De kunsten staan lang niet altijd hoog op de politieke agenda in Afrika, Latijns-Amerika en Azië. Toch erkennen steeds meer regeringen het belang van cultuur op zich en in relatie tot sociale en economische ontwikkeling. Deel achttien van een serie over het cultuurbeleid van niet-westerse landen.

Brazilië

juli 2006 -

Ontwikkelingsbeleid dat berust op het stimuleren van creatief denken en van culturele netwerken is de sleutel tot succes in het huidige tijdperk van globalisering. Die beleidsfilosofie van de Braziliaanse minister van cultuur, Gilberto Gil, bepaalt zowel de internationale als nationale benadering van cultuur in zijn land. Zo nam Brazilië het voortouw in de ontwikkeling van partnerschappen met andere Latijns-Amerikaanse landen. Binnenslands ligt de nadruk op lokale cultuurprojecten ter bestrijding van de buitensluiting van de armste bevolkingsgroepen.

Kunst kan een mobiliserende kracht zijn die de maatschappij verandert, aldus Gilberto Gil. Volgens de minister, die internationale faam verwierf als musicus en voorman van de Tropicália-beweging, zou elke sloppenwijk een eigen muziekstudio moeten hebben, is hiphop een belangrijke vorm van expressie voor jongeren en zijn 'community' radiostations nodig in de rurale gebieden. De ongeveer vijfhonderd lokale projecten die het ministerie via het overheidsinstituut Funarte Fundação Nacional de Arte steunt, worden beschouwd als 'pontes de cultura' (culturele bruggen). Samen vormen ze een netwerk gericht op de versterking en verspreiding van de multiculturele Braziliaanse cultuur.

Gemeenschappen genieten een grote mate van autonomie bij het ontwerpen en uitvoeren van projecten: het cultuurbeleid beoogt zich aan te passen aan de kunstpraktijk in plaats van andersom. Inspraak kenmerkt ook het beleidsproces. Zo organiseerde het ministerie van cultuur in december 2005 voor het eerst een nationale conferentie over cultuurbeleid.

Maar alle idealen ten spijt, de financiële middelen van de Braziliaanse overheid voor culturele ontwikkeling zijn beperkt. Ze introduceerde daarom in 1995 een wet die ruime belastingvoordelen geeft aan bedrijven die in culturele producties investeren. Een unicum in Latijns-Amerika, maar desondanks controversieel. Critici spreken over de privatisering van cultuur; de meeste grote bedrijven die in aanmerking komen voor de belastingvoordelen bevinden zich in het rijke zuidoosten van Brazilië en steunen kunstprojecten ter plaatse.