José Eduardo Agualusa: "Behalve schrijvers zijn we ook altijd vertalers"

januari 2009 -

Amsterdam vindt hij leuk, maar naar buiten gaat hij nauwelijks. Veel te koud. José Eduardo Agualusa zit op de bank in het gastenverblijf van het Fonds voor de Letteren, voor zich een glas bramensap. Hij woont sinds een paar weken in het ruime appartement aan het Amsterdamse Spui en blijft nog tot eind februari 2009. Aan de lange tafel in de hoek schrijft hij het aan het einde van zijn nieuwe roman. Deze week moet de Angolese schrijver deur wel uit. Op Winternachten in Den Haag leest hij voor uit zijn laatste boek De vrouwen van mijn vader, dat onlangs in het Nederlands werd vertaald.

image

Het is het verhaal van Laurentina Manso, een geadopteerde vrouw uit Lissabon die op zoek gaat naar het verleden van haar overleden biologische vader. Tijdens een reis door verschillende Afrikaanse landen ontmoet zij acht weduwen en achttien broertjes en zusjes. Hoewel het verhaal begint als een zoektocht naar de overleden vader zijn het uiteindelijk zijn ex-vrouwen die de hoofdrol spelen. Met de kleurrijke en liefdevolle beschrijvingen van deze personages is het boek in eerste instantie een hommage aan de Afrikaanse vrouw.

Het zijn de vrouwen, zegt Agualusa, die Afrika draaiende houden. Maar daar krijgen ze weinig voor terug. "Ik sta er versteld van wat vrouwen in Angola wordt aangedaan. Een reden is het grote verlies aan mannen door de burgeroorlog, maar het heeft ook te maken met de machocultuur die er heerst. De man gaat zijn gang, de vrouw heeft het maar te slikken. Dat wilde ik in dit boek aan de orde stellen."

Een ander centraal thema in het verhaal is identiteit. De meeste personages zijn in meer of mindere mate op zoek naar wie ze zijn: Afrikaans of Portugees? Blank of zwart? Volgens Agualusa staat identiteit altijd centraal in moderne literatuur van jonge landen als Angola. "Wij moeten er nog achter komen wie we zijn en wat onze verhouding is ten opzichte van de rest van de wereld."

Het is vreemd, zegt hij, dat je als Afrikaans schrijver eigenlijk nooit voor je 'eigen' publiek schrijft: "In Angola verkoop je met heel veel geluk vijfduizend boeken. We weten dat er buiten Afrika een groter publiek is, maar dat publiek moet dingen uitgelegd krijgen over de cultuur waarin het boek is ingebed. Behalve schrijvers zijn we dus ook altijd vertalers."