieder werk dat je aflevert waarin de mensen er smerig en armoedig uitzien zal worden besproken als het 'echte Afrika', en dat wil je op je omslag. Voel je daar niet ongemakkelijk onder: je probeert hen te helpen om steun van het westen te krijgen. Het grootste taboe bij schijven over Afrika is de beschrijving of het tonen van dode of lijdende witte mensen.

Dieren dien je daarentegen worden behandeld als veelzijdige, complexe personages. Ze praten (of grommen terwijl ze trots met hun manen schudden) en ze hebben namen, ambities en verlangens. Ze hebben ook familiewaarden: zie je hoe leeuwen hun kinderen onderrichten? Olifanten zijn zorgzaam en zijn goede feministen of statige patriarchen. Net als gorilla's. Zeg nooit iets negatiefs over een olifant of een gorilla. Olifanten kunnen de bezittingen van mensen aanvallen en hun oogst vernielen en hen zelfs doden. Kies altijd de kant van de olifant. Grote katten spreken met een aardappel in hun keel. Hyena's zijn een gemakkelijke prooi en hebben een licht oosters accent. Kleine Afrikanen die  in de jungle of de woestijn wonen kun je afgeschilderen met een goed humeur (tenzij ze een conflict hebben met een olifant, een chimpansee of een gorilla. In dat geval zijn ze de verpersoonlijking van het kwaad).

Na beroemde activisten en hulpverleners zijn natuurbeschermers de belangrijkste mensen van Afrika. Beledig hen niet. Je hebt hen nodig om uitgenodigd te worden op hun 120.000 aren grote wildranch of 'natuurreservaat' en dit is de enige manier waarop je de beroemde activisten kunt interviewen. Een boekomslag met een heroïsch ogende natuurbeschermer erop doet vaak wonderen voor de verkoop. Iedere door de zon gebruinde blanke in kaki die ooit een antilope als huisdier of een boerderij heeft gehad is een natuurbeschermer die Afrika's rijke erfgoed beschermt. Als je hem of haar interviewt, vraag dan niet hoeveel fondsgelden ze krijgen; vraag niet hoeveel geld ze verdienen met hun wild. En vraag nooit hoeveel ze hun werknemers betalen.

Lezers haken af als je het licht in Afrika niet beschrijft. En zonsondergangen, de Afrikaanse zonsondergang is een must. Hij is altijd groot en rood. De lucht is altijd weids. Weidse lege ruimtes en wild zijn cruciaal - Afrika is het Land van de Weidse Lege Ruimtes. Als je schrijft over de benarde positie van de flora en fauna, zorg er dan voor dat je vermeldt dat Afrika overbevolkt is. Als je hoofdpersoon in een woestijn of jungle bij inheemse mensen woont (als ze maar klein zijn) is het wel oké om te zeggen dat Afrika ernstig ontvolkt is door Aids en Oorlog (gebruik kapitalen).

Je hebt ook een nachtclub nodig die Tropicana heet, waar huursoldaten, slechte nouveau riche Afrikanen en prostituees en guerrillastrijders en expats rondhangen.

Eindig je boek altijd met Nelson Mandela die iets zegt over regenbogen of wedergeboortes. Omdat je zo betrokken bent.

Dit essay werd eerder in het Engels gepubliceerd in Granta 92