Reddingsactie voor Haïtiaanse volksreligie

januari 2009 -

Volgens het westerse cliché jaagt Vodou angst aan, maar op het eiland Haïti staat de immer omstreden Vodou-cultuur anno 2009 op de nominatie om een heus museum, annex cultureel centrum te krijgen.

image

Altaarkastje. Foto: Jonathan Watts

"Dat is nodig", zegt Paul Faber, conservator Afrika van het Tropenmuseum in Amsterdam, "want de economische malaise op het eiland is debet aan de verdwijning van veel tempels. Door ziekte van de priesters of hun families worden rituele objecten verkocht." Om ongebreidelde export te voorkomen, is al in 1989 de Stichting voor Behoud, Waardering en Productie van Haïtiaanse Culturele Zaken (FPVPOCH) in het leven geroepen. Initiatiefneemster is de Zwitserse Marianne Lehmann, al vijftig jaar woonachtig op het eiland. Zij kocht op een dag een vodou-object aan de deur om een zieke priester te helpen. Daarna volgden er nog zo'n drieduizend.


Bizango-zaal. Foto: Jonathan Watts

250 stukken uit deze unieke collectie toeren langs een serie Europese musea om aandacht te vragen voor de situatie. Tot 10 mei 2009 spaart het Tropenmuseum € 1,- per betalende bezoeker en hoopt op die manier ongeveer € 75.000,- te kunnen doneren. Faber: "Er is veel meer geld nodig en daarom zou het goed zijn als er een professionele fondsenwerver kan worden aangetrokken." Elk van de musea geeft op zijn eigen manier gestalte aan de steun voor het goede doel, aldus Paul Faber: "Het Tropenmuseum sluit met deze actie aan bij zijn missie. Die luidt dat een deel van de inkomsten ten goede moet komen aan de museumsector buiten Europa en Amerika."


Bizango-figuur. Foto: Jonathan Watts

Hoe zit het met het draagvlak op Haïti zelf? Het stichtingsbestuur van de FPVPOCH vertegenwoordigt zowel de intelligentsia als de insiders van de Vodou-cultuur. Tijdens zijn dienstreis in 2008 merkte Faber dat de noodzaak van het behoud van de Vodou-cultuur nu ook echt doordringt op ministerieel niveau. Hij besluit: "De collectie zelf is een concreet gevolg van het in elkaar klappen van de economie, en daarmee staat de urgentie voor een cultureel centrum buiten kijf."