Perihan Magden: "Als mensen mijn land beledigen, voel ik me Turks"

december 2008 -

Perihan Magden's jongste roman Voor wie zijn wij op de vlucht moeder? gaat over de angst die ze voelde toen ze werd vervolgd en beschimpt vanwege haar steun aan een dienstweigeraar. "Ik vreesde toen voor mijn leven," zegt Magden in een interview over haar boeken, haar leven en de macht van een columnist.

foto

"Dat was heel beangstigend," zegt Magden (Istanbul, 1960), denkend aan de tijd van het proces in 2006 toen een menigte haar in de rechtbank uitschold voor hoer. "Dat gebeurt steeds weer in mijn land," vertelt ze. "Elk halfjaar is er wel iets. En nu was het een deel van míjn leven geworden. In de tijd van het proces was ik erg gedeprimeerd en het boek is ook heel deprimerend geworden. Het gaat over een moeder en een dochter die op de vlucht zijn voor iets. De lezer weet niet waar ze voor op de vlucht zijn. De moeder is 'overbemoederend'. Ze probeert haar dochter te beschermen tegen de wrede wereld. Aan het einde wordt de moeder doodgeschoten door de militairen en als ze dood op de grond ligt wordt ze geschopt door een van de soldaten. En de dochter zit erbij en kijkt ernaar. Zo eindigt het. Ik krijg nu nog koude rillingen als ik eraan denk. In die tijd vreesde ik voor mijn leven. Ze brandmerken je door je proces te verstoren. Je komt op het nationale nieuws en je wordt een nationale hoer. Ik heb de laatste scène van mijn boek geschreven om de angst te bezweren. Daarna dacht ik dat het me in de problemen zou brengen. Maar die angst voel ik nu niet meer. Onze verhouding met Turkije is cyclonaal. In Turkije lopen de spanningen op en dan wordt het weer rustiger. Maar dan gebeurt er weer iets verschrikkelijks. De rust is valse schijn. Nu is het rustig."

Kunt u nu zonder angst de deur uit?
"Ja, en dat komt mede doordat ze mijn gezicht niet kennen. Ik ben niet populair in dat opzicht, als persoon. Ik geef zelden interviews en op mijn foto's zie ik er anders uit. Ik kies ervoor om niet beroemd te zijn op die manier. Ik ben beroemd genoeg. Ik bescherm mezelf door niet op de tv te komen. Dat stelt me in staat om te schrijven wat ik wil schrijven. Na de moord op Hrant Dink waren de mensen echt bang en begonnen schrijvers aan zelfcensuur te doen. Ik deed het tegenovergestelde. Ik werd net een dolle hond. Want het maakt me furieus. Het is onrechtvaardig. Hij werd waarschijnlijk vermoord omdat hij een Armeniër was. De Armeniërs zijn steeds weer het doelwit. Dat is onze geschiedenis en het is heel triest. Ze willen niet toegeven dat er een genocide heeft plaatsgevonden en als je iets niet toegeeft, dan kun je het ook niet onder ogen zien. Dit zorgt er steeds weer voor dat Turkije geen echt democratisch land kan worden. De democratie die we nu hebben is een vreemde vorm van democratie. Ik noem het een militaire democratie. Niet zoals Pakistan. Het is niet zo duidelijk. Maar het leger is oppermachtig. Zij hebben een ongelofelijk budget en hoeven geen rekenschap af te leggen. We weten amper wat ze uitgeven. Ze hebben de Turkse oorlog in het zuidoosten nodig omdat die hun almachtige status rechtvaardigt. De bureaucratie, de rechterlijke macht en het leger willen ergens niet dat we lid worden van de Europese Unie. Maar die kant gaat het wel op, hoewel ze er tegen zijn."

Denkt u dat u een rol speelt in die verandering?
"Misschien, ik weet het niet. Ik heb grappen over het leger en over fanatici geschreven en ik heb veel hate-mail ontvangen, maar dat deert me niet. Het is alsof ik krab aan een groot ijsblok. Uiteindelijk zal er een scheur ontstaan."

Is dat de macht van een columnist?
"Ik denk dat columnisten in Turkije een ongelofelijke macht hebben. Iedereen is erg gebrand op het lezen van columns. De mensen willen meningen. Misschien omdat er niet veel goede journalisten zijn. Lezers vinden dingen in columns die ze niet in de artikelen zien en ze zijn er verslaafd aan. Ik vond het ongelofelijk om een opiniemaker te worden, het is een grote verantwoordelijkheid. Ik verdiepte me in de politiek nadat Radikal me had gevraagd om een column te schrijven."

Waarom doet u dit allemaal als alleenstaande moeder? Vraagt u zichzelf nooit af 'zou ik dit of dat wel doen'?
"Soms. Afgelopen winter stond mijn foto op de voorpagina met de woorden 'geef deze lelijke vrouw haar verdiende loon' of iets in die geest. Ik voel me heel slecht in zo'n periode waarin ik in het nauw wordt gedreven. En dan maak ik me zorgen over m'n veiligheid. Dan besluit ik om naar het buitenland te verhuizen. Na de moord op Hrant Dink wilde ik naar Amerika gaan, maar uiteindelijk besloot ik toch weer om te blijven. Mijn probleem is dat ik alles wat ik schrijf heel normaal vind. In Europese ogen is alles wat ik schrijf heel normaal. Ik schrijf zeer pro-democratisch, zeer pro-Europees en anti-militaristisch."

Hoe bent u zogezegd zo 'on-Turks' geworden?
"Ik weet het niet. Om te beginnen ben ik opgevoed door een alleenstaande moeder die heel bohémien, heel anders en heel vreemd, maar ook heel interessant was. Bovendien heb ik op een Engelse en een Amerikaanse school in Turkije gezeten. Mijn moeder is gescheiden toen ik tien jaar was en wij werden een soort outcasts. We maakten deel uit van de gegoede middenklasse en we waren ongewenst. Een scheiding was iets schokkends. Ik hoef denk ik niet te voldoen aan hun normen omdat ik een outcast ben van de Turkse maatschappij.'

Dat doet me denken aan de verteller van Moord op de boodschappenjongens, die ook een outcast is en de enige die een andere mening heeft terwijl de rest erop los liegt.
"Ze zeggen dat je eerste boek altijd autobiografisch is, en dit is mijn eerste boek. En net als de verteller was ik net terug in Istanbul van een lange reis en had ik het verschrikkelijke vreemde gevoel dat ik helemaal niet hoorde bij het Turks-zijn. Ik wilde uitvinden waar in de stad ik thuishoorde. Toen ik door Azië reisde dacht ik dat ik moest beginnen aan een serieus, echt leven, met een baan, met een gezin, getrouwd. Maar dat wilde ik niet echt. Daarom stelde ik het uit. Ik begon te drinken en te schrijven. Het boek vormt echt een weerspiegeling van de gevoelens die ik toen had. Ik wilde niet dat dit een Turks boek zou worden. Ik wilde zelfs niet dat dit een Turks vrouwenboek zou worden. Ik schreef dit plaatsloze, conceptloze en tijdloze boek als een overdenking van mijn leven. Het gaat over een moordmysterie. Het gaat over de gevaren in een samenleving."

Enkele thema's van het boek zijn obsessieve liefde, doodsverlangen en vervreemding. Wat is het hoofdthema in uw ogen?
"Voor mij gaat het ook over de manier waarop superieure mensen als deze boodschappenjongens vervreemd zijn van hun samenleving. Over hoe onaangepast ze zijn en naar de dood verlangen omdat ze het leven saai vinden. Het is misschien ook wel een weerspiegeling van mijn verleden, want ik was een soort projectkind van mijn moeder. Ik ging naar de beste scholen en in zekere zin stond ik boven de maatschappij, in zekere zin was ik als een boodschappenjongen. Maar ik voelde me op een of andere manier zo buitengesloten en gedeprimeerd."

Dacht u daarbij ook aan de Turken in Nederland en Duitsland die voor een deel buiten de maatschappij staan?
"Nee, helemaal niet. Dergelijke mensen ken ik ook niet. De inspiratiebron voor Moord op de boodschappenjongens was eigenlijk een nazi-project. Ze zochten mooie blonde vrouwen uit en koppelden die aan soldaten om het beste Arische ras te kweken. De kinderen werden opgevoed door de nazi's en niet door hun eigen moeders. Het waren projectkinderen. Ik had in een tijdschrift een artikel gelezen over dit Lebensbornprogramma. Als kind had ik er al over gehoord van een vriendin van mijn moeder die me vertelde dat ze zo'n projectkind had ontmoet in Duitsland. Dat heeft me altijd gefascineerd."

Voelt u zich nu Turkser dan toen u terugkwam uit Azië?
"Ik voel me niet Turkser. Ik ben te veel een Istanbulse om me Turks te voelen. Ik vind ook dat Istanbul een stadsstaat zou moeten worden. Op de een of andere manier sta ik heel erg buiten de maatschappij. Ik zie mezelf niet als deel ervan. Maar als mensen mijn land beledigen voel ik me Turks. Ik vind het niet leuk als een niet-Turk een hekel heeft aan mijn land. Als Turkse heb ik een haat-liefdeverhouding met mijn land."

Perihan Magden neemt tijdens Winternachten 2009 deel aan How to bluff your way in Turkish Literature. Tevens wordt de film Two girls vertoond, die gebaseerd is op haar bestseller uit 2002.