De kunsten staan lang niet altijd hoog op de politieke agenda in Afrika, Latijns-Amerika en Azië. Toch erkennen steeds meer regeringen het belang van cultuur op zich en in relatie tot sociale en economische ontwikkeling. Deel 27 van een serie over het cultuurbeleid van niet-westerse landen.

Papoea-Nieuw Guinea

mei 2007 -

Papoea-Nieuw Guinea is befaamd als het meest cultureel diverse land ter wereld. Meer dan achthonderd verschillende bevolkingsgroepen leven met een eigen taal in de eilandgroep. Maar de regering staat sinds de onafhankelijkheid van Australië in 1975 voor een ingewikkelde taak: welke taal kan het land tot een eenheid smeden?

Het waren de koloniale overheersers die het Engels introduceerden. Intussen ontstond op de plantages Tok Pisin, een pidgin-taal die na de onafhankelijkheid uitgroeide tot een symbool van nationale eenheid. Toch bleef het Engels de lingua franca in de zakenwereld, het onderwijs en de regering. Daar kwam verandering in met de informele dorpscholen, opgericht door verontruste ouders die hun kinderen van hun eigen taal en cultuur zagen vervreemden. De regering had geen andere keus dan hervormingen in het onderwijssysteem door te voeren.Vanaf 1995 leren lagere schoolkinderen eerst in hun eigen taal, en pas geleidelijk aan in het Engels.

Het hoge cultuurgehalte van Papoea-Nieuw Guinea, dat sinds 1994 onder de verantwoordelijkheid van de Nationale Culturele Commissie valt, brengt meer zorgen met zich mee. De eilandengroep produceert al eeuwen lang kunstvoorwerpen die niet altijd op een legale manier in westerse musea zijn beland. Zo bestempelde de regering negen sculpturen die zich in het M.H. de Young Memorial Museum in San Francisco bevinden als nationaal cultureel eigendom dat Papoea-Nieuw Guinea nooit had mogen verlaten.

Hedendaagse kunst is een recent fenomeen in de eilandstaat en blijft beperkt tot de steden, waar slechts achttien procent van de bevolking leeft. Een broedplaats voor de kunsten is de in 1976 opgerichte National Arts School, waar pioniers zoals Timothy Akis, Mathias Kauage, David Lasisi en Jakupa Ako studeerden. Het Moresby Arts Centre in Port Moresby is niet alleen een podium voor theater, dans en beeldende kunst, maar biedt ook onderdak aan de provinciale kunstenraad.