De kunsten staan lang niet altijd hoog op de politieke agenda in Afrika, Latijns-Amerika en Azië. Toch erkennen steeds meer regeringen het belang van cultuur op zich en in relatie tot sociale en economische ontwikkeling.

Afghanistan

maart 2008 -

De Afghaanse kunsten beleven een langzame opbloei, op de ruïnes die het Taliban-regime achterliet. Sinds 2004 trachten het Center for Contemporary Art Afghanistan (CCAA) en het kunsttijdschrift Gahnama-e-Hunar een vrijplaats voor dichtkunst, muziek, theater, beeldende kunst en dans te zijn, na jaren van repressie en vervolging. Pluraliteit vormt het sleutelwoord in het Afghaanse cultuurbeleid, dat daarnaast het herstel van cultureel erfgoed als prioriteit heeft.

Het CCAA en het tijdschrift zijn initiatieven van A.W.Rahraw Omarzad, de nestor van de Afghaanse kunsten. Met het centrum wil hij het kunstonderwijs verbeteren en een podium bieden aan kunstenaars die voorheen slechts in het buitenland in vrijheid konden werken en exposeren. Een andere belangrijke culturele organisatie is de Turquoise Mountain Foundation, die zich vooral richt op lokale kunsttradities en architectuur in de hoofdstad Kaboel.

Bij het Ministerie van Cultuur en Jongerenzaken heeft vooral het cultureel erfgoed de aandacht. De Taliban vernietigden al het werk dat zij als onislamitisch beschouwden. Zo bliezen ze in maart 2001 de grote Boeddha's in Bamiyan op, wat leidde tot internationale verontwaardiging en protest. Ook het Nationaal Museum in Darulaman, dat in 1924 werd geopend, heeft veel oorlogsgeweld moeten doorstaan. In mei 1993 sloeg een raket in in het dak van het museum. Daarbij werd een muurschildering uit de vierde eeuw vernietigd, uit de oude Kushan-stad Delbarjin-tepe in Noord-Afghanistan. Ook werd het museum geplunderd. Nog maar een klein deel van de collectie is over.

Vandaag worden er pogingen ondernomen om het erfgoed te herstellen, hoewel de veiligheidssituatie reparaties niet altijd toelaat. Volgens schattingen is al bijna 80 procent van de Afghaanse oude kunst gestolen of beschadigd. En de plunderingen gaan door. Unesco vermoedt dat kunstdieven actief zijn op meer dan honderd plekken in het land waar ooit archeologische vondsten zijn gedaan. De kunstvoorwerpen verdwijnen via internationale netwerken naar het buitenland.