Bezemtentoonstelling in Rajasthan verheft het schijnbaar onbeduidende

augustus 2009 -

Een driejarige tentoonstelling in het Arna-Jharna-woestijnmuseum van Rajasthan, buiten Jodhpur, is gewijd aan een onwaarschijnlijk voorwerp: de bezem. Toen de stichter van het museum, de inmiddels overleden Prins Claus-laureaat Komal Kothari, zich voor het eerst een voorstelling maakte van het project werd hij geïnspireerd door de traditionele kennissystemen van Rajasthan. De bezem is van immens sociaal, cultureel en economisch belang.

photo

(c) Arna-Jharna: The Desert Museum of Rajasthan

De conceptueel adviseur van het museum, Rustom Bharucha, legt uit dat in de deelstaat Rajasthan de professionele bezemmakers afkomstig zijn uit de lagere kasten, onder meer de Banjara, de Koli en de Harijan ('Dalit'). "Door de eeuwen heen zijn de achterstelling van de lagere kasten en de afvalverwerking met elkaar verbonden", zegt Bharucha. De bezemtentoonstelling waakt ervoor de gemeenschappen in de marge te romantiseren. Zoals Bharucha stelt: "Onze sociale functie als museum is het onhoorbare hoorbaar maken en het onzichtbare zichtbaar…we willen op serieuze wijze aandacht vragen voor hun gebruiken en hun hachelijke omstandigheden."

Het project omvat uitgebreide (video-)interviews met professionele en niet-professionele bezemmakers. Dat draagt bij aan een beter begrip van de impliciete en symbolische betekenis van de bezem. Bharucha: "De bezem is verbonden met achterstelling, maar hij kan ook gezien worden als een middel tot protest. Hij is zowel zuiver als onzuiver, een werktuig tegen huidziektes tijdens reinigingsrituelen alsook de belichaming van Lakshmi, de godin van de welvaart."

De honderden uitgestalde bezems laten een verscheidenheid aan esthetische mogelijkheden zien. Iedere bezem weerspiegelt zijn natuurlijke omgeving. Ecomaterialen als dadelpalm, gras and bamboe worden met behulp van tenen en tanden verweven om te komen tot wat Bharucha noemt: "sculpturale vormen en een minimalistische, maar verbazingwekkende schoonheid".

"We moeten een nieuwe esthetische taal ontwikkelen om de 'schoonheid' van de bezem te hanteren. Wellicht moet het woord 'schoonheid' van een nieuw concept worden voorzien, om de efficiënte toepassing en veerkracht van de rudimentaire vorm te omvatten. Het is de schoonheid van het vanzelfsprekende, maar als het afwezig zou zijn zou dat een enorme verarming betekenen."