De kunsten staan lang niet altijd hoog op de politieke agenda in Afrika, Latijns-Amerika en Azië. Toch erkennen steeds meer regeringen het belang van cultuur op zich en in relatie tot sociale en economische ontwikkeling. Deel zes van een serie over het cultuurbeleid van niet-westerse landen.

Oeganda

juli 2005 -

Woedend waren Oegandese vrouwengroepen toen de regering in februari de lokale versie van De Vagina Monologen verbood. De titel van het befaamde toneelstuk over geweld tegen vrouwen van de Amerikaanse Eve Ensler zou de normen van de maatschappij beschadigen, zo luidde de reden. De vrouwenorganisaties voelden zich door de censuur van de regering teruggeworpen in de tijd: Oeganda behoorde immers tot de landen die de vrijheid van expressie ook in de praktijk respecteerden.

Het ontwerp cultuurbeleid, dat in augustus 2005 ter goedkeuring aan het kabinet wordt voorgelegd, verbindt de kunsten aan sociale ontwikkeling. Het verantwoordelijke ministerie van Gender, Arbeid en Sociale Ontwikkeling heeft cultuur in het nationale armoedebestrijdingplan geïntegreerd. Het promoot culturele industrieën als inkomstenbron voor de armen en moedigt het gebruik van inheemse kennis aan. De nadruk legt het ministerie op decentralisatie: lokale overheden moeten een eigen cultuurbeleid formuleren, zij het met de nationale richtlijnen in de hand. Van de 56 districten waaruit Oeganda is opgebouwd, hebben dertien een eigen kantoor voor cultuur. In de andere districten heeft de functionaris voor sociale ontwikkeling de verantwoordelijkheid voor het lokale cultuurbeleid.

De Oegandese overheid ziet op het gebied van cultuur ook voor het bedrijfsleven een rol weggelegd. Niet alleen als verkoper van in eigen land geproduceerde boeken, cd’s en video’s, maar ook als organisator van culturele activiteiten in gemeenschappen en als oprichter van kunstenfondsen. Een speciale afdeling binnen het ministerie van Handel, Toerisme en Industrie is verantwoordelijk voor Oeganda’s musea en monumenten. De literatuur en boekenwereld behoren tot het domein van het ministerie van Onderwijs, dat in 1997 een beleidsplan opstelde voor die sector. Het stimuleren van publicaties in de nationale talen, het toegankelijk maken van boeken en het aanleggen van een netwerk van bibliotheken vormen daarvan de hoofdbestanddelen.