De kunsten staan lang niet altijd hoog op de politieke agenda in Afrika, Latijns-Amerika en Azië. Toch erkennen steeds meer regeringen het belang van cultuur op zich en in relatie tot sociale en economische ontwikkeling. Deel dertien van een serie over het cultuurbeleid van niet-westerse landen.

Bangladesh

februari 2006 -

Het eerste cultuurbeleid van Bangladesh is in de maak. De Nationale Culturele Commissie diende in juli 2005 haar concepttekst ter goedkeuring in bij de regering. Het nieuwe cultuurbeleid, dat de versnipperde Bengaalse culturele wereld meer samenhang moet geven, is opgesteld in het licht van de Unesco-conventies voor cultuur. Daarbij lieten de commissieleden zich inspireren door het cultuurbeleid van Maleisië, Noorwegen en de Verenigde Staten.

Het belang van taal, kunst, culturele uitingen en het behoud van cultureel erfgoed is al erkend in de Bengaalse grondwet uit 1972, een direct gevolg van de harde onderdrukking van de inheemse taal en cultuur tijdens Britse en Pakistaanse heerschappij. Ook heeft de regering sinds de onafhankelijkheid in 1971 een netwerk van culturele instituten opgezet. Sommige vallen rechtstreeks onder het ministerie voor Culturele Zaken, zoals het Departement voor Archeologie en Musea en de Nationale Archieven van Bangladesh. Andere zijn zelfstandig, al is een door de regering aangestelde commissie belast met het dagelijkse bestuur en krijgen ze overheidssubsidie.

Een belangrijk autonoom instituut is de Bangladesh Shipakala Academy, die in 1974 werd opgericht. De taken van het instituut, dat 69 landelijk verspreide afdelingen heeft, variëren van het promoten van de nationale kunsten, het uitgeven van publicaties en het opzetten van kunstgaleries tot het verstrekken van subsidies aan kunstenaars en culturele organisaties. Eind maart 2006 organiseert de Shipakala-academie voor de twaalfde keer de Asian Art Biënnale in de hoofdstad Dhaka. 

Icoon van de Bengaalse literatuur is Rabindranath Tagore, die in 1931 als eerste Aziaat de Nobelprijs voor de Literatuur won. Internationale faam verwierven ook de kunstenaars Zainul Abedin en Quamrul Hasan, die in de jaren veertig nauw betrokken waren bij de oprichting van het Arts and Crafts Instituut . Tegenwoordig speelt het foto-instituut DRIK een belangrijke rol in de hedendaagse Bengaalse kunstwereld.

Bangladesh heeft culturele akkoorden gesloten met veertig landen in Azië, Afrika en Europa.