Cultuurbrief: kruisbestuiving Nederlands cultuurbeleid in buitenland

Oktober 2008 -

Cultuur en ontwikkeling is een groeiend beleidsterrein waarvoor in de reguliere kunstwereld steeds meer belangstelling bestaat. Om die reden is het tijd voor een volgende stap: een wisselwerking met het internationale cultuurbeleid. Dat schrijven de ministeries van Buitenlandse Zaken en Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) in hun gezamenlijke cultuurbrief Grenzeloze Kunst, waarin zij de prioriteiten voor de komende vijf jaar presenteren.

Nederland behoort tot de donorlanden die cultuur begin jaren negentig als eerste op de agenda voor ontwikkelingssamenwerking hebben gezet. De Millennium-ontwikkelingsdoelen en het versterken van de culturele diversiteit in een globaliserende wereld vormen daarvoor inspiratiebronnen. Het internationale cultuurbeleid richt zich daarentegen eerder op de gevestigde internationale kunst-hubs, het promoten van Nederlandse kunst en cultuur in de wereld, en de bescherming van gemeenschappelijk cultureel erfgoed. Armoedebestrijding of mensenrechten worden daarbij niet expliciet genoemd.

Maar de twee beleidsterreinen kunnen ondanks hun verschillende doelen goed samengaan, vinden de ministeries. Nederlandse kunstenaars die voor hun eigen werk gebruik maken van netwerken in ontwikkelingslanden die worden gesteund door ambassades of organisaties zoals Hivos en het Prins Claus Fonds kunnen bijvoorbeeld lokale collega's adviseren over hoe zij toegang krijgen tot de westerse kunstwereld. Met zo'n verbinding tussen de twee beleidsterreinen deed het Ministerie van Buitenlandse Zaken al ervaring op in Egypte, Suriname en Zuid-Afrika.

Inhoudelijk zal het cultuur- en ontwikkelingsbeleid volgens de cultuurbrief grotendeels worden voortgezet, terwijl eveneens het budget van 25 miljoen euro per jaar ongewijzigd blijft. Daarbij springen vooral de investeringen in netwerken in het oog. Zo ligt in Afrika het accent op Zuid-Zuidsamenwerking en uitwisseling als een manier om de culturele sector in een selecte groep landen te versterken. In het Midden-Oosten moet het cultuur- en ontwikkelingsprogramma sterker bijdragen aan het bouwen van bruggen tussen de Westerse en de Arabische wereld.