De kunsten staan lang niet altijd hoog op de politieke agenda in Afrika, Latijns-Amerika en Azië. Toch erkennen steeds meer regeringen het belang van cultuur op zich en in relatie tot sociale en economische ontwikkeling. Deel vijftien van een serie over het cultuurbeleid van niet-westerse landen.

Vietnam

april 2006 -

De communistische ideologie bepaalde lange tijd de grenzen van culturele expressie in Vietnam. Hoewel cultuur nog steeds in dienst staat van sociale ontwikkeling, genieten kunstenaars sinds een decennium meer artistieke vrijheid.

Cultuur speelde in Vietnam een belangrijke rol in de strijd tegen de Franse overheersing in de jaren veertig en in de communistische revolutie die op de onafhankelijkheid volgde. Artistieke expressie moest beantwoorden aan de socialistische doelen van de partijstaat, die een massabeweging voor cultuur oprichtte en voor een landelijk netwerk van culturele centra zorgde. Kunstenaars waren verplicht zich aan te sluiten bij een van de staatskunstorganisaties, zoals de schrijversvereniging en de filmassociatie. Zo'n lidmaatschap is nog steeds nodig voor een plek in het staatsballet, voor overheidsubsidie, om boeken te kunnen publiceren of films te kunnen maken.

Eind jaren tachtig voerde de Vietnamese regering een markteconomie in. Een nieuw cultuurbeleid in 1997 voorzag in de hervorming van de culturele sector, die door de terugval in staatssubsidies in het slop was geraakt. 'Socialisatie' - de communistische versie van 'privatisering' - staat daarin centraal. Kunstenaars moeten ondernemender worden, op zoek naar alternatieve financieringsbronnen en een nieuw publiek. Het Vietnamese ministerie van Cultuur en Informatie blijft zo'n 130 artistieke organisaties steunen en alle theaters en musea beheren.

Hoewel er nog altijd censuur in Vietnam bestaat, bracht de nieuwe openheid meer mogelijkheden voor kunstenaars om deel te nemen aan internationale uitwisselingen en om te experimenteren met multidisciplinaire kunstvormen. De regering sloot met 38 landen een culturele overeenkomst en is bovendien een actief lid van de Unesco en de Asian-Europe Foundation. In Hanoi en Ho Chi Minh City openden commerciële galerieën en alternatieve kunstcentra hun deuren, zoals de in 1990 opgerichte Salon Natasha.