Toumani Diabaté: "Cultureel gezien is Afrika nummer 1"

juni 2008 -

Toumani Diabaté toert na jaren van fusionexperimenten nu solo door Europa. Hij wil de wereld laten zien welke culturele rijkdom Afrika herbergt. "Jullie zeggen wel dat Afrika arm is”, houdt hij zijn publiek in het Amsterdamse Tropentheater voor, "maar cultureel gezien zijn wij nummer 1 in de wereld." Na het concert gaat hij er verder op in. "Mensen in het westen zien alleen de slechte kant van Afrika: burgeroorlogen, armoede. Ik probeer een andere kant te laten zien. Wij hebben een grote culturele rijkdom en onze muziek is een universele taal waarmee we alles kunnen overbrengen, ook vrede."

Toumani Diabaté

Toumani Diabaté

Diabaté (Bamako 1965) is een telg uit een wereldberoemde Malinese familie van koraspelers die maar liefst 71 generaties teruggaat. Van zijn vader, Sidiki Diabaté, leerde hij de techniek. "Kijk", zegt hij, "de klankkast is gebouwd van kalebas en er zitten 21 snaren aan, die vroeger van dierenhuid werden gemaakt, maar nu van nylon. Met mijn duim speel ik de baspartij. Vervolgens komt met mijn andere duim de begeleiding erbij en speel ik met mijn wijsvingers de improvisatie."

Diabaté, opgegroeid met de muziek van zijn voorouders, maar ook met Jimi Hendrix en Led Zeppelin, had al op jonge leeftijd door dat hij het koraspel moest vernieuwen om ervoor te zorgen dat de traditie behouden bleef. Hij wisselt soloconcerten nu af met fusionprojecten. Zo speelde hij met de Spaanse band Ketama, bluesmuzikant Taj Mahal, Björk en in het Symmetric Orchestra. Diabaté is niet bang dat de kora ooit het onderspit moet delven door de oprukkende westerse muziek. "De kora heeft 700 jaar en vele oorlogen en kolonialisme overleefd. Als spiritueel en diep verankerd onderdeel van onze cultuur, zal het instrument de globalisering ook doorstaan, net zoals Mozart en Beethoven."

Diabaté levert daar zelf een bijdrage aan met zijn soloconcerten, zijn nieuwe soloalbum Mandé Variations en zijn werk aan het in 2004 geopende Conservatorium van Bamako. "Het loopt heel goed", zegt hij. "Veel leerlingen willen traditionele instrumenten leren bespelen en sommigen toeren al door Europa met een traditioneel programma." Een van hen is zijn zoon Sidiki Diabaté, de 16-jarige 'petit prince' van de kora, die over een aantal jaar de fakkel weer van zijn vader zal overnemen.