Succesvol restauratieproject in Djenné, Mali

juni 2008 -

Mali heeft meerdere plaatsen met belangrijk cultureel erfgoed op de Unesco Werelderfgoedlijst. Het oude Timboektoe met zijn duizenden oude Arabische manuscripten; het Dogon-gebied, bekend om zijn houten beelden, maskers, deuren en deurpalen; de vijftiende-eeuwse graftombe van Askia; en Djenné. Volgens Bouboukar Kouroumansé hoort Djenné erbij "vanwege de honderden archeologische vindplaatsen en de lemen moskee uit 1907 en monumentale lemen huizen." Bouboukar is meester-metselaar. "Met mijn 47 jaar ben ik de jongste. Het metselaarsgilde van Djenné is beroemd in geheel West-Afrika."

In de jaren negentig dreigden veel lemen huizen te vervallen. Het Museum Volkenkunde in Leiden, dat al heel lang archeologisch onderzoek deed rond Djenné, de Nederlandse architect Pierre Maas, Bouboukar en enkele andere meester-metselaars kwamen toen op het idee voor een restauratieproject. Het project wordt gefinancierd door de Nederlandse Ambassade in Bamako. Bouboukar: "We maakten een lijst van 160 huizen in de stad en enkele omliggende dorpen die we wilden terugbrengen in de staat waarin zij in 1900 verkeerden. Er bestaan nog foto's van uit die tijd. Van sommige moeten alleen de muren worden herbouwd. Van andere het plafond gerepareerd. En soms breken we cementen torentjes of andere delen af en herbouwen die met leem en palmpalen. Inmiddels zijn er 115 klaar."

Het restauratiewerk gebeurde aanvankelijk onder leiding van de Mission Culturelle, maar sinds enige tijd doen de metselaars het zelf. "We hebben er een onderneming voor opgericht, die de steun heeft van het metselaarsgilde, en de Mission Culturelle houdt alleen nog toezicht. We knappen niet alleen oude huizen op maar zorgen ook dat de muren na het regenseizoen worden hersteld en bijgestreken. Bovendien leiden we jonge Djenninkezen op tot metselaar. Al met al zorgt het project voor veel werkgelegenheid." Het project is al ver gevorderd en dat heeft veel opgeleverd. "Om te beginnen werkgelegenheid. Omdat de leemarchitectuur een trekpleister is, is zij niet meer uit de stadseconomie weg te denken. Daardoor zijn wij een sterk collectief geworden. Bovendien is het gevaar bezworen dat het ambacht van metselaar uit Djenné verdwijnt."