De kunsten staan lang niet altijd hoog op de politieke agenda in Afrika, Latijns-Amerika en Azië. Toch erkennen steeds meer regeringen het belang van cultuur op zich en in relatie tot sociale en economische ontwikkeling. Deel tweeëntwintig van een serie over het cultuurbeleid van niet-westerse landen.

Mexico

november 2006 -

Mexico stond in 1982 als gastheer van de Unesco-conferentie aan de wieg van de internationale erkenning van het belang van cultuurbeleid. Binnenlands probeert het land vooral de culturele invloeden van zijn noordelijke buur tegen te houden. Zo is McDonalds van Mexico's antieke pleinen verbannen en werd de internationaal succesvolle film Frida, over het leven van Mexico's cultkunstenares, afgedaan als 'te Hollywood'.

Een andere zorg is het rijke cultureel erfgoed dat zich gedeeltelijk buiten de landgrenzen bevindt. Zo diende het Mexicaanse parlement in januari 2006 een officieel verzoek in bij de Oostenrijkse regering voor teruggave van het hoofddeksel van de Azteekse heerser Montezuma II. De tooi van quetzal-veren raakte in de 16de eeuw in het bezit van de Spaanse veroveraar Hernan Cortes, en behoort tegenwoordig tot de collectie van een Weens museum.

Internationale culturele relaties lopen via Mexico's Ministerie van Buitenlandse Zaken, dat eveneens studiebeurzen verleent aan kunstenaars. Voor de binnenlandse kunstensector is het La Cultura y Consejo Nacional para las Artes (Conaculta) het voornaamste overheidsorgaan. De raad voert het cultuurbeleid uit en beheert de kunstinstituten, hoewel de regering in 2003 er een aantal privatiseerde, zoals het filminstituut IMCINE. Conaculta coördineert het in 1989 opgerichte Fondo Nacional para la Cultura y las Artes, dat projecten in alle kunstdisciplines ondersteunt. Aan inventiviteit geen gebrek, zo lijkt het. In 2004 deelde de overheid 1,5 miljoen gratis boeken uit bij ruim twintig metrostations in Mexico City om literatuur te promoten en de misdaad te verminderen.