Meer ruimte voor maatschappelijke rol musea

mei 2008 -

Jonge museumprofessionals uit Botswana, Groot-Brittannië, Indonesië, Argentinië, Brazilië, Duitsland, Turkije, Kenia, Jamaica en Zambia praatten op 15 en 16 mei 2008 met Nederlandse counterparts over rol en relevantie van musea in de samenleving. Dit op uitnodiging van het Tropenmuseum en de Reinwardt Academie. Ondanks de grote onderlinge verschillen waren er algemene conclusies te trekken. Om te beginnen, een halve eeuw geleden zou niemand dit onderwerp aan de orde hebben gesteld en nu gebeurt dat wel. Zeker volkenkundige musea – of kunnen ze beter cultuurmusea worden genoemd? – bieden steeds vaker ruimte voor communicatie over maatschappelijke kwesties, waarden, herinneringen en erfgoed.

De invulling van die rol, dat was een tweede conclusie, is duidelijker voor niet-westerse musea dan voor westerse. Een museum in Zambia organiseert exposities over hiv/Aids, een in Kenia exposities over oorlog en conflictoplossing en een in Botswana over armoedebestrijding. Westerse musea moeten op hun beurt besluiten of ze doorgaan met het verzamelen van overblijfselen van andermans culturen. En samen, een derde conclusie, moeten westerse en niet-westerse musea hun samenwerking bepalen. Lukt dat op basis van gelijkwaardigheid? Hoe voorkomen musea in het Zuiden dat ze meer energie steken in contacten met westerse musea dan met de eigen omgeving?

Voorbeelden van een geslaagde samenwerking zijn er al, maar er doen zich ook problemen voor. Een Zweeds en een Keniaans museum verzamelden samen in Kenia urban culture-objecten. Datzelfde Zweedse museum, het Museum of World Culture in Göteburg, werkt ruim tien jaar samen met musea en gemeenschappen in Bolivia en de Boliviaanse gemeenschap in Zweden. Ruim tweederde van de collectie komt uit Bolivia. President Evo Morales eiste onlangs alle voorwerpen terug, vertelde conservator Adriana Muñoz. Het museum is bereid objecten terug te geven, maar dan in het liefst in dialoog met musea ter plaatse. Op dit moment ligt de samenwerking stil. Soms, en dat was een vierde conclusie, staan musea allemaal aan dezelfde kant, op andere momenten staan ze tegenover elkaar.